Wat hield het eigenlijk in dat rond het jaar 1500 een nieuw intellectueel tijdperk begon? Veel veronderstellingen die men als vanzelfsprekend beschouwde, werden – niet zonder slag of stoot – losgelaten. Een paradigmawisseling deed zijn intrede. Klassieke, ‘heidense’ schrijvers werden van het stof ontdaan. De heidense oden van Horatius verdrongen vrome psalmen.

Op de Latijnse school waar Erasmus in Deventer als kind naar toe ging werd ineens ook Grieks gegeven. Een revolutie. Dat was niet het middeleeuwse Latijn, de taal van het katholicisme of Christendom. Er was meer dan Augustinus of Thomas van Aquino, er was ook Plato, Aristoteles, Ovidius, Lucianus, Terentius. Door het lezen van deze schrijvers ontstond het ondogmatische ‘nieuwe leren’, wat later het ‘humanisme’ werd genoemd.

Op zijn reis naar Engeland met zijn leerling William Blount Lord Mountjoy had Erasmus rond 1500 het manuscript in zijn bagage van Tegen de barbaren, de oorlogsverklaring aan al degenen...