Volgens journalist Frénk van der Linden, bedenker van het panel van boekhandelaren in DWDD, moet er alleen maar met enthousiasme over boeken gesproken worden. Carel Peeters waagt dat te bestrijden.

In 1977 kondigde Kees Fens aan dat hij zou ophouden met het schrijven van kritieken over nieuwe Nederlandse literatuur in de Volkskrant. Nu de uitgeverijen en de boekhandels vóór alles naar een snel rendement streefden, dreigde de kritiek steeds vaker te laat te komen, schreef hij in het artikel ‘De kritiek in het dagblad.’ De uitgevers maakten voor bepaalde boeken zoveel voorpubliciteit dat het boek al was waar het moest zijn voordat iemand er een mening over had kunnen vormen: ‘De boeken zijn een succes of er wordt de schijn van succes aan gegeven, voordat meningsvorming erover heeft kunnen plaatshebben.’

De motivering van de belangrijkheid van een boek in aankondigingen, advertenties of interviews had volgens Fens doorgaans een oneigenlijk karakter: ‘die verwijst meer naar verlangens van het publiek dan naar de aard van het onderhavige boek.’ De kritiek kon daarna de reclame en de publieke verlangens alleen nog maar bijvallen. Wie als criticus nog een negatief oordeel durfde te vellen was een dwarsligger die de uitgevers en boekhandelaars het brood uit de mond stootte.

Er ontspon zich door het artikel van Fens een heus debat waaraan onder meer H.C. ten Berge, K.L.Poll, J.F. Vogelaar, Sybren Polet, Barber van de Pol en Tine van Buul van uitgeverij Querido deelnamen. Het was niet allemaal even verheffend wat te berde werd gebracht, met uitzondering van de reactie van Tine van Buul. Ook al had de een en de ander wel kritiek op de manier waarop Fens zijn werk door de jaren heen had gedaan (zo zou hij te weinig over het experimentele proza geschreven hebben), kern van de reacties op zijn aangekondigde vertrek was de vrees bij velen dat dit het begin was van de teloorgang van de literaire kritiek. Hierna zouden de sluizen opengaan voor korte, luchtige, informerende stukjes, afgewisseld met achtergrond in de sfeer van de human interest. De Volkskrant was niet meteen vierkant achter Fens gaan staan.

Hoed u voor een heilsleer van de letteren. Hoed u voor spandoekkritiek.

Door het verlangen naar steeds kortere recensies en de neiging naar lichtheid en luchtigheid kwam het iets moeilijkere boek in het gedrang, schreef Fens in ‘De kritiek in het dagblad’. Tine van Buul had het over de ‘onregelmatigheid en de schraalheid’ van de literaire kritiek die dreigde. Er was in Nederland geen krant of weekblad ‘met een werkelijke kroniek van de letteren, zodat je echt op de hoogte kunt blijven.’ Van haar moest de redactie Kees Fens de ruimte geven, zodat hij zich ‘ten volle kon manifesteren als de benieuwde, aandachtige, persoonlijke lezer die hij is. Hoed u voor een heilsleer van de letteren. Hoed u voor spandoekkritiek.’

Met Kees Fens kwam het snel goed. Hij schreef niet meer over Nederlandse literatuur, maar kreeg zijn vermaard geworden rubriek op maandag van een halve pagina waarin hij naar eigen inzicht kon schrijven over cultuurgeschiedenis, kerkarchitectuur, Engelse zeventiende eeuwse dichters, Spaanse mystieken, Borges, Dante, Petrarca en de Nederlandse klassieken.

Azijnfles

Maar wat bedoelde Tine van Buul met ‘Hoed u voor de heilsleer van de letteren. Hoed u voor spandoekkritiek’? Kees Fens had van H.C. ten Berge het verwijt gekregen dat hij een nieuw boek van Jacques Hamelink op een terloopse manier had afgekraakt. De publiciteit van de uitgevers bestond alleen maar uit gejuich. De literatuur zou volgens Tine van Buul tot een heilsleer worden, wanneer er alleen nog maar juichende spandoeken geheven zouden worden en kritiek niet meer mogelijk was – want slecht voor uitgever en boekhandel: ‘Wees blij met Kees Fens. Hij mag nu en dan best een uitgave van Querido afwijzen. In de letteren is vrijheid, om te creëren en te critiseren. Het blijve zo.’

Als het aan Frénk van der Linden ligt, de bedenker van het panel van boekhandelaren dat eens in de maand spandoeksgewijs de boeken van de maand aanprijst in De Wereld Draait Door, blijft dat kritiseren niet zo. Er kan geen sprake van zijn, zei Van der Linden in de Volkskrant, dat critici hun mening zouden geven over nieuwe boeken in De Wereld Draait Door. Die zouden wel eens kritisch kunnen zijn: critici en recensenten zijn volgens Van der Linden namelijk ‘een parasitaire mensensoort’. Bij critici en recensenten ‘zit de azijnfles nokkie vol. Boekhandelaren zijn enthousiast en passen beter bij DWDD, toch een programma met de insteek: sunny side up.’

Je hebt niets aan recensies als gids: hoe vaak gebeurt het niet dat de ene krant één ster geeft en de andere vijf?

Zo denkt Gerda Aukes van boekhandel Den Boer in Baarn er in dezelfde Volkskrant ook over: ‘Enthousiasmerende boekentips hebben veel meer impact. Wat wij als boekhandelaren doen ligt mijlenver af van het werk van recensenten. Het is zonde van de tijd en ruimte dat kranten nog steeds negatieve recensies publiceren. Het is een misverstand dat mensen op de mening van de criticus zitten te wachten. Mensen willen horen wat ze moeten kopen, ze willen iets delen met elkaar, leestips aan elkaar geven. DWDD snapt dat. Bovendien heb je aan recensies als gids niets: hoe vaak gebeurt het niet dat de ene krant één ster geeft en de andere vijf? Mijn blog heet niet voor niets moetjelezen.com.’

Superlatieven

Wie de blog van Gerda Aukes bekijkt weet vrij snel wat Tine van Buul onder spandoekkritiek verstond. In ruim tweehonderd woorden vat Aukes in een braaf samenvatterstaaltje de inhoud van romans samen alsof het geen fictie of literatuur is, maar allemaal min of meer echt gebeurd: ‘Deze schitterende roman is gebaseerd op ware gebeurtenissen voorzien van een vleug fantasie.’ Altijd zijn de boeken meeslepend of met vaart geschreven: ‘De term meeslepend is niet voldoende om het tempo van het verhaal te beschrijven: Exit sleurt je mee.’ Af en toe is ook meegesleurd worden niet genoeg: ‘Soms stuit je op een boek waardoor je wordt overmeesterd: je moet en zal het uitlezen, daarbij van de ene verbazing in de andere vallend.’

Ook al zijn ze het hoogst bereikbare, superlatieven kosten bij Gerda Aukes niets.

Ook al zijn ze het hoogst bereikbare, superlatieven kosten bij Gerda Aukes niets. Ze schudt ze in elk stukje uit haar mouw: De vlamberken van Lars Mytting ‘is een tot op het bot fascinerend boek, dat me meer dan eens naar adem deed happen.’ Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt ‘blies mij van de sokken, een prachtig boek!’ ‘Het verhaal zit ingenieus in elkaar en blaast je van de sokken’ (Disclaimer van Renee Knight). ‘Ik vind dat Manaj (van Anna Gmeyner, CP) bedolven mag worden onder een sterrenregen.’ Harem van Ronald Giphart: ‘Een afwisselend, origineel en met vaart verteld verhaal, vol warmte en vriendschap.’ Sasja’s wraak van Alina Bronsky: ‘Allemensen, wat is dit een verschrikkelijk goed boek!’ Voor Gerda Aukes is de boekhandelaar een onnozele, een etikettenplakker.

Zoals elke maand bij De Wereld Draait Door is hier de heilsleer van de letteren aan het werk: alleen maar gejuich, de Goede Boodschap uitgedragen door de evangelisten van de sunny side up. Kees Fens en Tine van Buul wisten precies waar ze het over hadden.