Shakespeare en Kafka ontlopen elkaar niet veel in het aantal boeken dat over hen is geschreven. Toch vond Sipko Melissen een witte plek in Kafka’s biografie. Hij kleurde hem in.

Van Franz Kafka weten we alles. Ook al wilde hij zelf dat alles wat hij aan papieren, romans en verhalen achterliet zou worden vernietigd, het is allemaal bewaard. Elke snipper, ook letterlijk: op zijn sterfbed in 1924 kon hij niet meer praten vanwege longtuberculose en communiceerde daarom via kleine briefjes. Alles van hem en over hem is ook gepubliceerd: zijn brieven, zijn dagboeken, de onafgemaakte romans Het proces, Amerika, Het slot, de verhalen en de herinneringen van vrienden als Max Brod, Gustav Janouch en de getuigenissen van schoolgenoten en kennissen. Kafka, de gedetailleerde driedelige biografie van Reiner Stach, waarvan het laatste deel in 2014 verscheen, completeert zo ongeveer alle kennis over het leven en werk van Kafka.

Kafka zou hiermee een open boek moeten zijn, maar dat is allerminst het geval. Hij blijft ‘ver en vreemd’, zoals een klasgenoot over hem zei. Kafka schreef in beelden die je moet interpreteren. Met het begrip ‘kafkaësk’ werd hij zelf ook een beeld en een sfeer. ‘Kafka begrijpen’ werd een kunst. Tot een enigszins sluitende interpretatie van zijn verhalen komen werd een erezaak. Bekende Bordewijk niet dat hij Het proces niet had begrepen, maar wel had gevoeld? Zei een van zijn bekendste kenners, Saul Friedländer, niet terloops ‘Kafka, cryptisch als altijd, liet ons achter met een verhaal en een raadsel’?

Kafka was ‘een man om verliefd op te worden.’

Verwarring en verbazing is voor menigeen wat achterblijft na het lezen van zijn verhalen. Zoals ook bij Sipko Melissen die in Kafka op Norderney zijn jeugdige verwarring beschrijft na het zien van de scène in de verfilming van Het proces, waarin de parabel ‘Voor de wet’ wordt verteld. Dat is het typische Kafka-verhaal van de man die toegang tot de wet wil hebben die hem door een deurwachter wordt ontzegd. Misschien dat hij later een kans maakt. De wachter spoort hem wel aan naar binnen te gaan, maar dan zal hij na elke zaal weer een deurwachter vinden. Wanneer de man na jaren wachten aan de wachter vraagt waarom nooit iemand anders naar binnen wilde, zegt de deurwachter dat deze deur alleen voor hem was bedoeld.

Melissen wist niet wat deze parabel betekende, maar wel ‘dat hier door middel van beelden iets verteld werd wat de kern van iets raakte.’ Met deze film van Orson Welles was de nieuwsgierigheid van Melissen naar Kafka gewekt. Dat gebeurde ook door de foto’s die hij van hem zag: ‘die mooie man met die indringende blik en die raadselachtige glimlach.’ Meer nog: Kafka was ‘een man om verliefd op te worden.’

Aschenbach-ervaring

We weten wel alles van Kafka, maar niets van de weken die hij in 1901 als achttienjarige doorbracht op het luxueuze Duitse Waddeneiland Norderney. Dat is een witte plek in zijn biografie, maar voor Melissen alle reden om naar het eiland te gaan: hij wilde zien wat de jonge Kafka zag. Dat de vijfenzeventigjarige Melissen de achttienjarige Kafka nog na zoveel jaar nareist, wil zeggen dat hij een denkbeeldige Aschenbach-ervaring wilde ondergaan: hij is verliefd op de jonge Kafka (‘die mooie man’), zoals Gustav von Aschenbach in De dood in Venetië van Thomas Mann verliefd is op Tadzio, de mooie jongen in het gestreepte badpak. Melissen wil de jonge Kafka voor zich zien op het luxe eiland: hoe hij zwemt, hoe hij naakt in de zon achter een scherm ligt, hoe hij wandelt, op terrassen zit, in restaurants eet, zit te lezen in de bibliotheek.

De verliefdheid van Melissen heeft zowel een lyrische als een essayistische inslag. Hij moet de witte plek van zomer 1901 opvullen met alles wat hij over Kafka’s leven weet om die blanco drie weken heen. Kafka schreef geen brieven in die weken en hield ook geen dagboek bij (daar begint hij pas mee in 1909). Hij schreef één ansichtkaart aan zijn twaalfjarige zusje Elli waarop hij alleen zijn naam zette, naast de gedrukte tekst met de groeten uit Norderney.

Het strand van Norderney, geschilderd door Hugo Mühlig. Bron: Wikimedia Commons

Een liefde die vriendschap heet

De Kafka van zomer 1901 heeft net eindexamen gedaan aan het Altstädter Deutsches Gymnasium in Praag en zal na de zomer gaan studeren. Naar Norderney gaat hij met zijn lievelingsoom Siegfried Löwy, een plattelandsdokter uit Triesch, die hem op het eiland vrijlaat om te doen wat hij wil. Melissen beschrijft Kafka’s vriendschappen in die tijd en stuit onvermijdelijk op de vermoedens van homoseksualiteit. Met name de vriendschap met Oskar Pollak geeft daar aanleiding toe, omdat dit ‘een liefde is die vriendschap heet’. Alles bleef onuitgesproken, maar er was wel iets. Melissen plaatst die vriendschap in het kader van ‘a schoolboy’s friendship’, ‘een fase in de emotionele ontwikkeling van jongens op weg naar volwassenheid’.

In de literatuur zijn zulke vriendschappen bekend uit de roman Tonio Kröger van Thomas Mann, Gloed van Sándor Márai en Benjamin Disraeli’s Coningsby. Zelf herinnert Melissen zich de twee weken dat hij als jongen op Texel bollen rooide en verliefd werd op Tjibbe, de jongen die gedichten van Marsman uit zijn hoofd kende en gedichten afmaakte die Melissen was begonnen. Melissen was zo dom om te zeggen dat hij verliefd op hem was. Tjibbe moest hem daarop zeggen dat hij hetero was.

De wereld van gisteren

Melissen fabuleert ongegeneerd over wat Kafka op het eiland allemaal gedaan zou hebben. Hij noemt zichzelf een ‘backward looker’, iemand die terug wil naar de jaren vóór 1914, ‘de wereld van gisteren’ volgens Stefan Zweig, en ‘de gouden eeuw van de zekerheid.’ Wanneer Kafka op het eiland is, is er niets dat de catastrofes van de wereldoorlogen aankondigt. Wel is er sprake van antisemitisme. Van de Duitse waddeneilanden was Norderney het ‘Judeninsel’. Dat waren de andere eilanden juist niet. Die hadden bordjes dat ze ‘honden noch joden’ accepteerden. Er bestonden ook rijmpjes die zeiden dat de joden maar op hun eigen eiland moesten blijven. In het archief krijgt hij artikelen over het dolce far niente-leventje op het eiland uit het tijdschrift Bohemia. Daarin zal hij en zijn vriend Max Brod later schrijven.

Melissen fabuleert ongegeneerd over wat Kafka op het eiland allemaal gedaan zou hebben.

Melissen spint de achttienjarige Kafka op het eiland Norderney boeiend in door over het eiland te vertellen, over wat voor mensen er kwamen (de elite), hoe zijn geest eruitzag door zijn verhouding met zijn ouders en vrienden. Hij spint zichzelf ook in het verhaal door het intensief lezen van de brieven die Kafka rond die tijd schreef en zijn verlangen om Kafka ‘in zijn ziel’ te kijken. Hij wil weten ‘hoe het was om Franz Kafka te zijn’. Hij wordt ontroerd bij de gedachte dat Kafka op het eiland is geweest dat hij nu aan het verkennen is. De identificatie van Melissen met Kafka neemt soms de vorm aan van een mimicry waarvan Kafka zou zeggen dat hij te dichtbij komt.

Kafka was vreemd en intrigerend. Hij is zelf zo polyinterpretabel als zijn verhalen. Na zijn vakantie op Norderney zou hij verhalen en romans schrijven die ‘een bijl’ moesten zijn ‘voor de dichtgevroren zee in ons.’ Melissen wilde onder de oppervlakte kijken van de vakantieganger die Kafka nog was. Dat is hem aardig gelukt.

Sipko Melissen, Kafka op Norderney, Van Oorschot, €19.99, 256 p.

Sipko Melissen. Foto: Uitgeverij van Oorschot