Als journalist volg ik de verduurzaming al bijna twintig jaar. Ik schreef over cradle-to-cradle, de waterstofeconomie, klimaatvluchtelingen, transition towns, de invloed van vleesconsumptie op de CO2-uitstoot, you name it. Van dichtbij heb ik gezien hoe onderwerpen rondom de duurzame energie doorbraken naar een groter publiek.

En net toen niemand het meer verwachtte, drong het onderwerp zelfs door tot Mark Rutte. Aan het Binnenhof wordt nu eindelijk werk gemaakt van een ambitieus klimaatbeleid. Wel is de glans er een beetje af, nu is gebleken dat sommige van de sectortafels te vrijblijvend werk hebben geleverd, dat door de rekenmeesters onmogelijk valt te beoordelen.

Terwijl de belangstelling voor de energietransitie groeide en de overheidsplannen duidelijker werden, werd het steeds onduidelijker of we nu wel of niet konden afkicken van onze verslaving aan fossiele brandstoffen. De ene dag lezen we dat de overgang naar duurzame bronnen heel goed mogelijk is, als we het maar willen, en dat die ook nog prima betaalbaar is – ja, zelfs goed is voor de economie. De andere dag wordt gewezen op een technische hindernis die zo’n overgang fundamenteel belemmert waardoor de hele transitie een economische ramp van immense proporties zal zijn.

Wat en wie moeten we nu geloven?

energietransitie

Optimisten en zwartkijkers

Toen ik me had voorgenomen een boek over de energietransitie te schrijven, worstelde ik gaandeweg met steeds meer vragen. Is het nu wel of niet haalbaar om de samenleving in grote mate te elektrificeren en de stroom voornamelijk te halen uit duurzame bronnen als zon, wind en biomassa? Is dat nu wel of niet betaalbaar? Kan zo’n transitie snel of duurt zoiets lang?

Advertentie

Advertentie

Mijn worsteling met deze basale vragen kwam niet in de laatste plaats doordat ik me begon te realiseren dat ik lange tijd vrij naïef was geweest in mijn vertrouwen in de overgang van fossiel naar duurzaam. Het blijkt dat je de mondiale opwarming niet zomaar eventjes stopt door wat zuiniger te zijn en steeds meer windmolens bij te bouwen en zonnepanelen te plaatsen.

Weerman Gerrit Hiemstra noemde het een goed idee als alleen jongeren tot 30 jaar nog zouden mogen stemmen over het klimaatbeleid, want: ‘De toekomst is aan hen.’

Ook zag ik in dat er geen helder en eenduidig antwoord op deze vragen bestaat. Het hangt vooral af van wat je leest. In de ene bubbel (Trouw, De Correspondent, de Twitter-feed van een activist als Jan Rotmans) lezen we over de successen en potentie van sympathieke voorlopers, meedenkende actiegroepen en initiatiefrijke burgers. Die can-do-mentaliteit, dat optimisme over verandering: het is buitengewoon aanstekelijk. Maar: is het niet ook wat kortzichtig?

In de andere bubbel (Elsevier Weekblad, De Telegraaf) wordt soms stevig tegengestribbeld. Hier is veel aandacht voor de technische struikelblokken en de economische onhaalbaarheid. Het ziet er bij vlagen uit als de nukkigheid van een zwartkijker die halsstarrig weigert met zijn tijd mee te gaan. Maar: hebben ze niet toch een punt?

‘Warmtepompmaffia’

Het debat is verhit en soms vermoeiend. Het is ook flink uit de hand gelopen, met populisten en populaire blogs die spreken van een ‘klimaatelite’ en een ‘warmtepompmaffia’ die profiteert van zelfbedachte fiscale maatregelen ten koste van de rest. En dan was er deze zomer nog de dreigbrief van burgers uit Groningen en Drenthe die protesteren tegen de komst van windmolens op ‘hun’ akkers die het uitzicht zouden verpesten.

Aan de kant van de aanjagers wordt intussen gezucht en geklaagd over zoveel weerstand in de samenleving. Een Volkskrant-columnist verzuchtte dat we niet democraten, maar autocraten nodig hebben om iets aan het klimaat te doen. Weerman Gerrit Hiemstra noemde het een goed idee als alleen jongeren tot 30 jaar nog zouden mogen stemmen over het klimaatbeleid, want: ‘De toekomst is aan hen.’

energietransitie

Het viel me steeds meer op dat er veel vooringenomenheid bestaat bij alle deelnemers aan dit debat, zowel bij de pleitbezorgers als bij de tegenstanders. Hun woordkeuze en argumenten zijn soms onjuist, of ze baseren zich op dubieuze aannames. En ze preken vooral voor eigen parochie, waar dus weinig inhoudelijke tegenstand is, stevig vasthoudend aan hun eigen overtuigingen.

Met het risico dat ik me aan precies hetzelfde bezondig, besloot ik lezers mee te nemen in mijn eigen twijfels en ze wegwijs te maken in dit sterk gepolariseerde debat. In De energietransitie probeer ik gekleurde redeneringen te herkennen en het speelveld enigszins te overzien.

Ik heb veel geleerd van mijn eigen zoektocht. Hieronder een kleine greep uit mijn inzichten.

De 27 handzame lessen

1. Op sommige momenten leveren in sommige landen, zoals Duitsland en Denemarken, duurzame bronnen (zon, wind, biomassa, waterkracht) 100 procent van de vraag naar elektriciteit. Dat leidt wel eens tot krantenberichten met citaten van deskundigen die zeggen dat dit het bewijs is van een ‘historische doorbraak’ en een ‘nieuw tijdperk’. Maar deze momenten verdienen wel precisering, ontdekte ik, want het blijkt dan vaak ’s nachts of een feestdag, oftewel momenten waarop de energievraag heel laag is.

2. Bovendien gaat het bij zonnepanelen en windmolens alleen om elektriciteit, en elektriciteit beslaat momenteel niet meer dan zo’n 20 procent van het totale energieverbruik. De rest is voor warmte, transport en industrie.

3. Op dit moment bestaat er nog geen schaalbare, betaalbare mogelijkheid om de stroom uit zonnepanelen en windmolens langdurig op te slaan in batterijen, of om te zetten waterstof, of om vraag en aanbod slim op elkaar af te stemmen in een hypermodern smart grid. Volgens experts is er nog een lange weg te gaan om daar te komen.

4. In toekomstscenario’s die voorrekenen dat een duurzame energievoorziening binnen handbereik is, wordt aangenomen dat zo’n oplossing bestaat. En wanneer deze scenario’s wél uitgaan van de huidige stand van de technologie, houden ze geen rekening met de praktische of financiële haalbaarheid.

5. Een andere aanname in dergelijke scenario’s is dat het energieverbruik opeens een stuk lager is dan experts verwachten dat die zal zijn. In westerse landen zijn er dan ongekende prestaties op het gebied van efficiency en besparing, en in arme en opkomende landen zou de energiebehoefte niet noemenswaardig toenemen ondanks de voorspelde groei in bevolking en economie.

6. Energietransities kunnen snel gaan. Na de ontdekking van het Groningse gasveld in 1959 werd aardgas in slechts twaalf jaar tijd een bron die de helft van alle energie in Nederland leverde. Nadat de Fransen in 1962 hun eerste kerncentrale openden, duurde het nog geen twintig jaar voordat kernenergie in hun land de belangrijkste bron van elektriciteit werd.

7. Op grotere schaal wordt het lastiger om zulke snelle veranderingen te bereiken. Dan verloopt het allemaal wat trager, simpelweg omdat onze huidige beschaving afhankelijk is van activiteiten en processen die op elkaar aansluiten – en die zijn nog altijd grotendeels gebaseerd of fossiele brandstoffen.

8. Al enkele tientallen jaren schommelt het aandeel fossiele brandstoffen in het totale energieverbruik in de wereld rond de 80 procent, met slechts marginale fluctuaties. De wereld, die in die tijd steeds meer energie is gaan produceren en verbruiken, is vandaag dus minstens zo afhankelijk van fossiel als dertig jaar geleden.

Het aandeel energie in de wereld uit zonnepanelen en windmolens is ongeveer 1 procent.

9. Het aandeel energie in de wereld uit zonnepanelen en windmolens is ongeveer 1 procent.

10. De prijs van zonnepanelen en windmolens gaat voortdurend omlaag, net als de prijs van zonnestroom en windstroom, maar zonne- en windenergie verhogen de prijs van elektriciteit. De reden: het grootste deel van de elektriciteitsrekening bestaat uit kosten voor het netbeheer (vastrecht, aansluitkosten, meterhuur) en heffingen (energiebelasting, Opslag Duurzame Energie, btw). Dergelijke kosten lopen op, onder meer vanwege groene subsidies en de aanpassing en uitbreiding van het elektriciteitsnet.

11. Binnen Europa gelden Denemarken en Duitsland als de pioniers van de energietransitie, waar al jaren vol wordt ingezet op energie uit zon en wind. In deze landen zijn de prijzen voor elektriciteit het hoogst in heel Europa.

12. Meer weetjes over gidsland Duitsland:
– Zo’n 40 procent van de elektriciteit in Duitsland komt van kolencentrales.
– Ongeveer de helft daarvan is afkomstig van verbranding van bruinkool, dat bekendstaat als de meest vervuilende fossiele brandstof.
– Duizenden jaren oude bossen worden gekapt en hele dorpen ontruimd, zodat gigantische graafmachines in dagbouw bruinkool kunnen ontginnen.
– Zeven van Europa’s meest vervuilende kolencentrales staan in Duitsland.
– De CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking in Duitsland daalt al jaren niet noemenswaardig.
– De Duitsers zijn verantwoordelijk voor 20 procent van alle uitstoot in de Europese Unie: twee keer zoveel als de Fransen. Feitelijk is Duitsland Europa’s grootste klimaatvervuiler.

13. Iedere energietransitie kan altijd rekenen op argwaan en verzet.

14. Elke energiebron heeft een vermogensdichtheid, uitgedrukt in watt per vierkante meter. Vaclav Smil, een gerenommeerde energie-expert, kwam op basis van eigen berekeningen met een lijstje, waarbij biomassa onderaan bungelt met ongeveer 0,5 watt per vierkante meter (W/m2). Voor windenergie is dat de ondergrens, met 1,5 W/m2 als maximum. Zonnepanelen komen ergens uit tussen de 4 en 9 W/m2. Critici vinden die cijfers te conservatief, maar ook hun eigen cijfers steken schril af bij de vermogensdichtheid van fossiele brandstoffen: voor steenkool tussen de 100 en 1000 W/m2 en voor aardgas tussen de 200 en 2000 W/m2.

Zonder kernenergie gaat het ons ook niet lukken.

15. Met alleen nationale ambities, maar zonder internationaal beleid gaat het ons niet lukken om de mondiale opwarming binnen de perken te houden.

16. Zonder kernenergie gaat het ons trouwens ook niet lukken. Als we niet of nauwelijks de CO2-vrije energie uit kerncentrales gebruiken, laten we een enorme kans liggen. Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, schetste onlangs diverse scenario’s waarin de mondiale opwarming onder de anderhalve graad Celsius zou blijven en concludeerde, met enige tegenzin, dat kernenergie in elk van die scenario’s zou toenemen.

17. Weet u nog, dat eerste ‘subsidieloze’ windpark, eerder dit jaar? Dat was gerekend buiten de kosten die de netbeheerder had gemaakt om voor de kust een ‘stopcontact’ te plaatsen, waarop de windmolens konden worden aangesloten. Normaal gesproken vormt de aansluiting op het net een flinke kostenpost voor een nieuw windpark. De Algemene Rekenkamer berekende dat de kosten van de aansluiting op het landelijk netwerk ruim een derde van de energieprijs beslaan. Daarom concludeerde dit onafhankelijke orgaan dat er voorlopig nog geen sprake is van windparken zonder subsidie.

18. De mondiale CO2-uitstoot stijgt al jaren, ondanks de spectaculaire toename in subsidies voor en investeringen in duurzame energie uit zon en wind. Mijn conclusie: die technieken zijn niet goed genoeg.

19. Een verstandig klimaatbeleid is er niet op gericht om specifieke technieken, zoals zonnepanelen en windmolens, te bevorderen (via subsidies, belastingvoordelen, gegarandeerde prijzen of gunstige financieringsvoorwaarden), maar algemeen gericht op CO2-reductie. Beleid moet sturen op het doel, niet een mogelijk middel.

20. Zowel de scheepvaart met zijn zwaar vervuilende stookolie als de luchtvaart met zijn zwaar vervuilende kerosine worden ontzien in de politieke plannen voor een energietransitie.

21. De beste batterij voor opslag van groene stroom is de Tesla Powerwall, omschreven als ‘compact’ en ‘betaalbaar’ (6500 euro). Hiermee kun je 14 kWh opslaan, ongeveer genoeg voor een dag stroomverbruik van een gemiddeld gezin in Nederland met drie kinderen. Het totale verbruik van elektriciteit in Nederland is de laatste jaren vrij stabiel, rond 120 miljard kWh. Een maand zonder enige opwekking van duurzame energie is onrealistisch, maar laten we ervan uitgaan dat je in de winter een maand stroomopslag nodig hebt, wanneer álle stroom van zon en wind zou moeten komen. Met wat opslag- en omzettingsverliezen kom je dan in het gunstige geval op ongeveer een miljard Tesla Powerwalls. De kosten voor een maand stroomopslag zijn dan 6500 miljard euro, exclusief btw. Zet al die batterijen voor Nederland achter elkaar en je hebt een rij van 1 miljoen kilometer: van de aarde tot aan de maan en weer terug.

Slechts een derde van de Nederlanders, meldt opnieuw het SCP, heeft vertrouwen in overheidsinformatie over klimaatverandering.

22. In een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit 2016 werd deze stelling voorgelegd: ‘Nederland moet veel sneller dan nu het geval is het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen.’ Nog niet eens de helft was het daarmee eens.

23. In andere, periodieke opinieonderzoeken van het SCP wordt respondenten gevraagd spontaan woorden op te schrijven die hen te binnen schieten als hen wordt gevraagd naar het belangrijkste maatschappelijke probleem. Het percentage dat ‘klimaat’, ‘energie’ of ‘duurzaamheid’ noemt, schommelt al jaren rond 1 tot 2 procent.

24. Slechts een derde van de Nederlanders, meldt opnieuw het SCP, heeft vertrouwen in overheidsinformatie over klimaatverandering, duurzame energie en de energietransitie. Ter vergelijking: bij vaccinaties vertrouwt meer dan 60 procent de overheid.

25. Bij eerdere energietransities verruilden we zwakke, logge bronnen voor alternatieven die bij hetzelfde volume veel meer energie opleveren. Het hout dat we eeuwen geleden kapten, had veel land nodig. Een blok hout geeft bij verbranding veel minder energie die eenzelfde hoeveelheid steenkool opbrengt. Anders gezegd: de energiedichtheid van hout is laag. Toen we overstapten op fossiele brandstoffen en kernenergie, werd dat anders: bij steenkool, olie, aardgas en uranium had je telkens minder nodig om steeds meer energie op te wekken. Met onze huidige voorkeur voor zon en wind maken we een einde aan die beweging naar steeds grotere efficiëntie, een steeds hogere energiedichtheid en een groter gemak. We zullen met zon en wind juist meer land en meer materialen nodig hebben voor wat voorlopig een minder stabiele energievoorziening is.

26. Geen enkele energiebron is perfect. Alle energiebronnen hebben voor- en nadelen, plussen en minnen. Fossiel, duurzaam, kernenergie, alles… De kunst is om voor elke bron nuchter de balans op te maken.

27. In het debat over het klimaatbeleid rekent iedereen alles naar zichzelf toe.

Marco Visscher: De energietransitie: Naar een fossielvrije toekomst, maar hoe?, uitgeverij Nieuw Amsterdam, €16,99.

Correctie 5/11: In een eerdere versie van dit stuk stond dat de Twitter-feed van Remco de Boer bij de bubbel van Elsevier Weekblad en De Telegraaf hoorde. Dit was incorrect en is aangepast.