E-reader test

Carel Peeters, Piet Gerbrandy, Lisa Kuitert& Yra van Dijk

25-07-2009
Door Lisa Kuitert, Yra van Dijk, Piet Gerbrandy, Carel Peeters

Gaan we binnenkort allemaal massaal aan het elektronische boek? Of wordt de e-reader een flop? Hoe werkt zo’n ding eigenlijk? Dichter/classicus Piet Gerbrandy, neerlandica/nrc-recensente Yra van Dijk en VN-redacteur Carel Peeters doen een test, hoogleraar boekwetenschap Lisa Kuitert leidt in.

Yra van Dijk: Het gebeurt niet

Als ik de e-reader uit de doos haal, droom ik spontaan over ontrouw aan mijn oude papieren vrienden in de boekenkast. Wat is dat ding licht! Mijn fantasie slaat op hol. Nooit meer met een koffer vol boeken op vakantie. Wat een zegen, vooral voor iemand als mijn rijbewijsloze moeder, wier spierkracht niet in verhouding staat tot haar leeshonger. En wat te denken van fietsvakanties, beter nog: wandelvakanties? Zo zit ik in een jury met iemand die in de zomer alleen de te jureren dichtbundels mee kan nemen – de romans zijn te zwaar voor de rugzak. Voorbij, voorbij en voorgoed voorbij.

Terwijl ik het ding nog steeds niet aan de praat heb, mijmer ik: we lezen natuurlijk niet alleen maar boeken. Nooit meer wegwaaiende drukproeven lezen op een terras. Nooit meer met honderd eerstejaarswerkstukken in de trein stappen. Nooit meer aan studenten hoeven uitleggen dat hun scriptie per ongeluk een beetje kwijt is geraakt tussen andere paperassen. Nooit meer op een congres zitten waar je de papers van de collega’s bent vergeten uit te printen. De e-reader is niet in de eerste plaats concurrentie voor het papieren boek, maar vooral voor al die pakken onwelkom papier die hier jaarlijks de deur inkomen en in de oudpapierbak belanden. In plaats daarvan stromen de digitale bestanden het huis licht en geruisloos binnen via de kabel.

We zullen zien. Ik heb het ding inmiddels aan de praat. Terwijl de kinderen zich enorm vermaken met het pennetje waarmee je er notities in (of op?) kan maken, vraag ik De Arbeiderspers om een pdf-file van een roman waarvan ik de onhandzame drukproef op mijn bureau heb liggen ter bespreking. Het bestand komt dezelfde dag nog binnen, dus dat gaat soepel. Ik zet hem op een usb-stick, en doe de stick vervolgens via een tussenstukje in de reader. So far so good. Het schijnt nog makkelijker te kunnen via Bluetooth – het ding maakt zelf verbinding met je computer.

Ik word al enthousiaster – je kan met het bijgeleverde pennetje ook je aantekeningen over de roman in de tekst zelf schrijven, of in de kantlijn. Hoewel – welke kantlijn? Wil de tekst prettig leesbaar zijn, dan moet je hem zo opblazen dat je ongeveer een kwart A4 tegelijk op je scherm hebt. Een hele pagina tegelijk zien kan wel, maar zelfs voor mijn nog scherpe ogen zijn de letters dan oncomfortabel klein.

Of het daardoor komt, is me onduidelijk, maar het gebeurt niet. Ik lees niet op de e-reader. Het platte, lichte en kekke ding ligt een maand op mijn bureau en ik gebruik hem niet. Niet voor werkstukken, niet voor drukproeven en zelfs niet voor de internationale kranten die hij zo aardig – geheel uit zichzelf – dagelijks downloadt.

Ik begin te begrijpen waarom een beroemde Britse romanschrijfster zo stellig zei: ‘No one is going to read from a twitching little screen, ever.’ Hoewel de geschiedenis haar zeker ongelijk zal geven, gaat haar uitspraak voor mij voorlopig wel op. Misschien zou het anders zijn als hij een A4-formaat had en dus prettiger in het gebruik was. Of als ik meer op reis was. Thuis voegt hij nog weinig toe.
Tevreden staan de oude boeken in de kast op hem neer te kijken – van dat ding hebben ze voorlopig niets te duchten.


Piet Gerbrandy: De nieuwe boekenrol

Verschanst in mijn met boeken beklede studeerkamer, waar ik het merendeel van mijn dagen vul met lezen en schrijven, tracht ik mij soms een tekstloos leven voor te stellen, een leven van fysieke arbeid en louter directe contacten met medemensen, zonder e-mail, briefverkeer, telefoon, kranten en boeken. Dat is een bijna onmogelijk gedachte-experiment.

Het is heilzaam je te realiseren dat de schriftcultuur binnen de geschiedenis van de mensheid voorlopig niet meer is dan een interessant incident. We schrijven pas sinds een millennium of vijf, en er is geen reden om aan te nemen dat we er altijd mee zullen doorgaan. Er zullen ongetwijfeld minder omslachtige communicatiemiddelen uitgevonden worden, maar tot het zover is, behelpen we ons met letters op papier en computerschermen.

Het schrift heeft verschillende functies. Enerzijds vervult het de rol van extern geheugen, in het vastleggen en bewaren van belangrijk geachte taaluitingen. In deze functie vereist het een robuust, liefst onverslijtbaar materiaal. Nadeel is wel dat het bewaren ervan veel ruimte in beslag neemt. Anderzijds treedt het schrift in de plaats van directe communicatie: zodra de boodschap is overgebracht, kan ze gewist worden. Voor dergelijke teksten, laten we ze brieven noemen, is vluchtig materiaal toereikend, zoals papier.

De twee belangrijkste revoluties in onze schriftcultuur zijn in gang gezet door technologische vernieuwing: de uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw en de digitalisering eind twintigste eeuw. De eerste maakte het mogelijk teksten in grote aantallen onder het publiek te brengen en is daardoor van onschatbare waarde geweest voor de groei en wereldwijde verspreiding van kennis. Omdat de tweede revolutie nog gaande is, weten we niet wat haar uiteindelijke effect op de cultuur van het lezen en schrijven zal zijn, maar dat er veel gaat veranderen, staat buiten kijf. In de directe communicatie heeft de digitalisering al veel teweeggebracht: e-mail, sms, chatten en twitteren zijn niet meer uit de openbare ruimte weg te denken. Maar hoe zit het met de functie van schrift als extern geheugen? Kunnen digitale netwerken de rol van musea en bibliotheken overnemen? Worden boekenkasten overbodig?

Als ik voor mijn eigen terrein mag spreken, de klassieke filologie en de moderne literatuur, dan zijn de vooruitzichten hoopgevend. Het digitaal archief van teksten uit het verleden groeit met de dag, zodat een paar muisklikken volstaan om binnen te treden in de complete werken van Homeros, Vergilius en Dante, waarop je ook nog eens handige zoekfuncties kunt loslaten. Er zijn echter ook nadelen. Ten eerste verloopt de technologische ontwikkeling zo stormachtig dat teksten die nu gedigitaliseerd worden al na enkele jaren onleesbaar zijn geworden; wat dat betreft is een perkamenten codex uit de tiende eeuw stabieler. Ten tweede is de kwaliteit van de op het web aangeboden teksten vaak mager, enerzijds omdat iedere gek ze erop kan zetten, anderzijds omdat op moderne en betrouwbare edities natuurlijk copyright rust. Dat heeft nog een derde consequentie, namelijk dat teksten van contemporaine auteurs überhaupt niet beschikbaar zijn, of tegen betaling van een bedrag waarvoor je net zo goed een papieren boek kunt kopen. Zolang het probleem van het auteursrecht niet is opgelost, zal het boek, als driedimensionaal object, niet verdwijnen.

Horatius op afroep
Toen ik van Vrij Nederland het verzoek kreeg een tijdje met een e-reader aan te rommelen, ben ik daar met genoegen op ingegaan. Ik ben een gretig lezer en omdat mijn studeerkamer en de plek waar ik college geef ongeveer tweehonderd kilometer uit elkaar liggen, zit ik wekelijks heel wat uren in de trein. Het idee te kunnen lezen zonder stapels dikke boeken mee te hoeven slepen, is uiterst aantrekkelijk.

Het apparaatje arriveerde in een forse doos, die ook allerlei snoertjes en vreemdsoortige hulpstukken bleek te bevatten waarvan ik de functie niet kon bevroeden. Helaas ontbrak een handleiding, zodat het me geruime tijd kostte voor ik er zelfs maar in slaagde het ding aan te zetten. Vervolgens, ik zal wel iets stoms hebben gedaan, liep het programma vast, het beeld bevroor, en er viel met geen enkel knopje meer beweging in te krijgen. Op de website van de fabrikant stond weliswaar een gebruiksaanwijzing, maar die bleek te gelden voor een nieuw type. Een bezoek aan een hoofdstedelijke boekhandel die pretendeert verstand van multimedia te hebben, resulteerde erin dat het apparaat, waarvan de batterij opgeladen bleek te moeten worden, weer in beweging kwam. Ook kreeg ik enkele summiere instructies mee, voldoende om een begin te maken.

Ik heb het ding te kort in huis gehad om een oordeel te hebben over het gebruik ervan op langere termijn, maar mijn eerste indrukken zijn heel positief. De iLiad – blijkbaar wordt het nog steeds chic gevonden naar de Griekse klassieken te verwijzen – vervult de functie van geheugen voorbeeldig, want de hoeveelheid tekst die erop kan worden opgeslagen is ontzagwekkend. Toen ik het apparaat ontving, bleken er al hoogtepunten uit diverse westerse literaturen van de laatste paar eeuwen op te staan, daarnaast slaagde ik er vrij moeiteloos in de halve Latijnse literatuur te downloaden, zodat ik, waar ik me ook bevond, de oeuvres van dichters als Catullus en Horatius op afroep paraat had. Dat is natuurlijk een feest. Met de Griekse literatuur lukte het, vanwege de afwijkende lettertekens, niet, maar dat lijkt me een kinderziekte die te overwinnen is (op een laptop kan het immers wel).

Een site als die van het Project Gutenberg heeft meer literaire en filosofische teksten gratis in de aanbieding dan men in tien levens kan lezen – al gaat het vanzelfsprekend om boeken waarop geen copyright meer berust. Ik zou bijvoorbeeld graag de complete Lucebert, Kouwenaar en Faverey downloaden, maar begrijp dat de rechthebbenden daarvoor betaald willen worden. Dat moet te regelen zijn, lijkt me. Zelf zou ik best een regeling willen treffen om mijn eigen journalistieke, essayistische en literaire werk in de vorm van e-books beschikbaar te stellen. Iedere extra lezer is immers meegenomen. Ook voor noodlijdende kranten is de e-reader potentieel een uitkomst.

De bladspiegel oogt niet onprettig, het omslaan van de pagina’s is gemakkelijk, je kunt aantekeningen maken en er is een bladwijzerfunctie. Onhandig is, net als bij boekrollen van papyrus, het terugbladeren: je kunt weliswaar een eerder gelezen pagina opzoeken, maar dan moet je wel weten welk nummer die heeft, anders moet je het gehele document weer afrollen. Misschien is ook dat een kinderziekte.

De e-reader zal het papieren, houten, perkamenten, bronzen of stenen boek niet overbodig maken. Maar zeker voor een professioneel lezer is hij een hoogst welkome bijdrage aan de hedendaagse schriftcultuur.


Carel Peeters: Een boek of een gadget

Er is altijd iets eenmaligs aan mensen die een boek aan het lezen zijn. Ze individualiseren ter plekke. Je ziet het gebeuren op alle foto’s die André Kertész van lezende mensen heeft gemaakt. Iemand die in een menigte een boek staat te lezen, springt er meteen uit. Ontstegen aan de massa. Iemand die in een park in het gras op zijn rug ligt te lezen, verandert in een afgezant van het geheel intacte Arcadië.

Om te kunnen lezen, moet je jezelf terugtrekken in je eigen domein. De laatste resten van de menselijke autonomie aan het werk. De wereld gaat zijn gang maar, ik lees mijn boek.
De vraag is: is van dit individualiserende lezen ook sprake wanneer je niet een echt boek in handen hebt, maar een e-book, een elektronisch of digitaal boek? Een boek of een grijs apparaat dat eruitziet als vroeger een leitje, inclusief stift. Een apparaat dat geen diepte of volume heeft, geen tactiele eigenschappen heeft, zoals een boek dat dik of dun kan zijn, groot of klein, gebonden of een paperback, een omslag heeft, een grote of kleine letter.

Ik denk dat het niet veel verschil maakt, omdat het de lezer in eerste instantie gaat om wat hij aan het lezen is. Zolang het handzaam is, is de vorm van het boek ondergeschikt aan de inhoud. Een e-book is net zo handzaam als een gewoon boek. Alleen: handzaam is niet het enige criterium voor de aantrekkelijkheid van wat voor een boek ook.

Erg aangenaam is het lezen van een heel boek niet op een e-book, maar het is ook weer niet vervelend genoeg om niet door te lezen als je eenmaal begonnen bent. Het is overkomelijk. Het e-book is een handig ding. Het is vooral praktisch. Maar als het om lezen gaat, is ‘praktisch’ dan een goed criterium? Als je veel boeken mee op reis moet nemen, kan het e-book een uitkomst zijn, mits het mogelijk is om ook alles wat je moet lezen in gedigitaliseerde versie te krijgen. En het moet gedownload kunnen worden op een e-book.

Maar ‘praktisch’ is nauwelijks een criterium als het om lezen gaat. Vandaar dat het e-book het voorlopig niet verder zal brengen dan gadget, een speeltje naast echte boeken. Er is ook niets aan de hand met het gewone boek. Er is geen reden om het echte boek af te danken. De kracht van boeken is dat ze als object hun eigen charme hebben, net zoals auto’s, fietsen, boten of huizen. Ze hebben een geschiedenis, een vormgeving, karakter, een rangorde, een plaats in de cultuur. Je hebt er vele soorten van. Er is sprake van wedijver om de mooiste, beste, duurzaamste, sierlijkste, begerenswaardigste.

Het e-book kan geen rol spelen in de wedijver rond de esthetische en tactiele aantrekkelijkheden die bij boeken en lezen een rol spelen. Het e-book is geen partij voor de Grote Belletrie- of Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep, reeksen waarin klassiekers uit de wereldliteratuur, gebonden, in gerenommeerde vertalingen worden uitgegeven. Een boek met een aantrekkelijk en met de inhoud kloppend omslag versmelt met de reputatie die het krijgt wanneer het met waardering wordt ontvangen.

Het e-book is voorlopig vooral een gadget, een boek is een individu, net als de lezer.


Een nieuwe drager, een nieuw geluid

Door Lisa Kuitert

Over e-books horen we de laatste tijd alleen maar gunstige berichten. In Amerika is tussen 2006 en 2008 de omzet verdubbeld en benadert de opbrengst nu de zeventien miljoen dollar. Het aanbod van beschikbare Nederlandstalige e-books is verdubbeld en telt duizend titels.

Verkoopcijfers zijn er niet, vermoedelijk omdat het nog om kleine aantallen gaat. Uitgeverij De Fontein heeft in 2008 zevenentwintig e-books van Appie Baantjer verkocht, Contact wist er een vergelijkbaar aantal van Renate Dorrestein te slijten.

De apparaten waarop je ze leest, zoals de Sony en de Kindle, worden steeds geavanceerder; ze zijn vederlicht, van zonlicht heeft het scherm geen last meer, de batterij gaat bijna tienduizend bladzijden mee. Hoe meer titels, hoe sneller de consument overstag zal gaan, is de verwachting. En e-readers én e-books moeten goedkoper worden. Herman Kochs Het diner kost als e-book € 15,95, op papier € 19,95.

Een e-book is natuurlijk ontzettend handig. Op een klein apparaatje neem je een hele bibliotheek overal mee naartoe. Nog een pluspunt is de zoekfunctie. Vroeger bestond er alleen op de Bijbel een ‘concordantie’, zoals dat heet. Er was járen aan gewerkt. Nu is via websites als Google Books, Google Scholar, DBNL en kranten-historisch.startpagina.nl een groot deel van alle beschikbare teksten op ieder denkbaar woord na te zoeken. En boeken, goed of slecht, oud of nieuw, krijgen in digitale vorm het eeuwige leven, want blijven leverbaar.

Is de e-reader daarom een zegen? Jaren geleden ontstond er ook al grote opwinding over een nieuw apparaat: de Zyliss Blitzhacker, waarvoor Tel Sell-achtige reclames ons lekker hadden gemaakt. Met een druk op de knop kon je zonder huilen uien snijden. Na drie weken verdween het als ‘onmogelijk schoon te maken’ onder in de kast. Een onschuldig geval van volksverlakkerij waar ik weleens aan terugdenk als er opgewonden verhalen over e-books rondgaan. Libris-inkoper Caroline Damwijk zei onlangs in Boekblad: ‘In de USA is het e-book al een hype. Zelfs veertigplusvrouwen, van wie altijd aangenomen werd dat het e-book niets voor hen was, worden verliefd op de Kindle.’ Die Kindle komt pas in oktober in Europa op de markt, en de hoop is dat er net als bij de iPhone een run op komt. Een hype dus, volgens de een. Een Blitzhacker volgens de ander.

De meeste mensen gebruiken al ‘e-books’ zonder dat ze zich ervan bewust zijn – wie leest er nu niet eens lappen tekst vanaf een laptop, mobieltje of pc? Maar hardwarefabrikanten en uitgevers willen graag dat wij overstappen op een nieuw medium, en het papieren boek als passé beschouwen – ook het literaire boek.

Het valt ze nauwelijks kwalijk te nemen; ons leesgedrag verandert. Het CPB heeft uitgezocht dat van de jongeren die iets te weten willen komen 75 procent naar het internet reikt en slechts 5 procent naar een boek. Alle leeftijdsgroepen zijn tussen 1975 en nu minder boeken gaan lezen. In Duitsland zijn jongeren bijna twee uur per dag op de computer bezig, zo wees een onderzoek van Der Spiegel uit. De gegevens werden in maart geopenbaard op een studiedag van de boekenbranche. Boekhandelaren en uitgevers schoven ongemakkelijk op hun stoelen. De branche zoekt een manier om die jonge lezers te winnen: een nieuwe drager, een nieuw geluid!

De schrijver als popster
Voordelen voor de uitgevers zijn er te over: geen voorraden meer, geen papier, geen inkt, eenvoudige distributie. Maar wat zullen de gevolgen zijn voor de literatuur? Hoe is het om een e-book te schríjven? Schrijvers van onder meer De Arbeiderspers en De Bezige Bij kregen onlangs van hun uitgever per brief tekst en uitleg. Bezwerende woorden: ‘We willen geen verkoop missen, we moeten er in meegaan, er komen goede afspraken met auteurs, deze zomer al zullen e-books worden uitgebracht…’

Op www.torrentz.com kun je zien welke e-books al illegaal te downloaden zijn, waar je helemaal geen nieuw apparaatje voor nodig hebt. Van Dan Brown tot Gore Vidal; nog geen Nederlandse namen, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Torrentz werkt met peer-to-peer: het brengt particulieren die bestanden willen uitwisselen met elkaar in contact. In de muziekbranche beweert men dat downloads vooral als eerste kennismaking fungeren, daarnaast worden nog altijd cd’s gekocht en concerten bezocht. Het loopt dus zo’n vaart niet, het kan zelfs een positief effect hebben op de literatuur, hoor je handige jongens zeggen. Maar welke schrijver wil graag als een popster de bühne op? En als je nieuwe boek meteen gratis te downloaden is, waar moet je dan van leven? Voor amateurs breken gouden tijden aan: een e-book maken kan iedereen en kost niks. Maar de literatuur krijgt het zwaar en de lezer die uit al die rommel de krenten moet vissen ook. Het is nog lang geen lente, volgens mij. In de verte hoor ik het geluid van de Blitzhacker.

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.