Als millennial (geboren tussen de vroege jaren tachtig en de late jaren negentig) zou ik moeten blaken van zelfvertrouwen en optimisme. Ik word dit jaar 35, dus ik ben wel een wat rijpere millennial, of zelfs een ‘xennial’ (geboortejaar: 1977–1983), de microgeneratie die een brug moet slaan tussen de zure Generatie X en ‘het ongeremde optimisme van millennials’. Kijk, daar ga je al. Hoewel veel clichés over millennials op mij van toepassing zijn – verslaafd aan yoga, avocado’s en Instagram – ben ik absoluut niet hoopvol over de toekomst, wat mijn generatie wel zou moeten zijn.
Ik ben namelijk opgegroeid in de jaren negentig, onder de beste omstandigheden. Ik speelde in rust en vrede, het ging Nederland economisch voor de wind en migranten waren nog welkom. Ik werd geadviseerd om te studeren wat ik leuk vond, want ik zou toch wel werk vinden. Ik moest geduldig wachten tot mijn favoriete videoclip op TMF kwam, maar al snel kwam de wereld binnen handbereik, via mijn eerste inklapmobieltje en computer met inbelverbinding. Vanaf de basisschool is er ieder jaar een nieuwe technologische ontwikkeling bijgekomen die het leven makkelijker maakt.
Blije eitjes
Die context zou blije eitjes moeten voortbrengen, die alleen maar vooruitgang (willen) zien. Die zijn er ook, vooral in Nederland. Maar hoewel het mij persoonlijk voor de wind gaat – uitdagende baan, vaste relatie, goede gezondheid en een betaalbare huurwoning in het centrum van Amsterdam – zie ik voor de mensheid in zijn geheel alleen een neerwaartse spiraal. Er ligt bijvoorbeeld zo’n grote berg plastic in de Grote Oceaan dat-ie al snel vanaf de ruimte is te zien. En terwijl ik zit te janken bij Planet Earth en Blue Planet, besloot het kabinet om statiegeld op kleine plastic flesjes uit te stellen tot 2020.
Vorige generaties konden zich verschuilen achter de uitdrukking ‘Wir haben es nicht gewußt’, terwijl wij in real time een genocide zien in Syrië (en in Jemen, en in Myanmar) – maar niemand die er nog over praat. Ik ga uit plichtsbesef naar de stembus, maar denk geen seconde dat de politici op wie ik stem werkelijk opkomen voor onze belangen. Het draait alleen nog om hun imago, machtsspelletjes en het maskeren van interne relletjes en leugens. En terwijl Team Trump hard zijn best doet om alle banden met Poetin te ontkennen, deed Zijlstra juist alsof hij Poetin wél had ontmoet.
Vorige generaties konden zich verschuilen achter de uitdrukking ‘Wir haben es nicht gewußt’, terwijl wij in real time een genocide zien in Syrië.
Aversie tegen nieuws
Ik ben een journalist met een groeiende aversie tegen ‘nieuws’, want de bak bagger die dagelijks over me wordt uitgestort wordt alsmaar viezer. Toen ik mijn cognitieve dissonantiereductie over Trump – hoe kan een volstrekt incapabele debiel de leider van de vrije wereld worden? – niet langer kon wegstoppen, heb ik zelfs al het nieuws uit het Witte Huis een maand lang geboycot (en er natuurlijk een stuk over geschreven).
Nieuws kun je vermijden, maar mensen niet. Dus ook niet de hufterigheid die ik zie toenemen op straat en in mijn eigen omgeving, hoe we onze empathie voor de ander verliezen.
In mijn zoektocht naar pessimistische generatiegenoten stuitte ik op de Deloitte Millennial Survey, die vorig jaar is uitgevoerd onder achtduizend jongeren in dertig landen, waaronder Nederland. Eén van de conclusies uit het onderzoek is dat veel millennials het gevoel hebben ‘dat alles slechter zal worden na hun generatie’, de neerwaartse spiraal die ik dus ook ervaar. In ontwikkelde economieën (zoals Nederland) denkt slechts 36 procent van de millennials dat ze het financieel beter zullen hebben dan hun ouders en slechts 31 procent denkt dat ze gelukkiger zullen zijn dan hun ouders.
Extra actief
Hoe bied je weerstand aan dat pessimisme? Ik deed een kleine rondgang bij wat inspirerende kennissen (van alle leeftijden), die zich al inzetten voor de medemens. Hoe houden zij moed?
Ines Kostic is soms zo gefrustreerd in haar activisme voor de Partij voor de Dieren, dat ze denkt: laat maar, ik trek me terug in een hutje in de bossen. ‘Vooral als mensen die zeggen dat ze schone lucht en water willen hebben tégen voorstellen stemmen die dat realiseren. Maar ik haal energie uit het feit dat mensen uit alle lagen van de bevolking hard werken voor een betere wereld. Dus ik blijf doorgaan, ook al zal ik mogelijk falen.’
‘Een tegenslag ervaar je meestal alleen in het hoofd; het lichaam en het hart hebben het er vaak minder moeilijk mee.’
Actief blijven, gewoon doorgaan, zegt ook yogalerares Afke Reijenga, tevens oprichter van vluchtelingenorganisatie Because We Carry. ‘Een tegenslag ervaar je meestal alleen in het hoofd; het lichaam en het hart hebben het er vaak minder moeilijk mee. Als het even tegenzit, probeer ik dus altijd extra actief te zijn.’
Blijf je ook verplaatsen in de ander, zegt Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond (en acteur). Toen hij nog in de Tweede Kamer zat voor D66, stoorde hij zich aan de arrogantie van hoger opgeleiden jegens mensen die in hun ogen lager opgeleid waren. ‘Neem eens de moeite om met iemand te praten die in jouw ogen te grof, ongeïnformeerd of ongenuanceerd is. Dan blijkt dat er vaak steekhoudende verhalen schuilgaan achter die zogeheten onderbuikgevoelens.’
Predikant Wielie Elhorst is openlijk homo. Hij strijdt niet alleen voor de acceptatie van LHBTI’s onder christenen, maar vecht ook tegen de vooroordelen die LHBTI’s vaak over gelovigen hebben. ‘Ik zet me in voor gerechtigheid én barmhartigheid: opkomen tegen zaken die het daglicht niet verdragen en tegelijkertijd mild blijven, verbinden en verzoenen.’
Gebaat bij pessimisme
Altruïsme is dus het toverwoord: help en luister naar mensen die het zwaarder hebben dan jij. Want laten we wel wezen: ik heb natuurlijk de tijd en luxe om over existentiële dilemma’s te piekeren. Het onderzoek van Deloitte laat zien dat millennials uit conflictgebieden zich over urgentere zaken drukmaken: misdaad, corruptie, werkloosheid. Dat is het ook: ik wéét dat ik de loterij heb gewonnen door in Nederland te zijn geboren. Ik zit in het fucking penthouse van de wereld. Maar het is deprimerend om te beseffen dat onze kinderen een stervende wereld erven, hoeveel goede doelen ik ook steun voor ‘slechts een paar euro per maand’.
Misschien is mijn pessimisme eerder een schuldgevoel over de welvaart en vrijheid die ik ervaar ten koste van anderen. Ik stap maandelijks in het vliegtuig voor mijn werk (en soms privé), dus ik probeer dat te compenseren door zelf geen auto te rijden, geen vlees te eten, mijn afval te scheiden, groen te stemmen, geen kinderen op deze aarde te zetten – en te schrijven over kwesties die lezers hopelijk aan het denken zetten. Maar het is nooit genoeg. Wat ik ook doe (of niet doe), de wereld gaat toch naar de klote. En de zwaksten worden het zwaarst getroffen, terwijl ik toekijk vanaf het penthouse.
Ons deel van de wereld lijdt ook onder een ‘positiviteitsfaçade’, zei de Zweedse psycholoog Ida Hallgren van de universiteit van Gotenburg vorig jaar in Trouw. Omdat we altijd maar optimistisch moeten zijn, kunnen we minder goed omgaan met tegenslagen en ons minder goed verplaatsen in het leed van anderen. Volgens Hallgren en collega’s zouden millennials juist gebaat zijn bij wat meer pessimisme, zodat we weerbaarder zijn tegen mogelijke ellende. Wat dat betreft is het goed dat ik al jaren rekening houd met een niet-natuurlijke dood, bijvoorbeeld door een nieuwe wereldoorlog, kernramp of overstroming. Die naderende armageddon zal mij niet verrassen.
Over de auteur
Freelance journalist Haroon Ali (1983) schrijft onder andere voor de Volkskrant. Hij werkt aan een boek waarin hij de confrontatie aangaat met zijn Pakistaanse achtergrond, te verschijnen bij De Bezige Bij. Dit is zijn eerste stuk voor Vrij Nederland.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.