Evelien Gans onderzocht onvermoeibaar en gedreven de positie van joden in de Nederlandse samenleving in heden en verleden en was alert op het gevaar van hernieuwd antisemitisme en andere vormen van racisme. Als wetenschapper wees ze op hedendaagse antisemitische stereotypen en vooroordelen en schetste de achtergrond ervan. Ze ging ook in debat met degenen zich in haar ogen schuldig maakten aan de nivellering in de geschiedschrijving over de Holocaust, ‘het vervagen van de grenzen tussen daders, slachtoffers, omstanders, medeplichtigen’.

Haar betrokkenheid bij het onderwerp had ongetwijfeld te maken met haar eigen familiegeschiedenis. Ze kwam uit een atheïstisch gezin waarin de jodenvervolging diepe sporen had getrokken. Haar vader overleefde doordat hij was ondergedoken, zijn broer en diens gezin kwamen om. Hij voelde zich door de nazi’s tot jood gemaakt en wilde er na de oorlog dus niets meer van weten. Ze is geboren is in New York, waar haar ouders vanuit Nederland naartoe verhuisden nadat de Korea-oorlog was uitgebroken en haar vader de Derde Wereldoorlog vreesde. Haar jeugd werd gekenmerkt door het grote aantal verhuizingen – het leek wel, zei ze, of het gezin de gang van vader Gans langs dertien onderduikadressen in de Tweede Wereldoorlog nog eens wilde overdoen. Evelien verdiepte zich na een periode als linkse activiste in de kraakbeweging – ze werd gearresteerd tijdens de Nieuwmarkt-ontruiming en was bij de strijd om de Grote Keyser en de Vondelstraat – in de geschiedenis van het jodendom.

In 1994 publiceerde ze Gojse nijd & joods narcisme. Over de verhouding tussen joden en niet-joden in Nederland. Vanwege dat boek kwam ze in conflict met filmer/publicist Theo van Gogh, die haar seksuele fantasieën toedichtte over de nazi-arts Mengele. In 2016 verscheen haar standaardwerk over Nederlands antisemitisme The Holocaust, Israel and ’the Jew’. Histories of antisemitism in postwar Dutch society dat ze samenstelde met haar collega Remco Ensel.

Wij spraken een halfjaar geleden uitgebreid met Evelien Gans over dat boek, naar aanleiding van een reeks incidenten die wezen op de opkomst van nieuwe vormen van antisemitisme, maar ook van het stigmatiseren van andere minderheden, die ze minstens zo gevaarlijk vond. De kenmerken van de stereotype jood bleken volgens Gans maar al te gemakkelijk overdraagbaar op andere minderheden, zoals moslims en vluchtelingen. Ze maakte zich druk over het selectieve filosemitisme en ‘anti-antisemitische enthousiasme’ van Geert Wilders, zoals ze ook kritisch stond tegenover de Israëlische politiek.

Voordat we na een urenlang gesprek haar woning in Amsterdam-West verlieten, vertelde Evelien Gans dat ze had besloten om het multiculturele debat de komende tijd links te laten liggen en zich voluit te werpen op het tweede deel van de dubbelbiografie over historicus-dichter Jaap Meijer (1912-1993) en zijn zoon, journalist-schrijver-performer Ischa Meijer (1943-1995). Na deel één, dat ruim tien jaar geleden verscheen, was deel twee, Ischa en Jaap Meijer: een joodse geschiedenis 1956-1995, een boek om naar uit te kijken. ‘Nu uitblazen en februari gebruiken om me startklaar te maken voor Ischa en Jaap,’ schreef ze in het briefje dat ze ons stuurde naar aanleiding van het interview in Vrij Nederland. Helaas is de tijd die ze zichzelf heeft gegund voor het voltooien van haar meesterwerk te kort geweest.