Anders dan nu was de Duitstalige literatuur in jaren zeventig, tachtig en begin van de jaren negentig erg in trek, met schrijvers als Peter Handke, Günter Grass, Hans Magnus Enzensberger en Christa Wolf. Ze werden in Vrij Nederland op de voet gevolgd door Gerda Meijerink, die vorige week overleed.

Wilde je binnen een afgesproken tijd een goede vertaling hebben, dan koos je Gerda Meijerink.

Ali en Nino, de liefdesroman van Kurban Said, Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier en De voorlezer van Bernhard Schlink, drie boeken die menigeen in zijn handen heeft gehad, zijn geen bestsellers, maar eversellers, romans die altijd in druk zijn omdat ze steeds weer nieuwe lezers aantrekken. Ze werden vertaald door de vorige week op 76-jarige leeftijd overleden Gerda Meijerink, lange tijd medewerkster voor Duitse literatuur van Vrij Nederland. Het was geen toeval dat ze door haar werden vertaald. Wilde je binnen een afgesproken tijd een goede vertaling hebben, dan koos je Gerda Meijerink. Die werkte aan alles met liefde en zonder poespas, in de jaren zeventig gehard toen ze als eerste boek Paare, Passanten van Botho Strauss vertaalde. Ze zou daarna meer dan zestig boeken vertalen, waaronder Eckermanns Gesprekken met Goethe, de biografie van Melissa Müller over Anne Frank, en Mijn leven, de autobiografie van de Maarten van Rossem van de Duitse literaire kritiek Marcel Reich-Ranicki. Ze was min of meer de vaste vertaler van Bernhard Schlink, Pascal Mercier, Hans Magnus Enzensberger en Thomas Hürlimann.

Terwijl Duitsland zelf op ieders lippen ligt en in veel opzichten als voorbeeld geldt, is de belangstelling voor het Duits en de Duitstalige literatuur nu gering. Dat was in de jaren zeventig, tachtig en het begin van de jaren negentig toen Meijerink in Vrij Nederland schreef wel anders. Heinrich Böll, Günter Grass, Peter Handke, Christa Wolf, Ingeborg Bachmann, Botho Strauss, Thomas Bernhard, Michael Krüger, Max Frisch, Martin Walser, Robert Menasse, Uwe Johnson, Hans Magnus Enzensberger – het waren vertrouwde namen van wie de boeken meteen in de Boekenbijlage en (vanaf 1990) de Republiek der Letteren van Vrij Nederland werden gesproken. Gestimuleerd door haar toenmalige vriendin en redacteur van de Boekenbijlage Doeschka Meijsing nam Meijerink daar een flink deel van in beslag. Ze maakte ook uitvoerige interviews met Heinrich Böll en Günter Grass.

Gerda Meijerink tijdens de Vertalersgeluktournee 2014 van het Letterenfonds. Van rechts naar links: Gerda Meijerink, Pietha de Voogd, Jan Pieter van der Sterre en Bianca Boer.  Foto: Nicolette Hoekmeijer

Er werd in de Republiek ook door anderen over Duitstalige literatuur geschreven (Hans Bakx, Wouter Donath Tieges, Paul Beers, Wil Rouleaux), maar Meijerink was de generaliste die elke schrijver aankon. Ze was ook een generaliste in literaire zin: met aandacht voor de vorm, de inhoud en het wereldbeeld. Dat deed ze met liefdevolle nuchterheid en met vanzelfsprekende kritische zin. Ze was geïnteresseerd in de politieke, ideologische, esthetische en metafysische kanten van het schrijverschap. Die interesse dankte ze aan haar literaire opvoeding, die begon met Lessings Nathan der Weise, het drama over religieuze tolerantie en de verwantschap tussen het Jodendom, christendom en de islam. En door Die weisse Rose, het verhaal van Inge Scholl over de verzetsgroep van haar door de nazi’s vermoordde broer en zus. Deze boeken, en het werk van de scherpzinnige Heinrich Heine, ‘hielpen me mijn eigen weg te kiezen’ zei ze eens.

Het was een bewogen periode voor de Duitstalige literatuur in de tijd dat Gerda Meijerink er over schreef: de verwerking van de Tweede Wereldoorlog, de jaren van de Baader Meinhoff-groep/Rote Armee Fraktion, de Koude Oorlog, de verhouding tot Oost-Duitsland en de eenwording in 1989. Hoe zuiver Meijerinks oordeel was bleek toen in 1993 uitkwam dat Christa Wolf, de Oost-Duitse schrijfster die ze altijd met kritische waardering had gevolgd, een tijd voor de Stasi had gewerkt, de Oost-Duitse inlichtingendienst die alles en iedereen in de gaten liet houden, ook schrijvers en kunstenaars. Ze verweet Wolf ‘een slordige manier van denken’ en verwierp haar pogingen zich een ‘heroïsche slachtofferrol’ aan te meten. Maar ze nam niets terug van haar waardering voor verschillende van haar boeken, zoals de roman Kassandra.