Genocideverdachten, uitleveren of niet? De alleingang van ‘crimefighter’ Witteveen
Moeten genocideverdachten door Nederland worden teruggestuurd naar Rwanda? Ja, zegt de IND. Nee, zegt advocaat-generaal Martin Witteveen. Ondeskundig en vooringenomen van Witteveen, zegt Justitie over de voormalige ‘golden boy’ van het OM.

Het is dinsdagochtend 11 uur. We bellen Martin Witteveen. Of hij wil meewerken aan dit verhaal. De advocaat-generaal van het Amsterdamse gerechtshof laat een stilte vallen. ‘Ik ben benieuwd wat jullie ervan maken,’ zegt hij. ‘Ik zie met belangstelling uit naar het verhaal.’ Witteveen kiest er dus voor te blijven zwijgen. Jammer voor ons, maar gelukkig zijn er twee rapporten, een memo en een reactie op een rapport van de hand van Witteveen. Ze gaan allemaal over dezelfde vraag: krijgen verdachten in genocidezaken die uit het buitenland zijn overgebracht naar Rwanda een eerlijk proces? Van de documenten zijn er twee openbaar, de rest is vertrouwelijk, maar daaruit is ruim geciteerd tijdens het hoger beroep dat afgelopen week diende bij het Haagse gerechtshof in de uitleveringszaak tegen twee van genocide verdachte Rwandezen. Vrij Nederland heeft geprobeerd de stukken via een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) in te zien, maar die verzoeken zijn tot nu toe geweigerd. Ook een verzoek tot inzage van een naar verluidt zeer kritisch verslag van een medewerker van de Nederlandse ambassade in de Rwandese hoofdstad Kigali werd afgewezen. De medewerker was bij verschillende rechtszaken tegen vermeende genocideplegers aanwezig.

Steeds kritischer