Er komt zoveel uit ‘Brussel’ dat men is gaan denken dat Europa in Brussel woont en dus samenvalt met Europese regels, economie en landbouwsubsidies. Dat is een grote vergissing.

Het is heel verleidelijk om tegenwoordig de beroemde uitspraak van Huizinga in In de schaduwen van morgen te citeren: dat we in ‘een bezeten wereld leven’ en dat het voor niemand onverwacht zou komen ‘als de waanzin eensklaps uitbrak in razernij.’ Met de oorlogen in Syrië en Irak, de barbarij van IS, de vreemdelingenhaat en de terroristische aanslagen op verschillende plaatsen in de wereld lijkt daar alle aanleiding voor. Maar de wereld ziet er nu anders uit dan in Huizinga’s 1935. De huidige wereld is niet eenduidig bezeten, hoezeer het ook voor de hand ligt dat dit beeld ontstaat door wat we op de televisie zien. De huidige wereld is aan de ene kant bezeten en aan de andere kant een wonder van verstand en redelijkheid, aan de ene kant bestookt door geweldadige groepen idioten, aan de andere kant beheerst door generositeit in de geest van Angela Merkel.

Rob Riemen, de directeur van het Nexus Instituut, citeert Huizinga in zijn voorwoord van het boek met essays dat onder de titel De terugkeer van Europa verschijnt, ter gelegenheid van het zeventigste nummer van het tijdschrift Nexus. Riemen doet er nog een schepje bovenop wanneer hij schrijft dat enkele miljoenen mensen in januari de straat op gingen om zich solidair te verklaren met Charlie Hebdo, maar dat er nog geen duizend de straat op gingen om ‘Je suis Européen!’ te roepen. Dat zou volgens Riemen te maken hebben met ‘het intellectuele en morele failliet van de Europese Unie’. Europa zou ‘vergeten’ zijn en het is ‘een dwaasheid’ geweest te denken dat 500 miljoen mensen hun identiteit kunnen ontlenen aan ‘enkel economische belangen en politieke waarden.’

Wie in Europa denkt dat Europa haar identiteit alleen kan ontlenen aan economische belangen en politieke waarden? Niemand, zelfs de koudste econoom en de hobbesiaanste politicus zal dit openlijk zeggen. Dat Europa wel erg veel met economie en financieën wordt geassocieerd heeft alles te maken met de financiële crisis die ontstond en die alle aandacht opeiste. Er is over het algemeen wel erg veel aandacht voor ‘Brussel’, maar het is een vergissing te denken dat Europa zich in Brussel en Straatsburg ophoudt.

Zoals Nederland niet in Den Haag woont, zo woont Europa niet in Brussel.

Europa bevindt zich maar een heel klein beetje in Brussel, een mespuntje, maar wél in Praag, Berlijn, Milaan, Rome, Madrid, Amsterdam, Dublin, Kopenhagen, Salzburg, Nice, Londen, Cambridge, Mons en alle andere grote en kleine steden waar cultuur voortgebracht wordt. Cultuur (en daar vallen ook handel en reizen onder) is alles wat grenzen overschrijdt en door iedereen begrepen kan worden, ondanks de verschillen. Europa is helemaal niet failliet zolang er Europese orkesten bestaan, de Unesco bestaat, uitwisselingsprogramma’s als Erasmus voor studenten, Europese hoofdsteden, Europese prijzen, beurzen, festivals, concerten, congressen, tijdschriften, symposia en tentoonstellingen. In deze wereld, waarin dagelijks aan culturele, literaire, muzikale en kunstzinnige kruisbestuiving wordt gedaan, bevindt zich Europa en nergens anders: ubi ars, ibi patri, waar de kunst, daar het vaderland. Zoals Nederland niet in Den Haag woont, zo woont Europa niet in Brussel. Waar het om gaat is dat deze grensoverschrijdingen levend worden gehouden, uitgebreid en geïntensiveerd.

In De terugkeer van Europa staan zevenentwintig essays van levende Europeanen als Javier Marías, Philipp Blom, Adam Zagajewski, Colm Tóibín, Timothy Garton Ash, Caroline de Gruyter en Tariq Ramadan. En negen toespraken en essays uit de geschiedenis van de Europese gedachte van Robert Musil, Stefan Zweig, Joseph Roth, Stephen Spender en Winston Churchill. En van Victor Hugo die in een vooruitziende, ongegeneerd optimistische toespraak uit 1849, voorspelt dat ‘u Rusland, Italië, Engeland, Duitsland, u allen, naties van dit continent, hecht zult opgaan in één hogere eenheid zonder uw afzonderlijke eigenschappen en uw glorieuze eigenheid te verliezen, en u de Europese broederschap zult vormen, precies zoals Normandië, Bretagne, Bourgondië, Lotharingen, de Elzas, al onze provincies zijn opgegaan in Frankrijk.’

Aan deze toespraak ontleende Frans Timmermans de titel van zijn pamflet over meer verbondenheid in Europa, Broederschap. Daar is niets ‘idealistisch’ aan zoals Sebastien Valkenberg denkt in een warrig columnistisch flodderstukje dat als een heuse ‘coverstory’ over twee pagina’s in NRC van 12 december werd opgemaakt, ook nog voorzien van buitenproportionele tekeningen. Valkenberg verwijt Timmermans vaagheid, maar Timmermans is – voor iemand een pleidooi houdt voor meer solidariteit zodat het probleem van de vluchtelingen gezamenlijk opgelost wordt en niet blijft steken in het moeras van onwil – helemaal niet zo vaag. Zoals hij zich in de dagelijkse praktijk van het vice-voorzitterschap van de Europese Commissie weinig vaagheid kan permitteren, zo houdt hij in zijn pamflet geen vage praatjes. Timmermans bevindt zich niet in ‘de veilige ideeënhemel’: hij heeft het over grenzen stellen, over de noodzaak het midden te versterken, over het gevaar van de ‘herzuiling’, dat met de Europese waarden niet gemarchandeerd kan worden, dat we uit de buurt van het hobbesiaanse mensbeeld moeten blijven, dat we, met Camus, door de ogen van andere mensen moeten proberen te kijken, dat de wereld maakbaar is, maar niet op de manier van de xenofobe partijen, dat hij niet per se vraagt om instemming, maar benieuwd is naar tegenspraak.

De overtuigendste Europeanen die in De terugkeer van Europa schrijven zijn degenen die voor enige tegenspraak zorgen. Zij kunnen Europa alleen maar zien als het continent waar door de eeuwen heen zowel het hoogste als het laagste beschavingspeil werd gerealiseerd. Eén gezicht van Europa kunnen ze zich moeilijk voor de geest halen. Auteurs die, zoals de operazanger en voorzitter van de erfgoedorganisatie Europa Nostra Plácido Domingo, het hebben over hun ‘trots Europeaan te zijn’, strijken de geschiedenis te glad. Uitgerekend zijn rechterhand, de vice-voorzitter van Europa Nostra, Costa Carras, is zich ervan bewust dat je niet zo eenduidig over Europa kunt denken: ‘wij Europeanen zijn verantwoordelijk voor veel goeds’, schrijft hij, ‘maar ook voor veel kwaads. Dit kwaad maakt deel uit van ons erfgoed.’

Ook Philipp Blom, de schrijver van onder meer De vergeten radicalen van de Verlichting, denkt bij Europa niet alleen aan Leonardo de Vinci of Petrarca: ‘Verzonken in zijn culturele geheugen liggen ook de kruistochten en burgeroorlogen, onderdrukking, revoluties en nationalisme, genociden en inquisitie, kolonialisme en dictatuur.’ Ook Adam Zamoyski, schrijver van 1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou, is zich hier van bewust: ‘Europa dankt zijn bestaan aan conflicten’ en ‘Wij zijn evengoed het product van “barbaarse” krachten als van de nalatenschap van Athene en Jeruzalem.’

Het lijkt me dan ook sterk dat de postkoloniale denker Achille Mbene, de schrijver van Kritiek van de zwarte rede, gelijk heeft. Uit de losse pols verklaarde hij in NRC van 11 december over Europa (dat wil zeggen: Duitsland, Polen, Oostenrijk, Italië, Zwitserland, Spanje, Frankrijk, Nederland, Noorwegen, Tsjechië, Denemarken, Finland, Hongarije etcetera): ‘Europa is moe, uitgeput, zelfvoldaan’. Vreemd dat ik daar niets van gemerkt heb.