Tijdens de vijfenzeventig jaar van het communisme in de Sovjet-Unie bestond Catharina de Grote (1729-1796) niet. Sinds de jaren negentig is ze helemaal terug, en terecht. Dankzij de Verlichte, innemende keizerin kende Rusland een Gouden Eeuw, zoals nu in de Hermitage Amsterdam te zien is.

Catharina de Grote leed aan een reeks heilzame passies, ziektes en slechte eigenschappen waarvoor ze zich graag excuseerde, maar waaraan ze ook zo hechtte dat ze er niet graag afstand van deed. De aantrekkelijkste voor ons is haar passion de griffonnage, ook wel écrituromanie genoemd: het schrijven niet kunnen laten. Deze schrijfmanie en dit ‘neerkrabbelen’ van alles wat in haar opkwam (‘ik kan geen schone pen zien zonder dat me de kriebels bekruipen ze in de inkt te dopen’) heeft gezorgd voor de duizenden brieven aan andere briefschrijvers als Voltaire, Diderot, Grimm en Frederik de Grote. Als tsarina schreef ze ook columns in literaire tijdschriften en zo’n dertig toneelstukken.

...