De mollenman
Voetballen op dit terrein is geheel voor eigen risico. Het grasveld veert mee bij elke stap, zelfs na al die droge weken. Geen wonder, vindt Bertus, hij schat dat er minstens zes mollen actief zijn. ‘Je hebt geen idee hoe lang hun gangen zijn.’
Bertus zoekt een paar verse molshopen, maakt de gang vrij en zet vier klemmen in de grond. Twee dagen later komt hij langs om het resultaat te bekijken. Eén fors exemplaar, volledig door de mangel. Geen centje pijn hoor, volgens Bertus kunnen die beestjes vrijwel niets hebben. Een tikje met je vinger tegen hun de kop en ze zijn er geweest.
Met blote handen haalt hij het lijkje uit de klem en slingert het de weilanden in. Over een tijdje, wanneer de grond flink drassig is, wil Bertus nog wel een keer langskomen.
Op zijn oude dag – van de zomer wordt hij vierentachtig – heeft hij tijd genoeg. Dan maakt hij met twintig, dertig klemmen het land gegarandeerd mollenvrij. Trouwens, die mol komt op twee tientjes. Of we moeten besluiten het terrein vrij te geven voor de jacht. Dan blijven de beurzen gesloten. Zo doet Bertus dat al jaren bij de boeren in de buurt. Hebben zij geen last van mollen en kan hij met zijn vrienden af en toe wat fazanten en hazen schieten. Met wilde konijnen, eenden en houtduiven zijn dat de enige bejaagde diersoorten in ons land. Een enkele keer een vos, hoewel dat officieel niet mag. Maar als het aan de boeren ligt, komt daar snel verandering in. Kippen, konijnen, eenden – een vos pakt alles wat hem voor de bek komt. Dertig hebben ze d’r geschoten in seizoen 2005, alleen al op de veertig hectare rond Zegveld en de Meije waar hij een jachtakte voor heeft. ‘Maar een vos laat zich niet zomaar pakken. Alleen met lokaas. Een dooie zwaan of zo. Liggen wij in de bosjes, uit de wind. En dan: pats, boem, liggen, oprapen.’
Het liefst jaagt Bertus in Polen. Elke mollenpremie gaat in zijn spaarpot. Want zo’n trip loopt aardig in de papieren, met alle vergunningen. Zeker wanneer ze het herten- of zwijnenvlees mee naar huis willen nemen.
Een week later komt Bertus langs. Nee, na één natte week is de grond nog altijd te hard voor nieuwe klemmen. Maar we moeten hem wel tijdig bellen voor een afspraak. Kan best dat hij deze zomer vaker op pad is om te jagen. Hebben we niet in de krant gelezen dat het kabinet van plan is het jachtverbod in te trekken? Dat is nog eens goed nieuws. En niet alleen voor hem – het wordt hoog tijd om weer wat balans in de natuur te brengen.
Diederik Samwel
De Klaas Bruinsma van de Friese letteren
Sommige buitenstaanders menen dat de Friese literator Klaas Bruinsma (76) via een omvangrijke oeuvre een stevig banksaldo opbouwde, maar in werkelijkheid heeft zijn publicatiedrift hem hoofdzakelijk geld gekóst. Neem de Ilias en de Odusseia van Homeros die Bruinsma in 1954 in het Fries begon te vertalen. Exact een halve eeuw later resulteerde dit monnikenwerk in twee kloek gebonden delen. Duizend pagina’s in totaal, oplage vijfhonderd exemplaren en alles zonder een cent subsidie. ‘Omdat ik te stuntelig ben voor de computer, was ik aangewezen op de schrijfmachine,’ licht de auteur toe. ‘Toen die Homeros-vertaling klaar was, moest ik twee studenten inhuren om alles digitaal op schijf te zetten. Dat kostte me vierduizend euro.’ Uiteindelijk kan een dergelijke aderlating hem nauwelijks deren. De gepensioneerde leraar Engels slaat de geest hoger aan dan de materie; hij wordt niet gedreven door de zucht naar miljoenen die zijn criminele naamgenoot Klaas Bruinsma in 1991 de kop kostte.
Hoewel de kans op naamsverwarring nihil is, had de dichter uit Oudemirdum er toch behoorlijk de smoor in toen de hoofdstedelijke drugsbaron Klaas B. uitgroeide tot een beroemdheid zonder initialen. Oftewel, zoals ze in Friesland zeggen: ‘D’r binne meer hoendsjes die Blom hieten.’ De wrevel over de verkwanseling van een klinkende naam bereikte bij de geletterde Klaas Bruinsma het kookpunt toen hij naast de kassa bij boekhandel De Jong aan de Van Swinderenstraat te Balk drie exemplaren zag liggen van de door Bart Middelburg geschreven biografie De Dominee, opkomst en ondergang van mafiabaas Klaas Bruinsma.
Van de met behoud van het zesvoetige metrum in het Fries omgezette dactylen en spondeeën van Homeros ontbrak in dezelfde winkel daarentegen elk spoor. ‘Ik was daar zó ontstemd over dat ik besloot om alle boeken die de winkel over die andere Klaas Bruinsma in voorraad had, op te kopen en te vernietigen. Enfin, mijn naamgenoot, de gangster, is dood. Mocht u daar nog vragen over hebben, dan verzoek ik u beleefd die te stellen aan Mabel Wisse-Smit.’
Voordeel van de doublure is dat het ijs doorgaans direct breekt als ‘Bruunsma’ zich bij het handenschudden met een grijns laat ontvallen dat hij geen telg uit een penosefamilie is.
Ze schaterden het uit, de passagiers van de touringcar die langs de Friese adressen trok waar de op die zaterdag honderd jaar geleden geboren Theun de Vries ooit woonde. ‘Ik heb Theun de Vries goed gekend,’ zegt Klaas Bruinsma, ‘al moet ik bekennen dat ik van zijn 166 boeken hooguit tien procent heb gelezen. Ik had het te druk met Homeros.’
Rudie Kagie
Als een Torpedo
In een schemerig zaaltje dat ruikt naar ongewassen daklozen die geen enkele moeite doen om hun drank- en tabaksverslaving te verbloemen, nemen ze plaats op het podium. Jaffe Vink van Opinio, vrolijk gevlinderdast. Barbara van Beukering van Volkskrant Magazine, fris & opgewekt in een dirndl-outfit. En Ben Rogmans (geen opvallende uiterlijke kenmerken) die zich sinds kort hoofdredacteur van De Pers mag noemen.
Aanleiding is de lancering van Torpedo, een ‘100% columnvrij’ bookazine zonder rubriekjes en adverteerders. Het heeft geen format, geen bladritme. De verhalen staan gewoon achter elkaar. ‘Kan dat, een blad maken zonder format?’, is de vraag die Paul Witteman het drietal voorlegt. Want lezers houden van columns en rubriekjes. En foto’s: de nieuwe gratis krant Dag is één groot fotoalbum met onderschriftjes.
Jaffe: ‘Wij hebben geen foto’s in ons blad. Dat is ons unique selling point. In romans staan ook geen foto’s. We hebben wel een stuk liggen over foto’s, maar daar komen geen foto’s bij. Dat vind ik geweldig.’ Vink hoopt zijn lezers te halen bij ‘de intelligentsia en degenen die daar graag bij willen horen’. De oplage van Opinio is tienduizend stuks.
Barbara: ‘Dag is voor een andere doelgroep. Meer richting Engelse tabloids.’
Ben: ‘Wij denken niet in doelgroepen. Wij proberen de krant te maken die we zelf willen lezen.’
Barbara: ‘En als niemand hem leest?’
Ben: ‘Dan pech. Dan hebben we het in elk geval geprobeerd. Ik trek me niks aan van lezers en directieleden.’
Barbara: ‘Je maakt het blad alleen voor jezelf?’
Ben: ‘Ja.’
Barbara: ‘Maar je lezers kunnen je vertellen wat ze waarderen in je blad.’
Ben: ‘Dat weet je toch zelf ook wel, wat je goed doet? Ik weet meer van kranten maken dan een lezer.’
Barbara: ‘Als de lezer mijn blad niet zou waarderen, zou ik het anders gaan doen.’
Ben: ‘Waarom?’
Ook de nonverbale communicatie bij deze dialoog is de moeite waard. Van Beukering die almaar meer op haar stoel gaat draaien, Rogmans die stoïcijns dezelfde houding houdt.
Barbara: ‘Waarom kun jij niet een beetje schuiven?’
Ben: ‘Het is schuiven of niet schuiven. Voordat je het weet zit je op je hurken het zoveelste aftreksel van het AD te maken.’
Bij de borrel ligt Torpedo, een feestje zonder format.
Malou van Hintum
Zo’n feest waar Theo een hekel aan had
En daar is hij dan eindelijk. Op de rode loper. Camera’s, foto’s, schreeuwende fans en handtekeningen. De mond vol scheve en bruine tanden blijft lachen en dezelfde antwoorden geven op dezelfde vragen. Geduld straalt uit de uitpuilende ogen, die de aanbidders en verslaggevers strak en vriendelijk blijven aankijken.
Zaal 1 van Tuschinski, gevuld met black ties en evening dresses, is getuige van de aankomst van Steve Buscemi, regisseur en hoofdrolspeler van Interview, de remake van de gelijknamige film van Theo van Gogh. Er zijn camera’s en microfoons gericht op de ingang van de bioscoop zodat alles wat zich daar afspeelt live is te volgen op het filmdoek. Zo ook de paar verdwaalde bezoekers van de huldiging van bekerwinnaar Ajax, tegelijkertijd op het Museumplein, die bij de rode loper staan. ‘Joden, Ajax superjoden!’ klinkt het via het scherm in de bioscoopzaal. Gegniffel van het chic geklede publiek. Dat zou Theo wel hebben gewaardeerd, wordt er gemompeld.
Buscemi neemt het woord. De zaal is niet vol, maar kan wel hard lachen. ‘Als Theo nog geleefd zou hebben, dan zou hij de film hebben geregisseerd,’ aldus Buscemi. ‘Ik hoop dat hij mij dan had gecast voor de hoofdrol.’
Er zijn dj’s, mooie blonde dames in witzijden gewaden, hippe hapjes, rode bubbelrosé en black tie als dresscode. Kosten noch moeite zijn gespaard om Nederland te laten zien hoe het ook kan. Dat de geestelijk vader van de film een hekel had aan premièrefeesten, en dan vooral die met kledingvoorschrift, is even vergeten. Ook door de beste vrienden van Theo. Dit is Hollywood, dus iedereen lacht.
Op de afterparty in de Escape wordt flink gedanst. Vooral jonge meisjes met strakke rokjes en cocktails in de hand bevolken de dansvloer. Boven is het vip-dek, maar dat is bijna leeg. De echte vip’s zijn naar comedyclub Toomler, waar Hans Teeuwen met een jazzband liedjes zingt.
Maurits Martijn
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.