De Duitse uitgever Suhrkamp geeft zijn boek over tolerantie uit, Anthony Gottlieb geeft hem een prominente plaats in zijn nieuwe boek over de Verlichting, en Jonathan Israel vond hem al eerder intrigerend: Pierre Bayle (1647-1706) stond aan de wieg van duurzaam gebleken ideeën.

Jonathan Israel, de schrijver van de drie kloeke delen over de Radicale Verlichting in de zeventiende en achttiende eeuw, maakte Pierre Bayle al tot hoofdpersoon van deel twee, De Verlichting onder vuur, zoveel betekenis kende hij hem toe. Bayle was de radicale twijfelaar die door middel van sluitende redeneringen aantoonde dat niets met zekerheid over het geloof en het geloven gezegd kon worden. Hij maakte een duidelijk onderscheid tussen geloof en kennis. Geloven was iets van het persoonlijke bewustzijn en niet rationeel te verantwoorden. Voor mensen die er zo over dachten had men ook een naam: dat zijn fideïsten, die geloofden gewoon.

Omdat hij niet wilde dat men dacht dat hij een zuivere atheïst was, zorgde Bayle ervoor dat zijn diepste gedachten altijd verborgen bleven, ook al werd hij nog vaak genoeg voor een goddeloze aangezien. Door veel gestook en intriges werd hij daarvoor zelfs ontslagen als hoogleraar aan de Illustere School in Rotterdam. Dat was vooral het werk van de fanatieke protestant Pierre Jurieu, in andere tijden nog zijn vriend. Door de opheffing van het Edikt van Nantes (dat de Franse protestanten in 1598 ruimte had gegeven voor hun geloof) vluchtten ze allebei als hugenoten naar Nederland. Ze waren niet de enigen: in de jaren tachtig van de zeventiende eeuw zo’n 35.000, in totaal in de jaren daarna 200.000.

Ook al was de Republiek in de zeventiende eeuw een toevluchtsoord voor andersdenkenden, Pierre Bayle kwam niet op het idee onder zijn eigen naam verhandelingen te publiceren die aanstoot konden geven. Hij wordt nu binnengehaald als voorstander van religieuze tolerantie vanwege zijn Commentaire Philosophique, maar dat verscheen in 1686 anoniem, zou uit het Engels zijn vertaald en zogenaamd gedrukt in het Engelse ‘Cantorbery’ door ‘Thomas Litwel’, terwijl het in werkelijkheid werd uitgegeven door de in drukkerskringen niet onbekende Reinier Leers, gevestigd aan de Spaanse Kade in Rotterdam, om de hoek van de Gelderse Kade waar Bayle woonde.

Religieuze tolerantie

Op grond van de volledige titel zou je niet denken dat Bayle’s verhandeling het eerste pleidooi is voor gewetensvrijheid en religieuze tolerantie, de voorloper van de veel bekendere beschouwingen van John Locke en Voltaire over tolerantie: Filosofisch commentaar op de woorden van Jezus in Lucas 14:23: ‘Dwing hen binnen te komen, zodat mijn huis vol zal zijn’. Om meteen duidelijk te maken dat het over tolerantie en de verderfelijkheid van dwangbekering gaat kreeg de onlangs bij Suhrkamp verschenen Duitse vertaling een titel die er niet omheen draait: Toleranz. Ein philosophischer Kommentar.

Het revolutionaire van Bayle’s verhandeling is dat ketters voor hem niet bestaan. Ketters, daar was de wereld in die tijd mee vergeven, maar voor Bayle was het een niet bestaande mensensoort. Iedereen moest kunnen denken wat hij wilde volgens zijn eigen geweten. Iedereen moest dus kunnen dwalen. Het enig ware geloof bestond niet, want daar is geen zekerheid over te krijgen. Jezus’ aansporing mensen te dwingen zich te bekeren (‘dwing hen binnen te komen’) was een uitnodiging tot het voeren van godsdienstoorlogen. Bayle baseerde tolerantie op kennistheoretische gronden: anders dan over harde concrete kennis, was over geloofszaken geen zekerheid te krijgen. Bayle ging hierin veel verder dan Locke of Voltaire. Van Locke moest men iets geloven, ongeloof was onbestaanbaar. Voltaire vond dat uiteindelijk ook, hoewel vooral vanwege de openbare orde: geloof was goed voor de moraal.

Wanneer het geweten de basis van het bewustzijn is, dan kan er oprecht gedwaald worden, zonder dat men daarvoor gestraft wordt. Om dat te illustreren gaf Bayle een legendarisch geworden voorbeeld van een oprechte dwaling uit het jaar 1560. Dat is het verhaal over Martin Guerre, de jonge man die na ruzie met zijn vader zijn vrouw verliet en verdween. Jaren later keert Martin Guerre terug, geen jonge man meer, maar nu groot en volwassen, maar wel door zijn vrouw herkend als haar man. Haar familie wantrouwt hem wanneer hij geld eist van de oom die al die jaren zijn landerijen heeft onderhouden. Het wordt een juridische kwestie over de vraag of de vrouw gelijk heeft in hem haar man te zien. Ook als ze oprecht dwaalde, had ze gelijk, vonden historici die zich voor dit geval interesseerden, zoals Natalie Zemon Davis. Ook romanschrijvers vonden het fascinerend, zoals Alexandre Dumas (Les Deux Diane) en regisseurs als Daniel Vigne (Le retour de Martin Guerre, met Gerard Depardieu, 1982).

Ontmythologiseren

Bayle maakte gebruik van ‘la lumière naturelle (de natuurlijke rede) om allerlei soorten bijgeloof te ontkrachten. Sinds mensenheugenis dacht men dat kometen grote rampen aankondigden. Er verschenen honderden alarmerende pamfletten die aantoonden dat de val van Carthago door een komeet was voorspeld, dat de invasie van Noormannen in Engeland in de kosmos was voorgekookt. In 1680 slaagde de Zwitserse wiskundige Jacob Bernouille erin de baan van de komeet te berekenen en ontdeed het ding daarmee van zijn mysterie. Bayle gebruikte zijn Pensées diverses sur la comète niet alleen voor het ontmythologiseren van kometen, maar ook om aan te tonen dat ongeloof niet noodzakelijk tot zedenbederf leidt. Dat is de andere revolutionaire ommekeer die Bayle aanbracht in het denken over de moraal. Het was niet nodig in God te geloven om een rechtschapen leven te leiden. De natuurlijke rede was in staat om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, ook al was het volgens de pessimist Bayle de praktijk dat mensen zich zelden door de rede lieten leiden. De oorzaak van het menselijk handelen ‘is niets anders dan het temperament, de natuurlijke neiging tot genot, de smaak die men voor bepaalde dingen ontwikkelt, het verlangen iemand te behagen, een gewoonte ontstaan in de omgang met vrienden, of enige andere neiging die voortkomt uit de diepste natuur, in welk land men ook geboren wordt en met welke kennis onze geest ook vervuld wordt.’ Geen wonder dat David Hume, voor wie de rede de slaaf was van de passie, zijn voordeel deed met Bayle’s ideeën.

In zijn eind augustus te verschijnen boek The Dream of Enlightenment: the Rise of Modern Philosophy, noemt Anthony Gottlieb Pierre Bayle ‘the forgotten hero of the Enlightenment.’ In een voorpublicatie in The New Statesman herinnert hij er aan dat Frederik de Grote, Voltaire, Thomas Jefferson en Benjamin Franklin hem bewonderden (Voltaire knarsentandend). Jonathan Israel, hoewel tamelijk geporteerd voor Bayle, noemt hem ‘de meest controversiële denker van de vroege Verlichting.’ Het is tijd voor een herwaardering.