Als iemand mij van tevoren had verteld dat ik in Foon ruim driehonderd pagina’s onafgebroken zou moeten doorbrengen in het hoofd van een oude vrouw die met haar nog oudere, dementerende man in een geïsoleerd bos huist, zou ik bepaald niet direct warmgelopen zijn. In de geest gegijzeld zitten van een oude die zich vlokkerig van alles kriskras dooreen herinnert, kan van het lezen net zo’n ploegend karwei maken als je wéér moeten zetten aan een boek van een schrijver over het schrijven zelf.

De wereld blijft tenslotte groot door de nog te lezen boeken en waarom...