In oktober 1926, negentig jaar geleden, verscheen Winnie-the-Pooh van A.A. Milne en tekenaar Ernest H. Shepard. Ter gelegenheid van het jubileum mochten vier schrijvers er een hoofdstuk aan toevoegen: lente, zomer, herfst en winter.
Wanneer Eeyore, de droefgeestige ezel in Winnie-the-Pooh, op zijn gebruikelijke manier in hoofdletters gaat praten valt over Alles een Schaduw. Niets kan nog goed doen. Christopher Robin, de vriend van Eeyore, Pooh, Piglet, Tigger, Kanga, Rabbit en Owl in Winnie-the-Pooh, is gewend ‘nu en dan’ ook bij Eeyore langs te gaan in het Hundred Acre Wood waar hij, net als de andere beesten, woont. Maar vandaag heeft Christopher Robin het druk op school en kan hij ‘Not To be Disturbed’. Eeyore is zo iemand die daar onmiddellijk een sombere uitleg aan geeft: dat ‘nu en dan’ van Christopher is voor hem meteen ‘Meer Dan dan Nu’.
Wanneer Eeyore (Iejoor in de Nederlandse vertalingen van Nienke van Hichtum en Mies Bouhuys) dan maar op eigen houtje aan de wandel gaat, doet zich de ene na de andere situatie voor waar hij op zijn Eeyores op reageert. Hij heeft nog geen tien stappen gezet of ziet hij al een Iets: ‘Een Iets, dat half verborgen onder een bosje ligt. Een Iets dat op een Interessante manier glinsterde.’ Aan de kwalificatie ‘Interessante’ zie je dat Eeyore oog heeft voor Bijzondere Dingen, al weet hij in dit geval nog niet wat het is. Om hem dat te vertellen heeft hij Assistentie nodig, iemand met Hersens, zoals Rabbit. Hij wil in zulke gevallen niet iemand als de al te wijze Owl, want die brengt hem alleen maar in verwarring met veel te lange woorden. Omdat Rabbit op dat moment niet in de buurt is valt Eeyore niet veel anders te doen dan bij het Iets de wacht te houden en wat te ‘uhmen’ en te ‘ahhen’ tot er iemand langskomt.
Dit is een scène uit het eerste van de vier hoofdstukken van The Best Bear in All the World, het vervolg op Winnie-the-Pooh en The House at Pooh Corner dat vier schrijvers met toestemming van de erfgenamen mochten schrijven ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van het boek dat Harry Potter in Engeland verslaat als meest geliefde kinderboek.

Elk hoofdstuk beslaat een seizoen. Een vervolg op zo’n klassieke tekst is een delicate aangelegenheid. Maar het is niet de eerste keer als het om Winnie-the-Pooh gaat. In 2009 mocht David Benedictus het doen in Return to the Hundred Acre Wood. Hij bracht het er niet slecht af, maar sloeg de plank soms ook mis, zoals in hoofdstuk 10 waarin Christopher Robin zijn dierenvrienden gaat uitleggen hoe cricket werkt. Dat wordt een toestand waar Pooh, die geen beroep kon doen op zijn Intuïtie, met zijn beperkte verstand duizelig van wordt. Maar daar staat hoofdstuk 5 tegenover. Daarin wordt een beroep gedaan op het mededogen van de lezer omdat Pooh ernstig gebrek heeft aan honing. Dat levert een dramatisch kijkje op in een ‘honeyless Bear’.
Karakteristiek voor Winnie-the-Pooh is de bijna taoïstische humor. Christopher Robin en Pooh zijn vaak niks aan het doen. Dat moet wel gezien worden, anders mist men de filosofische basis van het verhaal. Ze lopen maar een beetje voor zich uit, van hier naar daar, maar niet speciaal ergens naar toe: ‘they walked here and there but nowhere in particular.’ Ze lopen zich beslist niet te vervelen. Het gaat hier om een ‘stroll’, wat heen en weer kuieren, een situatie tussen iets en niets in. Vanuit deze tussentijd, met veel uhm’s en ah’s, ontstaat iets, of er gebeurt iets, maar het kan ook lang bij Niets blijven.
Dat dramatische hoofdstuk 5 in Return to the Hundred Acre Wood, waarin Pooh zo’n gebrek heeft aan honing, begint zo: ‘One morning when Winnie-the-Pooh was Doing Nothing Very Much, but doing it rather well, he thought he would call his old friend Christopher Robin and see whether he was doing anything. If not, perhaps they could do nothing together, because there are few things nicer than doing nothing with a friend.’
Dat Pooh het niets-doen zo goed afgaat verklaart waarom hij zo vaak Goede Ideeën heeft.
Hij heeft misschien niet veel hersens, maar wel een geweldige Intuïtie. Dat Pooh het niets-doen zo goed afgaat verklaart waarom hij zo vaak Goede Ideeën heeft. Hij heeft misschien niet veel hersens, maar wel een geweldige Intuïtie. Voorwaarde voor zo’n intuïtie is de ruimte die zij krijgt. Die intuïtie moet ingebed zijn in Niets, door niets worden gestoord, zodat ze spontaan kan opkomen. In het tweede hoofdstuk van The Best Bear of All the World, geschreven door Brian Sibley, komt de werking van zo’n intuïtieve inval voor. Pooh loopt daarin door de sneeuw en voelt een hum opkomen, een versje dat ‘could be happily hummed in snowy weather’. Het versje gaat uiteraard over de sneeuw, maar wat Pooh zo bevalt is dat het rijmwoord dat hij in de laatste regel nodig heeft net op tijd in hem opkomt, precies op het moment dat hij het nodig had: ‘Pooh was very pleased that a rhyme had come along just in time to meet the last line as it arrived.’ Zo werkt de intuïtie van Pooh: vanuit het Niets.

Bijzonder aan The Best Bear of All the World is dat Pooh, Piglet, Tigger, Kanga, Owl en Rabbit er voor de winter, voor één seizoen, een vriend bij krijgen: Penguin. Deze uitbreiding van Christopher Robins vriendenschaar is ook niet helemaal nieuw want in Return to the Hundred Acre Wood verscheen Lottie the Otter als nieuwe gast. Dat was een parmantig type dat meteen de dienst in het bos wilde gaan uitmaken. Ze stootte bijna Rabbit, bekend als ‘the most sensible animal’ van het bos, van zijn plaats.
De humeurige Owl is, zoals wel vaker, niet erg behulpzaam. Hij wil Penguin niet tot de vogels rekenen, daarvoor heeft hij te kleine vleugels.
Penguin, die weer een geheel eigen etiquette meeneemt, stelt zich uiterst bescheiden op. Hij verschijnt in dit vervolg omdat er een foto opdook waarop de echte Christopher Robin, de zoon van de schrijver A.A. Milne, als tweejarige met zijn vader staat, geflankeerd door Pooh en een Penguin. Hij is dus geen vreemde, hij behoort echt tot Christophers verzameling. Maar verlegen is hij wel. ‘He needs’ volgens Christopher Robin ‘Bringing Out of Himself’. Omdat hij niet zo in zichzelf opgesloten moet blijven gaat Pooh met hem naar Owl. Misschien dat die hem op zijn gemak kan stellen, hij heeft immers ook vleugels. Maar de humeurige Owl is, zoals wel vaker, niet erg behulpzaam. Hij wil Penguin niet tot de vogels rekenen, daarvoor heeft hij te kleine vleugels. Los komt Penguin pas als hij met zijn gladde buik als slee gebruikt kan worden om met Knorretje de heuvel af te glijden. Wanneer Pooh hem uitnodigt om bij hem thuis iets te eten zegt Penguin dat hij niet echt ‘an indoors kind of bird’ is. Waarop Pooh zich een slimme beer betoont door voor Penguin een speciale winterse ‘out of doors picnic’ te bedenken: buiten de deur smaakt immers alles altijd beter, zegt hij.

Heel aardig is het lente-hoofdstuk van Jeanne Willis over Eeyore die denkt dat er een Andere Ezel in het bos rondloopt die de lekkerste distels voor zijn neus wegkaapt. Alle vrienden van Christopher Robin en Pooh gaan op zoek naar die Andere Ezel, maar zonder resultaat. Tot ze Eeyore eens goed aan de tand voelen over die Andere. Dan blijkt dat het een ezel is met een glimlach, en dan kan het Eeyore zelf niet zijn want die lacht nooit. Waar heeft hij hem dan gezien? In de vijver, bekent Eeyore. Doorvragen leidt er toe dat Eeyore zijn lachende zelf in het spiegelende water heeft gezien op het moment dat hij ongewild moest glimlachen tijdens het eten van een lekkere distel. Het kwam niet in zijn hoofd op dat hij het zelf was die hij als Narcissus in het water zag. Die Andere Ezel ‘was looking far to pleased for my liking.’

In vergelijking met de Pooh-boeken van A.A. Milne zelf zijn de twee vervolgen iets te vlot geschreven. Het is allemaal trager en subtieler bij Milne, het doen en niets-doen is ongedwongener. Bij Milne is alles argeloos geschreven. De vervolgers weten welke elementen er in moeten zitten om het echte vervolgen te laten zijn. Daar wordt heel adequaat mee om gegaan. Het herkennen van de vaste gewoonten en eigenschappen van Pooh, Piglet, de springerige Tigger en alle andere beesten is niettemin heel bevredigend. David Benedictus paste zich iets te veel aan aan de verwachtingen van kinderen door een Festival in het bos te bedenken. Daarbij kwamen kinderclichés te voorschijn die niet bij Pooh passen.
Maar deze geautoriseerde vervolgen op Winnie-the-Pooh zijn natuurlijk heilig in vergelijking met de adapties die Walt Disney ervan gemaakt heeft. De nieuwe illustrator, Mark Burgess die ook Return to the Hundred Acre Wood adequaat heeft getekend, zet de onvergelijkbare stijl van Ernest H. Shepard voort. Maar met kleine afwijkingen, zodat het geen imitatie wordt. De houdingen die Pooh aanneemt, de mate waarin zijn neus in de lucht staat, de plaats van zijn armen op zijn rug wanneer hij voortstommelt, de hoeveelheid neus die hij in de honingpot steekt: dat is allemaal goed getroffen. Ook Eeyore, Piglet en de spring-in-‘t veld Tigger komen er goed vanaf. Ik denk dat zelfs Eeyore zou glimlachen als hij The Best Bear in All the World zou zien.
The Best Bear in All the World, vier door A.A. Milne en Ernest H. Shepard geïnspireerde verhalen van Paul Bright, Brian Sibley, Jeanne Willis en Kate Saunders, met tekeningen van Mark Burgess, is uitgegeven door Egmont Press, Londen. U kunt het boek hier bestellen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.