Dit stuk stond op 23 oktober 2015 in de papieren Vrij Nederland.
Eerst: Marente de Moor (1972) heeft vast niet zelf de flaptekst van haar nieuwe verhalenbundel Gezellige verhalen geschreven. Daar komt tenslotte het woord ‘glansrijk’ in voor. Nogal aanmatigend als je dat over jezelf zegt. Maar in dat tekstje staat meer dat de wenkbrauwen omhoog doet gaan. Zo staat er dat deze AKO Literatuurprijs-winnares debuteerde in 2007 met de roman De overtreder. Pardon? Dat zou pas enigszins kloppen als er had gestaan dat ze toen literair debuteerde. Want haar eerste boek was Petersburgse vertellingen uit 1999: een bundel columns, journalistieke impressies van de desolate Russische werkelijkheid. Formeel gezien geen literatuur dus, al kun je daar misschien over twisten nu de Wit-Russische journaliste Svetlana Alexijevitsj verrassend genoeg de Nobelprijs voor Literatuur heeft gewonnen. Bovendien kun je in het geval van Marente de Moor, die betoverend kan schrijven, daarom toch met recht beweren dat haar debuut literaire non-fictie is. Feit is ook dat ze in dat eerste boek nadrukkelijk knipoogt naar de literatuur: Gogol gebruikte eerder die titel.

Wink wink-ironie
Ik was hier allemaal niet over begonnen als haar nieuwe bundel niet evenzeer in de titel aan het knipogen was. Gezellige verhalen is van een wink wink-ironie die moeilijk te missen is. Wie ‘gezellig’ serieus bezigt, laat daarmee zien dat hij, ik zeg het om niemand te schofferen heel voorzichtig, niet over bijster veel achtergrond beschikt, laat staan een geletterde. Gezellig wordt gebezigd bij een schaal Mora-frituursnacks, met Hazes op verstikkende orkaan-sterkte. Mag best, hoor, elk wat wils. Maar aan schrijvers als Gerard Reve hebben we te danken dat ons ironische pantser automatisch omgaat bij de dwang die van zulke onschuldige wansmaak kan uitgaan.
Het is dan ook geen toeval dat Gezellige verhalen knipoogt naar Reves Tien vrolijke verhalen. Ook zo’n titel die het genre benadrukt. Zo’n titel die niet door gebruik van een welgekozen citaat of door simpelweg een verhaal tot titelverhaal te benoemen, de lezer direct in de verhalen zelf stort. Een titel als Gezellige verhalen schept juist afstand. En net als Reves tien verhalen zijn die van De Moor allesbehalve vrolijk.
Fascinerende grilligheid
Ik wil niet de indruk wekken dat De Moor een epigoon is van Reve, daar is geen sprake van. Stilistisch is er een wereld van verschil tussen de (in die fase van zijn loopbaan) elementair, eenvoudig schrijvende Reve en de barokke, wervelende, fascinerende grilligheid die De Moor op papier weet te krijgen. Tegelijkertijd kan niet ontkend worden dat De Moors protagonisten – net als die van Reve – ronddarren in een aards tranendal. Wat een heerlijke bak ellende dient ze de lezer op. Wat een innig genietbare treurnis. Ze presenteert almaar wanhopige, labiele, eenzame, sociaal onaangepaste mensen die veel voor hun kiezen krijgen.
Soms kan het noodlot simpelweg aankloppen in de vorm van een andere vrouw, zoals in het verhaal ‘Josephina Bex’. Deze Josephina doet de deur van de aan huis gelegen winkel annex werkplaats open in de lunchpauze die zij en haar brave echtgenoot Bert genieten, want er wordt aangebeld. ‘Ik kom voor Egbert,’ zegt de binnendringster en Josephina begrijpt dat het om haar man Bert moet gaan…

Liefdesvriend
Dat achtste verhaal in de bundel opent met de zin: ‘Het gezelligste huis in Balkbroek was dat van Bert en Josephina Bex.’ De geconditioneerde De Moor-lezer weet dan al dat het door dat woord ‘gezellig’ grondig mis zal gaan. Geluk blijkt immers een broos goedje in het universum van deze schrijfster. Het is meestal vluchtig, of berust grofweg op bedrog.
Zo begint ze het verhaal ‘Kreupelhout’ met een intiem tafereeltje. De rugbyende liefdesvriend van Steffie ligt met een beenbreuk in het ziekenhuis. Ze komt hem daar opzoeken en ook al ligt er een oude vent in het bed naast hem, toch maakt ze gebruik van de tot gezelligheid nodende situatie en kruipt ze bij hem in bed, waar ze lekker wat van zijn haar zo dierbare zweet oplikt. Ook heeft ze een chocolade paashaas bij zich om die samen soldaat te maken, maar daar blijkt geen behoefte aan, want zijn kastje herbergt smakelijke M&M’s. Om kort te gaan, later krijgt ze een assertieve Afrikaanse vrouw aan de lijn die haar toevoegt: ‘Now you stay with that dog of yours. I’m having his baby.’ Plots begrijpt ze waarom hij alleen in de weekenden kon langskomen, de week was voor de Afrikaanse. Slotzin: ‘Ik huil een stuk in de dag en als de zon onder is zie ik in de gitzwarte blik van het keukenraam een vrouw op de vloer, haar armen om de magere borst van een hond geslagen.’
Krankjorum universum
De Moor spreidt volop haar vleugels in deze verhalen. Haar historische en culinaire interesse zijn constanten, evenals de voorkeur van haar personages voor zeer ongewone hobby’s. Maar per verhaal opent ze een nieuw krankjorum universum, dat nogal eens heel afgrondelijk van nu is, dankzij de door haar personages desperaat geraadpleegde internetsites Funda en Marktplaats. Op die laatste site pakt vooral de nieuwe functie ‘Kijk in uw wijk’ huiveringwekkend inzichtelijk in de medemens uit.
Een rijke verbeelding, dus. Zo lezen we in het ene verhaal over twee vrijgezelle tweelingbroers die een zieltogende nering in zelfgebakken vlaaien drijven; in het andere over hoe een stalkende oude man en de vroegoude vriend van de heldin elkaar de vernieling in helpen door hun correspondentie. En ook – in het krachtigste verhaal – hoe de jonge, alleenstaande Ilse een leuke klusjesman thuis op bezoek krijgt. Ze wil dat hij iets doet aan de ‘klopgeesten’. Uiteindelijk treft ze hem op zolder snikkend aan.
‘Neerplofleven’
Ik zou nu in de mij toegemeten ruimte het liefst alleen nog maar zinnen van De Moor willen citeren, want die lezen is een feest. Ze kan mensen trefzeker typeren door een achteloos lijkend neologisme als hun ‘neerplofleven’. Of neem deze schitterende metaforenrijke zin: ‘Die nacht, achter de muur van zijn rug, voelde ze dat ook hij wakker was, dat ze allebei lagen te luisteren naar de slaap die hen in de verte passeerde, alsof ze op het verkeerde perron op een trein stonden te wachten.’ Voor minder dan De Moor pagina na pagina, zin na zin genereus biedt, gooi ik al mijn hoed in de lucht.
Gezellige verhalen
Marente de Moor, Querido, 246 p., € 19,99. U kunt het boek hier bestellen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.