Pretpark Dewinter
Het is druk in bus 305 van Herentals naar Lichtaart. Een gezin met twee jonge kinderen houdt zich met moeite staande in het gangpad. Allemaal op weg naar Bobbejaanland? Van één stel lijkt het zeker. Híj heeft zijn hoofd kaal geschoren en draagt op zijn spijkerjack een badge met ‘Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op’. Zíj kijkt nors naar twee jongens van Noord-Afrikaanse afkomst in uniformen met badges van de ‘Belgian Air Cadets’. De donkere jongens zijn de enigen die niet uitstappen bij het pretpark met de slogan ‘Was ieder land maar zo plezant!’
Er staan lange rijen bij de Typhoon en de Indiana River. Kinderen rennen langs stalletjes waar je Het dwaze taboe kunt kopen, over het taboe op onderzoek naar een verband tussen criminaliteit en etniciteit. ‘Wij waren de laatsten die de auto mochten parkeren,’ zegt een oudere man trots als hij in een van de cabines van de monorail stapt. Hij en zijn vrouw zijn in de tachtig en komen uit Deurne: ‘Daar hebben we 41,5 procent! Onze dochter zit in de gemeenteraad.’
Het is voor het eerst dat een politieke partij een heel pretpark heeft afgehuurd. Met meer dan twaalfduizend bezoekers is het de grootste bijeenkomst van leden en sympathisanten van het Vlaams Belang ooit. ‘Alleen maar blije gezichten,’ zegt fractieleider Filip Dewinter voor hij aan boord gaat van schommelschip Santa Maria. Geflankeerd door partijtopgenoten Frank Vanhecke en Gerolf Annemans, vertelt hij dat hij de vijf miljoen Belgische frank die de familiedag kost, hoopt terug te verdienen wanneer de leden dit voorjaar persoonlijk met folders langs de deuren gaan. Op 10 juni zijn er weer verkiezingen. De partij aast op de zoveelste verkiezingsoverwinning sinds ‘Zwarte Zondag’ in 1991. De nieuwe campagneslogan is ‘Guy Leterme = Yves Verhofstadt: één pot nat. Vlaams Belang: het enige alternatief’.
Na een zonovergoten dag laat de bus terug naar Herentals lang op zich wachten. Een keurige mevrouw vertelt hoe ze vorig jaar ruzie kreeg in een bus toen ze het had over de bomaanslagen in Londen. ‘Ik zei alleen maar dat het negers waren die het gedaan hadden. Dat is toch zo? Een vrouw noemde me een racist en eiste van de chauffeur dat hij mij eruit gooide.’ In bus 305 is het meteen weer raak. Twee middelbare dames nemen aanstoot aan de Vlaams Belang-aanhangster die het inmiddels heeft over een lesbische tv-presentatrice met te diepe decolletés. ‘Wat doet het ertoe dat ze lesbisch is,’ bijt een van de dames haar toe. Vol afschuw kijkt ze naar het zojuist ingestapte volk.
Ook de vertraagde trein terug naar Antwerpen zit vol Vlaams Belang-aanhangers. ‘Nu lekker naar mijn stamkroeg,’ zegt een vijftiger die de hele dag in zijn eentje in het pretpark heeft rondgesjouwd. ‘De kastelein is een Algerijn. Ik heb het niet op buitenlanders, maar deze is betrouwbaar. Al heb ik nog zoveel gezopen, hij rekent nooit een cent te veel.’ Het is over zessen als we eindelijk Antwerpen binnenrijden. Een veelkleurige massa slokt ons op.
Marie-José Kleef
Filosofen dansen niet
Filosofie is in. Drogisterijketen Kruidvat heeft een cassette met vijf boeken over filosofie van de vroege oudheid tot heden in de schappen. Lemniscaat geeft een serie ‘Filosoferen met kinderen’ uit en verkoopt T-shirts en kussenslopen met opschriften als ‘De hel, dat zijn de anderen’, (Sartre) en ‘Liefde is een ernstige vorm van krankzinnigheid’ (Plato). De zesde Nacht van de Filosofie, in Felix Meritis in Amsterdam, was dan ook binnen de kortste keren uitverkocht. Het programma van ‘De Nacht’, met als thema Het Redelijke Beest, zoals Aristoteles de mens noemde, was kakelbont en een en al dier. Het deugdelijke beest, het getemde beest, het dichtbijbeest, het redelijke beest en het beest in de ander concurreerden in vijf zalen om de aandacht van het publiek. En dan was er nog de uitreiking van de Socrates Wisselbeker voor de schrijver van het meest prikkelende, originele, Nederlandstalige filosofieboek. De vijf auteurs op de shortlist – allemaal mannen, gekozen uit een longlist van zeventig boeken – kregen vijf minuten om te vertellen waarom hún boek het beste was. Waarna de jury de winnaar bekend maakte: ‘We kozen eensgezind voor Chris Buskes, de auteur van Evolutionair denken. De invloed van Darwin op ons wereldbeeld.’ Het boek verscheen bij Nieuwezijds. De uitgever, die toevallig naast me zit: ‘Ik ben een beetje trots. Buskes was getipt in de NRC. Ik vreesde: straks werkt dat nog tegen hem ook.’ Buskes houdt opgewekt de wisselbokaal omhoog, een plomp, stenen gevaarte. ‘Ik zet hem maar op mijn werkkamer op de universiteit,’ zegt hij later besmuikt, terwijl hij een forse slok bier neemt. Zijn avond kan niet meer kapot. Ook bij het witte en opvallend jonge publiek zit de stemming er goed in. In het café worden de lezingen en interviews druk nabesproken. Zo te horen waren Midas Dekkers en Bas Haring – ‘niks nepfilosoof, hij vertelde leuke verhaaltjes’ – favoriet.
Om middernacht begint het Filosofenbal, met DJ Maarten. Maar wat filosofen ook doen, dansen, ho maar. Een paar jonge meiden, deelnemers aan het scholierendebat, nemen een kijkje in de danszaal en maken giechelend rechtsomkeert. ‘Beestachtig saai, die filosofen.’
Martje Breedt Bruyn
Een kleine wereld
Goed, het zijn niet de binnenlanden van Nieuw-Guinea. Tulúm, Mexico, is een van de haltes op the gringo trail, het onzichtbare pad dat over de hele wereld is uitgehakt door rugzaktoeristen. Een paar uur noordwaarts, in Cancún en Playa del Carmen, laat het massatoerisme zijn lelijkste snuit zien, met wagonladingen roodverbrande, rond de klok zuipende Amerikanen.
Maar hier, op het brede en vrijwel lege strand, ben je toch tamelijk ver weg van de westerse wereld. Af en toe struinen er Indiaans uitziende kindjes langs met emmers vol papaya’s en ananassen, een paar honderd meter uit de kust dobberen twee bootjes met snorkelaars langs het koraalrif. Van achter de duinen klinkt een Spaanstalig lied dat verhaalt van verloren amor en pijnlijke corazones.
‘Mind if I share your palmtree?’ De vrouw gaat gehuld in bikini, een sarong met een afbeelding van de Braziliaanse vlag en een Cubaanse legerpet. Haar Engels is accentloos.
Ik gebaar uitnodigend, alsof het mijn palmboom is, en ze gaat een paar meter naast me liggen, in de schaduw van de zacht wiegende bladeren. We zwijgen en lezen, totdat een buikige
Tsjechische familie landjepik doet en de rust wreed verstoort. Zo raken we toch aan de praat.
‘Where are you from?’
‘Holland’
‘O, ik ook.’
‘Wat grappig. Waar?’
‘Amsterdam.’
‘Ha! Ik ook.’
‘Waar woon je?’
‘Westzaanstraat, in de Spaarndammerbuurt.’
‘Dan woon je vlak bij mij om de hoek.’
Ze is zo ongeveer mijn buurvrouw. We delen bakker, slager, supermarkt en sportschool. We fietsen dagelijks ongeveer dezelfde route van en naar werk.
En al moeten we er even om grinniken, we zijn niet eens heel erg verbaasd dat we elkaar op een ander continent tegen het luie lijf lopen.
‘Warm hè?’
‘Nou!’
‘Zwemmen?’
‘Is goed.’
En terwijl ik de lauwe zee in sjok, bedenk ik me dat het een goed idee zou zijn om een rubriek te beginnen onder de titel De Kleine Wereld.
Sander Donkers
Single-blues
Een podium, twee rode fauteuils. In de ene een psychiater, in de andere een vrouw van een jaar of dertig die almaar wanhopiger en verwarder wordt. Was het een act, of was het echt, vroegen enkele bezoekers zich na afloop van de voorstelling af. Natuurlijk was het een toneelstuk, met in de hoofdrollen Winnie Terra (het radeloze meisje van drieëndertig jaar) en Oscar Markx (de eindeloos doorleuterende psychiater).
Onbekende maar talentvolle acteurs, helaas opgescheept met een volstrekt ongeloofwaardig script. Titel: ‘De emancipatie van het single stadsmeisje’. Lokatie: het hoofdstedelijke debatcentrum De Balie.
Centraal in het verhaal staat een single vrouw van begin dertig die zich wanhopig afvraagt waar haar onafhankelijkheid haar heeft gebracht. Niet in een gezellig, groot familiebed met een leuke man en twee schatten van kinderen. Maar dat wil ze wél. Of eh, nee: dat wil ze helemaal niet. Of toch wel?
Winnie Terra, zelf een dertiger die single is en worstelt met het leven (vandaar de twijfel van enkele bezoekers), moest proberen een geloofwaardig personage neer te zetten dat achtereenvolgens dingen riep als: ‘Ik ben niet raar omdat ik single ben!’ Vervolgens: ‘Onafhankelijkheid is onzin. Je hebt wél een man nodig’. Om daarna weer te beweren: ‘Ik wil gewoon single zijn, klaar.’
De psychiater verklaarde deze tegenstrijdigheden uit een ‘onveilige jeugd’ en stelde: ‘Een relatie met een ander is moeilijk aan te gaan als je die niet met jezelf hebt.’ Zijn vragen vergrootten de wanhoop van Terra nog eens extra, omdat ze die niet begreep. Zelfs een professional kon geen uitkomst bieden. Help!
Een goede tekstschrijver had hier wonderen kunnen verrichten, maar deze auteur kwam helaas niet verder dan ondoorgrondelijk gezwatel.
Het publiek begon dan ook steeds harder te fluisteren en te morren. Terra speelde daar vaardig op in door op een bepaald moment te zeggen: ‘Ik ben onzeker of ik de juiste dingen zeg, of mensen zich wel amuseren,’ maar ook dat kon het stuk niet redden.
De schrijver van ‘De emancipatie van het single stadsmeisje’ is er helaas niet in geslaagd een op zichzelf interessant thema – hoe vinden jonge vrouwen de weg in het huidige doolhof aan keuzemogelijkheden – op een geloofwaardige manier vorm te geven. Dat is jammer, want het is er belangrijk genoeg voor. Misschien mag Winnie Terra haar acteertalenten nog eens beproeven in een nieuwe versie.
Malou van Hintum
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.