Het werk van de Griekse wijsgeer Heraclitus is maar in zo’n 136 fragmenten bewaard gebleven, vaak bestaande uit maar één zin. Maar dat was voldoende om eeuwenlang gelezen te worden. De Vlaamse classicus Paul Claes maakte een nieuwe vertaling van de fragmenten en schreef er commentaar bij.

WanneerDiogenes Laërtius in zijn boek Leven enleer van de beroemde filosofen toe is aan Heraclitus draait hij er niet omheen: de rond 500 v. Chr. in Efese geboren Heraclitus wordt een van ‘dehoogmoedigste van alle mensen’ genoemd. Hij keek op alles neer, zelfs opHomerus van wie hij vond dat hij een ‘pak slaag verdiende’. Hij had geweerdmoeten worden van de dichtwedstrijden. Hij vond ook dat veel weten nog nietbetekende dat je ook veel inzicht had, zoals je wel kon zien aan Hesiodes,Pythagoras en Xenophanes.

Homerusverdiende een pak slaag omdat hij in een vers in de Ilias de wens had uitgesproken dat de onenigheid tussen de goden ende mensen zou verdwijnen. Dat ging in tegen de kern van Heraclitus’ filosofie,zoals we die kennen uit de 136 spreuken of filosofische fragmenten die zijnovergeleverd. Volgens Heraclitus zou zonder strijd en tegenstellingen het levenstil vallen en niets tot stand komen. Het leven werd bepaald door paren vantegenstellingen: dag en nacht, oorlog en vrede, beweging en rust, goed enkwaad, schoon en vuil, water en vuur. Die paren horen onverbrekelijk bijelkaar, ze kunnen niet zonder elkaar. In deze polaire manier van denken roepthet positieve altijd het negatieve op.

Voor Heraclitus stond niet het Zijn centraal, maar het Worden

Deze maniervan denken zorgt voor een dynamische visie op de gang van de wereld, tegenoverde statische visie van Parmenides en Xenofanes. Zij ontwierpen een filosofievan het onveranderlijke en ondeelbare Zijn. Hun wereldbeeld wasessentialistisch, ging uit van vaste wezenskenmerken. Voor Heraclitus stond niethet Zijn centraal, maar het Worden: alles is voortdurend  in beweging, niets ligt voorgoed vast, allesstroomt, panta rei. De uitkomst van de met elkaar strijdende tegenstellingen ishet worden, het ontstaan van iets nieuws.

Je inHeraclitus verdiepen betekent onvermijdelijk je begeven in het hart van defilosofie: in de vraag of je de wereld meer ziet in het licht van het statischeZijn of van het dynamische Worden. Een sympathisant van het Zijn is iemand diemorele regels (zoals ze bijvoorbeeld in de Tien Geboden voorkomen) als absoluutbeschouwt. Ze zijn onveranderlijk van alle tijden. Wie een sympathisant is vanhet Worden beschouwt die morele regels als relatief, veranderlijk naar plaatsen tijd. Bij het Zijn duiken al snel de woorden behoudend en conservatief op,bij het Worden flexibel en progressief.

De school van Athene. Met in het midden Plato en Aristoteles, en links vooraan bij de tafel Heraclitus
De school van Athene. Met in het midden Plato en Aristoteles, en links vooraan bij de tafel Heraclitus

De nuverschenen nieuwe vertaling onder de titel Allesstroomt van Heraclitus’ fragmenten door Paul Claes is de derde in vijftigjaar: in 1979 verscheen ook bij Athenaeum-Polak & Van Gennep de vertalingvan J. Mansfeld, en in 1993 die van Cornelis Verhoeven onder de titel Spreuken bij Ambo. Het verklarende envaak vernuftige commentaar van Verhoeven beslaat meer dan honderd pagina’s enbehandelt Heraclitus’ grote thema’s: wat hij zegt over denken, zoeken, dezintuigen, het vuur, het begrip en de verborgen harmonie. Daarbij betrekt hij ookde klassieke filosofen die op Heraclitus reageerden, zoals Plato, Aristoteles,Socrates en de stoicijnen.

Het valt op dat Verhoeven de grote lijn inHeraclitus’ fragmenten, de strijd van de tegenstellingen, in verhouding maargeringe aandacht geeft, terwijl die bij Claes steeds terugkeert in zijncommentaar. Claes geeft per fragment commentaar op de inhoud, wie er door de geschiedenis van de filosofie enliteratuur gebruik van heeft gemaakt, en over de manier waarop het isovergeleverd. Het oorspronkelijke manuscript is verbrand. We kennen het werkvan Heraclitus uit de citaten en parafrasen die voorkomen in het werk vanlatere schrijvers en filosofen, zoals Marcus Aurelius, Aristoteles of Clemensvan Alexandrië.  

Heraclitus’136 beknopte, kernachtige, gebalde en beeldende spreuken of fragmenten zijnvaak duister en paradoxaal, maar uiterst suggestief. Vaak bestaat een fragmentmaar uit één zin: ‘Alles wijkt en niets houdt stand’, ‘Alles gebeurt op grondvan tegenstelling’, ‘Het begrip recht zou niet bekend zijn als er geen onrechtwas’, ‘Op wie in dezelfde rivier stapt, stroomt steeds weer ander water toe’. Zehebben vanaf het begin tegenstrijdige reacties opgeroepen, te beginnen metPlato en Aristoteles.

Voor Plato waren de sympathisanten van Heraclitus, omdat voor hen alles stroomt, ‘diarreelijders’

Plato moest niets van het Worden van Heraclitus hebbenomdat hij zijn eigen theorie van de onveranderlijke Ideeën had, zoals hetbestaan van het Goede, Ware en Schone. In vergelijking daarmee was dedagelijkse praktijk maar een schijnwereld. Voor Plato waren de sympathisantenvan Heraclitus, omdat voor hen alles stroomt, ‘diarreelijders’.

Heraclitus’principe van het bestaan van tegenstellingen zorgde voor de nodige paradoxen.Volgens Heraclitus kon iemand er wel en niet zijn. Omdat alles en iedereenvolgens Heraclitus op elk moment verandert is iemand er al niet meer op hetmoment dat je zegt dat hij er is. De logicus Aristoteles erkent deze paradoxniet: het is onmogelijk, zei hij volgens het principe van de non-contradictie, dathetzelfde tegelijkertijd wel en niet het geval is.

In zijncommentaar is Paul Claes iets te veel geneigd om Heraclitus ‘alles stroomt’ teletterlijk te nemen, en te vergeten dat volgens Heraclitus alles pas wordt doorde strijd van de tegenstellingen. Dat is niet helemaal in tegenspraak met‘alles stroomt’ omdat die strijd verandering (en dus ‘stroom’) teweeg brengt,maar de strijd houdt in dat de stroom allerminst vanzelf gaat, dat er eerstgestreden moet woorden. Als Claes Heraclitus in zijn eigen woorden weergeeftzegt hij: ‘Zoals onze waarnemingen worden bepaald door een zich wijzigendewerkelijkheid, worden onze waarheden altijd mee bepaald door de wisselendebetekenissen van woorden.’

Dit suggereert dat woorden voortdurend van betekenisaan het wisselen zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Ze worden soms andersgebruikt (en dat valt dan meteen op), maar zijn tamelijk stabiel, zodat hetwoordenboek niet op de dag dat het van de drukker komt niet meteen verouderdis. Er gaat meestal strijd vooraf aan het stromen.

Wat Heidegger, de filosoof van de ‘gelatenheid’, bij Heraclitus heeft gezocht weet ik niet precies, maar van gelatenheid is bij hem geen sprake

Paul Claesgeeft ook een beknopt overzicht van wie zich in de geschiedenis op welke manierdan ook heeft laten inspireren door Heraclitus. Met Heraclitus begon degeschiedenis van de filosofie omdat hij als eerste filosoof kritiek had opvoorgangers en op de gangbare manier van denken. Zoals op Parmenides, Xenofanesen Pythagoras, die hij ‘de aanvoerder van de praatjesmakers’ noemde.

Door hetbeginsel van de strijd der tegenstellingen werd Heraclitus de vader van dedialektiek: de these en de antithese zouden worden opgeheven in de synthese. Dedialectiek heeft in de gedaante van het door Marx, Engels, Lenin en anderenaangehangen dialektisch materialisme voor het nodige onheil gezorgd. Maar datwil niet zeggen dat de dialektiek zich niet op veel andere gebieden voordoet.Zoals in deze moderne tijd, waarin de dialektiek van de mens tegenover demachine geleid heeft tot ‘de hybride mens’, deels mens, deels machine. Ook ‘devirtuele werkelijkheid’ is een paradox en synthese van de gewone werkelijkheiden de digitale wereld. Er doen zich steeds vaker zulke schijnbaar onmogelijketegenstellingen voor die samen optrekken. Zoals de ‘culturele natuur’ en de ‘gelovigeatheïst’.

Afgezien vande marxisten en leninisten liet menige dichter en denker zich door Heraclitusinspireren, tot en met Hugo Claus, Harry Mulisch  en Hans Favery. Hegel werd vanwege dedialektiek door Heraclitus aangesproken, Kierkegaard door de paradoxen enNietzsche door de dynamiek. Wat Heidegger, de filosoof van de ‘gelatenheid’,bij Heraclitus heeft gezocht weet ik niet precies, maar van gelatenheid is bijhem geen sprake.

Het aforisme‘Wat je van je vader hebt geërfd, verwerf het om het echt te bezitten’ vanGoethe werd geïnspireerd door een fragment (nummer 74) van Heraclitus: ‘Wijmogen niet als kinderen van onze ouders handelen en spreken’. Dit is typerendvoor Heraclitus kritische instelling. Langs de omweg van kinderen zegt hijhiermee volgens Claes: ‘zoals de volwassene zich moet losmaken van zijn ouders,zo moet de denker zich losmaken van de traditie. Filosofie begint met kritiekop de heersende opvattingen.’ Op dezelfde manier, langs een omweg, heeft Heraclitushet over de bliksem als hij bedoelt dat mensen wakker moeten worden geschud omuit hun lethargie te raken.  

Alles stroomt door Heirakleitos. Ingeleid,vertaald en toegelicht door Paul Claes is uitgegeven door Athenaeum-Polak &Van Gennep.