Als iemand mij van tevoren had verteld dat ik in Foon ruim driehonderd pagina’s onafgebroken zou moeten doorbrengen in het hoofd van een oude vrouw die met haar nog oudere, dementerende man in een geïsoleerd bos huist, zou ik bepaald niet direct warmgelopen zijn. In de geest gegijzeld zitten van een oude die zich vlokkerig van alles kriskras dooreen herinnert, kan van het lezen net zo’n ploegend karwei maken als je wéér moeten zetten aan een boek van een schrijver over het schrijven zelf.
‘Foon’ van Marente de Moor: een warm, bezwerend pleidooi voor de verbeelding

Jeroen Vullings las Foon van Marente de Moor (1972), een vertelling over twee zoölogen die onderzoek doen in een Russisch oerbos. Hun verhaal wordt gevormd door een mysterie waarbij plots harde geluiden door de oerwereld klinken, om later weer plaats te maken voor de stilte. Stilte, tot de Grote Geluiden wederom weerklinken. Alsof God met meubels schuift.


