Op de avond van 11 september 2001 werd het fietsersbruggetje bij de flat Luynhorst in Ede opeens wereldnieuws. Zelfs CNN besteedde aandacht aan de Marokkaans-Nederlandse hangjongeren die op die plek de aanslagen op de Twin Towers in New York luidruchtig zouden hebben toegejuicht. Ook zouden ze op scooters uitbundig toeterend door de buurt hebben gereden. Omwonenden klaagden, de politie gaf een persbericht uit over ‘feestende jongeren’ die ‘uiterst opgetogen’ waren over de terroristische aanval op Manhattan. Later bleek die conclusie enigszins voorbarig: de jongeren hadden zich inderdaad baldadig gedragen, tijdens een woordenwisseling met de politie had een van hen ‘jihad!’ geroepen, maar van feestvreugde was geen sprake geweest. Op sterk aandringen van de burgemeester verklaarden ze hun medeleven met de slachtoffers in Amerika.
Daarmee was het probleem van de hangjongeren in de wijk Veldhuizen niet verdwenen. Regelmatig berichtten het huis-aan-huisblad De Edese Post en Omroep Gelderland over voorbijgangers die werden lastiggevallen, buschauffeurs die werden geïntimideerd en auto’s die in brand werden gestoken. In mei van dit jaar was het weer raak toen de gemeente aanstalten maakte het verpauperde winkelcentrum De Lindenhorst te slopen, inclusief het onder hangjongeren razend populaire theehuis van de Marokkaanse Vereniging Ede. Opnieuw vlogen er auto’s in brand, de ruiten van een nabijgelegen school gingen aan diggelen, de politie die uitrukte werd met stenen bekogeld. Burgemeester Van der Knaap zag zich genoodzaakt in een groot deel van Veldhuizen een samenscholingsverbod af te kondigen.
En daar in het midden komt een mediterraanse ruimte met een Fontein van de Vrede waar ook de migranten zich op hun gemak zullen voelen.
Plek van hoop
Op de plek waar nog geen half jaar geleden winkelcentrum De Lindenhorst lag, inclusief het Marokkaanse theehuis, staan nu hekken rond een braakliggend terrein. Het enige teken van leven is een kat die tussen het onkruid op vogeltjes jaagt. Op de hoek van de straat kijkt Gert-Jan Segers, sinds 2015 fractieleider van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, uit over het stukje niemandsland. Hij is in het gezelschap van wijkregisseur Robert van Rheenen, leerkracht Jop Urbanus van de evangelische basisschool De Rots, de Syrische asielzoeker Mohammad Alomar uit het door de oorlog geteisterde Hama, en Eelke Dekens van TijdVoorActie, ‘een netwerk van jongeren met het verlangen naar een samenleving waarin mensen naar elkaar omzien’. Dekens (35) vertelt geestdriftig welk schitterend project in de nabije toekomst op het terrein van het gesloopte winkelcentrum moet verrijzen: de multiculturele woongemeenschap Vredehorst. Er komen ruim zestig ‘wooneenheden’ voor jonge gezinnen, senioren, studenten, erkende asielzoekers en mensen die langdurige zorg nodig hebben. Sociale huurwoningen en duurdere huizen worden naast elkaar gebouwd. Mensen van alle gezindten zijn welkom: christenen, moslims en seculieren. De samenstelling van de bewoners moet een afspiegeling vormen van de wijk. Er is voorzien in een ontmoetingsruimte, een sportveld, een moestuin, een garage om gezamenlijk aan auto’s te sleutelen. ‘En daar in het midden,’ vervolgt Dekens opgetogen, ‘komt een mediterraanse ruimte met een Fontein van de Vrede waar ook de migranten zich op hun gemak zullen voelen.’

Dekens, een van de founding fathers van Vredehorst, groeide zelf op in Ede-Veldhuizen. De afgelopen jaren maakte hij mee hoe de tegenstellingen in de buurt verscherpten: de hangjongeren die zich misdroegen, de andere bewoners die zich bedreigd voelden en in hun schulp kropen. Als trouw bezoeker van de Ontmoetingskerk (Gereformeerd vrijgemaakt) vroeg hij zich af waarom hij en andere jongeren in de kerk zo weinig deden voor de bewoners van de buurt. In zijn eigen woorden: ‘Jezus ging ook met alle soorten mensen om.’ Het leidde tot de oprichting van jongerennetwerk Dien je Stad, inmiddels uitgegroeid tot het landelijke TijdVoorActie. Dekens en de zijnen gingen voetballen met de hangjongeren en chocolademelk uitdelen in winkelcentrum De Lindenhorst: ‘Dat bleek goud waard. Mensen waren bang, voelden zich onveilig. Opeens ontmoetten ze elkaar weer.’ Tijdens een ‘teambuildingweekend’ in Zwitserland ontstond het idee van de woongemeenschap Vredehorst, waar hij zelf ook gaat wonen met zijn vrouw, drie dochters en zoontje. ‘Volgend jaar begint de bouw, in 2018 is de opening.’
De gemeente Ede en de provincie Gelderland ondersteunen het project van ganser harte. Wijkregisseur Robert van Rheenen: ‘Als je wilt dat mensen zich weer betrokken voelen bij de buurt, moet je ze ruimte geven voor eigen initiatieven. Daar is dit een heel mooi voorbeeld van.’
Leerkracht Jop Urbanus en vluchteling Mohammad Alomar hebben zich beiden al aangemeld voor de woongemeenschap. Urbanus: ‘Ik ben er niet alleen voor mezelf, ik wil mijn leven met anderen delen.’ Alomar, gediplomeerd elektrotechnicus, is druk bezig in te burgeren: ‘In Syrië is het heel gewoon om veel contact te hebben met je buren en de mensen in je straat. Zo wil ik hier ook leven.’
Een multiculturele woongemeenschap: voor Geert Wilders is het ongetwijfeld een nachtmerrie. Maar Gert-Jan Segers vindt het een machtig mooi plan. Het meest is de ChristenUnie-voorman erdoor getroffen dat de initiatiefnemers van Vredehorst alle ‘maatschappelijke breuklijnen’ willen overbruggen die hij in zijn net verschenen boek Hoop voor een verdeeld land signaleert: autochtoon en allochtoon, hoge en lage inkomens, oud en jong, gezond en ziek, gelovig en seculier. ‘Dit is Utopia,’ roept hij enthousiast, ‘en het gaat nog echt gebouwd worden ook. Dit noem ik nou een plek van hoop!’


Ik houd mijn hart vast
Bij een broodje döner in de Turkse pizzeria van winkelcentrum Bellestein (dat nog niet is gesloopt) vertelt Segers dat hij sinds januari gesprekken heeft gevoerd met uiteenlopende types als terrorismedeskundige Beatrice de Graaf, de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, oud-commandant van de strijdkrachten Peter van Uhm, cabaretier en tv-presentator Arjen Lubach, de orthodoxe rabbijn Binyomin Jacobs en directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Kim Putters. Dat alles om in kaart te brengen welke tegenstellingen de Nederlandse samenleving verdeeld houden. Het thema zit hem hoog. ‘Ik houd mijn hart vast,’ schrijft hij in zijn voorwoord. ‘Je postcode wordt steeds bepalender voor je schoolresultaten en de rest van je toekomst. Hoger en lager opgeleiden raken vervreemd van elkaar, het wantrouwen ten opzichte van de politiek groeit. Zieken en gehandicapten staan langs de kant en voelen zich steeds meer een nummer in de bureaucratie. Jongeren vinden lastig werk, terwijl ouderen hun werk niet goed volhouden. Gelovigen en seculieren lijken bang voor elkaar te worden. De kloven worden eerder groter dan kleiner.’
De lager opgeleiden hebben goede redenen om boos te zijn. Het is begrijpelijk dat ze de politiek niet meer vertrouwen.
Wist u dat niet dan? Had u er een hele zoektocht voor nodig om daar achter te komen?
‘Nou, van de grote onvrede onder lager opgeleiden over de politiek dacht ik aanvankelijk: dat is onredelijk, dat zijn onderbuikgevoelens. Kim Putters heeft me ervan overtuigd dat ik ongelijk had. Lager opgeleiden leven veel ongezonder en gemiddeld zeven jaar korter dan hoger opgeleiden. Ze hebben drie keer zo vaak onzeker flexwerk. Ze zijn slechter af dan vóór de crisis. Hun woede en achterdocht zijn reëel, dat was voor mij een grote ontdekking. Over hetzelfde onderwerp heb ik via Skype gesproken met de Amerikaanse socioloog Francis Fukuyama, bij wie ik college heb gevolgd toen ik in 2007 een jaar studeerde aan de School of Advanced International Studies in Washington. Hij legde me uit waarom de blanke onderklasse in Amerika massaal Donald Trump steunt. Dat kun je niet alleen verklaren vanuit onderbuikgevoelens. In de maakindustrie zijn de afgelopen dertig jaar veel banen verdwenen, fabrieksarbeiders verdienen vaak minder dan hun vaders. Problemen die eerst vooral onder de zwarte bevolking bestonden, zijn nu ook in die kring aan de orde van de dag: drugsgebruik, criminaliteit, gebroken gezinnen. In Nederland is het minder extreem, maar de les is hetzelfde: de lager opgeleiden hebben goede redenen om boos te zijn. Het is begrijpelijk dat ze de politiek niet meer vertrouwen.’
U omschrijft dit in uw boek als de nieuwe sociale en politieke crisis.
‘Ja, en deze sociale kwestie is hardnekkiger dan die van honderd jaar geleden. Toen organiseerden mensen zich om hun lot te verbeteren en hadden ze hoop op een nieuwe toekomst. Ze hadden vertrouwen in de vakbonden en de eigen politieke partijen, maar die spelen nu een veel kleinere rol dan toen. Dat geldt niet alleen voor de PvdA en de FNV, maar ook voor veel protestants-christelijke organisaties. Steeds meer mensen hebben het gevoel dat ze geen deel meer uitmaken van een beweging, van een gemeenschap. Dat ze op zichzelf zijn teruggeworpen en hun situatie uitzichtloos is.’
Hoe dacht u dat op te lossen?
‘Voor een deel door meer ruimte te geven aan de organisaties die de onderkant van de samenleving nog wel bereiken, zoals het Leger des Heils. Maar ook door bureaucratische hindernissen weg te nemen voor nieuwe gemeenschapsinitiatieven als kleine coöperaties voor duurzame energie en buurtcollectieven die gezamenlijk mantelzorg willen organiseren. Daar heb ik kortgeleden samen met Diederik Samsom een initiatiefnota over ingediend.’

In uw boek heeft u het vooral over christelijke organisaties als het Leger des Heils, Youth for Christ en Scharlaken Koord, dat vrouwen en meisjes helpt om uit de prostitutie te stappen. Dat lijkt wel erg op preken voor eigen parochie.
‘Nee hoor, ik bedoel ook seculiere organisaties als Buurtzorg Nederland en Humanitas dat in Deventer studenten voor een vriendelijk bedrag in een verzorgingstehuis laat wonen als ze bereid zijn de ouderen gezelschap te houden. Je hoeft geen christen te zijn om goed te doen.’
Vindt u het erg dat de kerken zijn leeggelopen?
‘Dat is verlies, ook in sociaal opzicht: ze brachten hoger en lager opgeleiden bij elkaar. De militaire dienstplicht deed dat ook, maar is afgeschaft. Om daar iets van te herstellen, pleit ik voor sociaal dienstrecht: studenten wordt hun studieschuld kwijtgescholden als ze zich een tijdlang inzetten voor de gemeenschap. In mijn gesprek met Peter van Uhm wees hij me erop dat je met dat plan vmbo’ers niet bereikt. Daarom wil hij een stap verder zetten en een maatschappelijke dienstplicht voor alle jongeren invoeren. Hij heeft me van zijn gelijk overtuigd. We zullen naar nieuwe vormen moeten zoeken om de maatschappelijke samenhang terug te brengen.’
Via de sociale media krijg ik regelmatig te horen dat mensen het onbestaanbaar vinden dat er überhaupt nog christelijke partijen in de Kamer zitten.
Opperwezen
Over de kloof tussen academici en lager opgeleiden en de verwijdering tussen autochtonen en allochtonen zijn inmiddels stapels rapporten verschenen. Van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Van de Onderwijsinspectie. Van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Gert-Jan Segers is niet de eerste politicus die probeert te achterhalen wat de gewone man beweegt. D66-leider Pechtold ging voor zijn boek Henk, Ingrid en Alexander met PVV-sympathisanten praten. Diederik Samsom laat geen gelegenheid onbenut om te beginnen over zijn gesprekken met de stukadoor uit Stadskanaal en de wijkverpleegkundige uit Spijkenisse. Zelfs Jesse Klaver riep GroenLinks onlangs uit tot de partij van de moslimmoeder uit Rotterdam en de bouwvakker uit Venlo. Half Den Haag lijkt niets anders te willen dan de kloof tussen de bewoners van de villawijk en de volksbuurt te overbruggen. Maar Gert-Jan Segers ziet nog een andere gevaarlijke kloof waar aan het Binnenhof doorgaans weinig oog voor is: die tussen de seculiere meerderheid en de christenen die in Nederland naar zijn idee langzamerhand een bedreigde minderheid vormen. ‘Voor mijn boek sprak ik met de cabaretiers Arjen Lubach en Erik van Muiswinkel, die allebei vinden dat geloof per definitie indoctrinatie is en dat er geen cent overheidsgeld meer naar christelijke organisaties en het bijzonder onderwijs mag gaan. Lubach noemde mensen die in een Opperwezen geloven zelfs volstrekt gestoord. Lubach en Van Muiswinkel zijn vertegenwoordigers van een seculiere voorhoede in Nederland die met het grootste gemak heen walst over christenen die zich vanuit hun diepste overtuiging voor de samenleving inzetten. Via de sociale media krijg ik regelmatig te horen dat mensen het onbestaanbaar vinden dat er überhaupt nog christelijke partijen in de Kamer zitten.’
In ‘Hoop voor een verdeeld land’ haalt u hard uit naar de paarse kabinetten van de jaren negentig. Zit dat u na twee decennia nog steeds zo hoog?
‘In die periode hebben PvdA, VVD en D66 de ene na de andere wet erdoorheen gejaagd over voor christenen gevoelige onderwerpen, zoals de openstelling van winkels op zondag, de legalisering van prostitutie en de versoepeling van de regels voor euthanasie. Toen die laatste wet was aangenomen, zei toenmalig D66-minister Els Borst: “Het is volbracht.” Dezelfde woorden die Jezus sprak aan het kruis. Ze zei dat nota bene op Goede Vrijdag. Ik vond dat een heel pijnlijk moment. We zijn altijd een land van minderheden geweest die elkaar respecteerden. Je had de linkse kerk, de protestantse en de katholieke en die wisten van elkaar: we zijn allemaal een minderheid, het is een kwestie van geven en nemen. Maar in de jaren negentig is de liberaal-seculiere meerderheid zich breed gaan maken. Of ze nou christelijk, islamitisch of seculier-liberaal zijn, voor meerderheden ben ik altijd beducht.’

Weigerambtenaar
Sinds de jaren negentig is het van kwaad tot erger gegaan, vindt Segers: ‘Toen in 2000 door staatssecretaris Job Cohen het homohuwelijk werd ingevoerd, rees de vraag wat er moest gebeuren met gemeenteambtenaren die gewetensbezwaren hadden tegen het voltrekken van zulke huwelijken. Cohen heeft dat toen pragmatisch opgelost: zolang elke gemeente garandeerde dat homo’s en lesbiennes er konden trouwen, kregen de zogenaamde weigerambtenaren de ruimte om hun geweten te volgen. Toenmalig Kamerlid Femke Halsema heeft zich ook voor die ruimhartige oplossing ingezet. Maar dertien jaar later was van de tolerante houding weinig meer over: een ruime Kamermeerderheid besloot de “weigerambtenaar” definitief te verbieden.’ Niet minder pijnlijk vond hij het enthousiasme waarmee een groot aantal partijen in de Tweede Kamer in 2011 vanwege het dierenwelzijn een verbod op het onverdoofd ritueel slachten wilde doorvoeren. ‘De stemming was: het moet afgelopen zijn met die gekkigheid. Terwijl het voor moslims en zeker voor orthodoxe joden ging om een kwestie van: to be or not to be. In een handomdraai dreigde een eind te worden gemaakt aan een traditie waaraan in Nederland vierhonderd jaar lang de ruimte was gegeven. Van de gemakzucht waarmee dat ging, kreeg ik het knap benauwd. Gelukkig heeft de Eerste Kamer dat voorstel uiteindelijk getorpedeerd. SGP-senator Gerrit Holdijk zei terecht: “Velen kunnen zich kennelijk beter inleven in het gevoelsleven van een kip dan dat van een gelovige”.’
Bij de Algemene Beschouwingen trok u van leer tegen minister Schippers die na haar lezing in De Rode Hoed zei dat ze had overwogen te pleiten voor afschaffing van artikel 23 van de Grondwet waarin de vrijheid van onderwijs wordt gegarandeerd, ook voor christelijke en islamitische scholen.
‘Ze zei dat ze dat toch maar niet had gedaan omdat ze anders de verkeerde mensen tegen zich in het harnas zou jagen. Dat was dus uit berekening, niet uit principe. Ik vind zulke uitspraken verontrustend. Het is typerend voor een sceptische houding tegenover religie, die langzamerhand gemeengoed is geworden.’
Ze lijken er nog steeds op uit de laatste sporen van het christendom in Nederland uit de weg te willen ruimen.
Verdenkt u partijen als de VVD, D66, de PvdA en de SP ervan de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs eigenlijk te willen afschaffen?
‘Rutte en Zijlstra hebben me tijdens de Algemene Beschouwingen verzekerd dat ze niet willen tornen aan de financiering van het bijzonder onderwijs, en Lodewijk Asscher zie ik op dit punt als een bondgenoot. Maar krachten binnen hun partijen streven er zeker naar artikel 23 op de helling te zetten. De SP zegt openlijk dat het bestrijden van segregatie belangrijker is dan de vrijheid van onderwijs. D66 beweert tegenwoordig de kwestie pragmatisch te willen benaderen, maar ik moet nog beginnen daarin te geloven. In maart nam de Kamer een motie van D66 aan die gemeenten verbood adreswijzigingen door te geven aan kerken en religieuze organisaties. Stientje van Veldhoven wil de formulering “bij de gratie Gods” uit wetsvoorstellen schrappen omdat een verwijzing naar een hogere macht niet meer van deze tijd zou zijn. Fatma Koser Kaya heeft een voorstel aangekondigd om de Zondagswet die uitgaat van rust in de ochtend af te schaffen, want lawaai op woensdag is volgens haar even erg als op zondag. Ze lijken er nog steeds op uit de laatste sporen van het christendom in Nederland uit de weg te willen ruimen.’
Gespierde uitspraken
Niet minder groot dan de breuklijn tussen gelovigen en seculieren is de kloof die tussen christenen en moslims gaapt, vindt Segers. Zo kwam de ChristenUnie tussen twee vuren te zitten toen de Syrische vluchtelingen op Nederland afkwamen, schrijft de ChristenUnie-leider in zijn boek: ‘Ook onder trouwe kerkgangers zie ik het borrelen. Nooit heb ik zoveel energie zien loskomen als het afgelopen jaar bij de vluchtelingencrisis. Duizenden gelovigen meldden zich om nieuwkomers op te vangen en gingen gedreven aan de slag. En tegelijk kreeg ik nog nooit zo veel bezorgde brieven in mijn inbox hierover en soms uiterst felle tweets in mijn tijdlijn.’
Als het om de islamitische wereld gaat, mag Gert-Jan Segers een ervaringsdeskundige worden genoemd. Van 2000 tot 2007 werkte hij voor de Gereformeerde Zendingsbond als coördinator van een vormingscentrum in Caïro. Daar maakte hij mee hoe de christelijke Kopten door de meerderheid van moslims openlijk werden geminacht. Aan de School of Advanced International Studies in Washington volgde hij de master westers-islamitische betrekkingen en het Midden-Oosten. Hij raakte in de ban van de politicoloog Samuel Huntington die een hardhandige botsing tussen de westerse en de islamitische beschaving voorspelde. In zijn boek schrijft Segers: ‘Moslims zijn mijn naasten, mijn nabijen, mijn buren, en Jezus vraagt die lief te hebben.’ Maar hij doet ook gespierde uitspraken als: ‘Ik ontkom er niet aan om te concluderen dat het hart van het evangelie en het hart van de islam haaks op elkaar staan’.

Hangjongeren
Op het terras van de Turkse Pizzeria in winkelcentrum Bellestein is inmiddels een groepje hangjongeren naast ons neergestreken voor een broodje shoarma. Langs het filiaal van het Kruidvat aan de overkant duwt een moeder in nikab een buggy voort.
Waarom staan het evangelie en de islam haaks op elkaar?
‘Bij Jezus gaan onze wegen uiteen. Door mijn ervaringen in Egypte ben ik dichter bij de moslims komen te staan, maar verder van de islam. De islamitische cultuur wordt gekenmerkt door een hardnekkige vorm van onvrijheid.’
En dat is inherent aan de islam?
‘Dat zou een hopeloze boodschap zijn. Alles kan veranderen, maar de islam staat er nu minder vrolijk voor dan honderd jaar geleden. Het ontwikkelt zich niet de goede kant op.’
In het SGP-blad ‘In Contact’ zei u drie jaar geleden: ‘In de praktijk is de mate van tolerantie omgekeerd evenredig met het percentage moslims in een land.’ Met andere woorden: hoe meer moslims, hoe minder verdraagzaamheid. Vindt u dat nog steeds?
‘Ja, dat is een harde, hè?’
De islamitische cultuur wordt gekenmerkt door een hardnekkige vorm van onvrijheid.
U keert zich tegen de islam, maar breekt ondertussen een lans voor contacten met moslims. Is dat niet een beetje verwarrend?
‘Ik heb moslimvrienden met wie ik mooie gesprekken over God en het geloof voer. Maar ik ben somber over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten waar de islam de meerderheidsgodsdienst is. Niet-moslims worden vaak als tweederangsburgers behandeld. Op afvalligheid staan zware sancties. Als iemand zich tot het christendom wil bekeren, wordt hij voor een landverrader en een familieverrader uitgemaakt. Maar in Europa zal de islam in de minderheid blijven en dat leidt vroeg of laat tot andere ideeën. Daar zal de verandering ten goede vandaan moeten komen.’
Bij de Algemene Beschouwingen deed u samen met Halbe Zijlstra van de VVD het voorstel de financiering te verbieden van moskeeën uit landen die geen godsdienstvrijheid kennen.
‘We moeten onze vrijheid verdedigen tegen ideologieën als het salafisme. In mijn tijd in Egypte heb ik van nabij gezien hoe het fundamentalisme uit rijke landen als Saoedi-Arabië en Quatar werd geïmporteerd. Als onze vrijheid ons lief is, moeten we die vrijheid ook verdedigen. Je mag wat mij betreft salafist zijn, maar geen geld aannemen uit Saoedi-Arabië. We hoeven niet de rode loper uit te rollen voor landen die zelf geen vrijheid van godsdienst hebben.’
U bedoelt: zolang Saoedi-Arabië en Quatar geen christelijke kerken toestaan, mogen ze bij ons geen moskeeën financieren?
‘Bij godsdienstvrijheid moet er sprake zijn van wederkerigheid.’
Ben je dan niet erg snel uitgepraat? Er bestaan bijna geen Arabische landen met godsdienstvrijheid.
‘Eh… je zou een uitzondering kunnen maken voor Libanon. En Turkije kende vroeger een zekere vorm van godsdienstvrijheid, maar dat is nu voorbij.’
Dus met uitzondering van Libanon mogen moskeeën geen geld meer krijgen uit de Arabische wereld, en ook niet meer uit Turkije?
‘Dat klopt, dat zou de consequentie zijn.’
Sprong naar de macht
Wie in de jaren tachtig zou hebben voorspeld dat orthodox-christelijke splinterpartijen als het GPV en de RPF ooit regeringsverantwoordelijkheid zouden gaan dragen, zou hartelijk zijn uitgelachen. Maar in 2007 traden ze, inmiddels verenigd in de ChristenUnie, onder leiding van André Rouvoet toe tot het vierde kabinet-Balkenende. Ook onder Rutte II verwierf de ChristenUnie, aangevoerd door Arie Slob, als gedoogpartner een tijd lang directe invloed op het kabinetsbeleid. De nieuwe lijsttrekker, de politieke evangelist Gert-Jan Segers, maakt geen geheim van zijn ambitie: een hernieuwde sprong naar de macht. Het is hoog tijd voor wat hij de nieuwe Pacificatie noemt, naar het historische compromis tussen seculiere en confessionele partijen waarmee in 1917 het algemeen kiesrecht en de gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs tot stand werd gebracht. De nieuwe Pacificatie moet erop neer komen dat de politieke partijen beloven elkaars overtuiging te respecteren en zich eraan committeren de breuklijnen in de samenleving te helen. Segers: ‘Als dat de missie van het nieuwe kabinet wordt, doen we héél graag mee. Wij zijn klaar om te regeren.’
Op het beruchte fietsersbruggetje van Veldhuizen hangt ook deze avond een groepje jongeren rond. Segers knoopt een praatje met ze aan en informeert belangstellend hoe het nu gaat in de wijk. Rustig, zeggen ze. Er wordt weleens wat geklierd, een beetje belletje lellen. Maar er is al een hele tijd geen auto meer in de fik gegaan. Als de jongens zich naar een trapveldje begeven om te gaan voetballen, loopt een van hen nog een eindje met Segers en de initiatiefnemers van Vredehorst mee. Verlegen vraagt hij of hij zich ook voor de multiculturele woongemeenschap kan aanmelden.

Gert-Jan Segers, Hoop voor een verdeeld land, 236 p., Uitgeverij Balans, € 18,95
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.