Feuilleton
Straks gaat het beginnen, denkt Betty. Ze weet niet eens waarom – de kranten schrijven al de hele week alleen maar over wat voorbij is: torens, terroristen, trauma’s. Overal die foto van de vallende man. Ze leest Falling Man, de 9/11-roman van Don DeLillo: ‘These are the days after. Everything now is measured by after.’
En wanneer begint ‘after’? Alleen achteraf weet je wanneer iets is begonnen. Zoals je het begin van een liefde later in een verhaal giet: ‘Als ik niet toen… dan… En toen deed hij…’, ‘En ik zei…’ De oude Grieken hadden gelijk: we leven met ons gezicht naar het verleden en de rug naar de toekomst. Zoals je in een bootje zit, achteruit roeiend.
Betty kijkt uit het raam. Een gezin in regenponcho’s met ‘I Amsterdam’ op de rug staart verbijsterd naar een etalage vol waterpijpen. Een vrouw in een King Louie-jurk, lege kinderbakfiets aan de hand, schuilt bij de bloemenkraam. Een eenzame man rookt een sigaret op het terras, droog onder de zonwering, en tuurt peinzend langs het jonge stel dat midden op het plein staat te zoenen alsof de druilende regen de zon is.
Zo begint een rampenfilm. Er gebeurt niets, je denkt niet dat er ooit iets gaat gebeuren. Maar dan. Een brand, een storm, een moordenaar. Het stel wordt getroffen, het gezin verpletterd, de vrouw (Juliette Binoche) gered door de eenzame man (Bruce Willis).
Betty denkt aan 11 september. Hoe ze wakker was geworden met een gelukzalig gevoel van verwachting. Hoe ze verliefd had gekeken naar het gezicht van de slapende man naast haar. Hoe ze hem gewekt had met ontbijt op bed. Later die dag waren er vrienden, een receptie, een feest, en speeches vol bootjes en toekomst, lang en gelukkig.
Ik wist nog niks. Niemand wist wat er komen zou.
Achteraf waren er voortekenen geweest. Dat hij nauwelijks wakker te krijgen was. Dat wolken voor de zon schoven toen ze ‘ja’ zei. En de weemoedigheid die zich niet liet verklaren, toen hij de ring aan haar vinger schoof, een gouden bandje met inscriptie aan de binnenkant: ‘Betty & Wouter, 11-9-1991’.
Niemand wist ook, op de ochtend van de 11de september tien jaar later, wat er komen zou, terwijl ze zich nu toch duidelijke voortekenen herinnert. Hoe ze te laat wakker werd. Hoe schuldig Wouter reageerde op haar ontbijt op bed: trouwdag vergeten.
Hoe dat haar niet verbaasde.
Later die dag schreef ze haar kookrubriek op de cultuurredactie van de krant. Een knul van de marketing die niks beters te doen had, vroeg uitdagend: ‘Waar ben jij over tien jaar?’ Toen boorden de vliegtuigen zich in de torens, op de tv’s in de nieuwszaal. De redacteuren, vijf minuten geleden nog lusteloze soldaten in vredestijd, waren plots in hoogste staat van paraatheid. Opgetogen, hoewel niemand dat achteraf durfde te bekennen, zetten ze zich aan het werk. Betty bleef en werkte mee. Tot laat in de avond keek ze hoe de mannen uit de torens vielen, keer op keer op keer. Die dachten vast dat ze over tien jaar iets anders zouden doen.
In de stilte van de nachttrein naar huis had ze zich gerealiseerd dat ook zij haar trouwdag was vergeten. En ineens had het haar helder voor ogen gestaan: dat er nog iets was ingestort, en ze nog één man zou laten vallen.
De gouden ring ligt nu achter in een la. Ze zou ’m moeten verpatsen, met die hoge goudprijs en de hoge alimentatie die ze al tien jaar betaalt. Bij een schimmige handelaar in een hotelkamer die haar er eerst te weinig voor geeft en daarna overvallen wordt.
Waar ben ik over tien jaar? Betty vond het tien jaar geleden een onzinnige vraag, en nu nog. Generaties jonger dan zij kunnen het zo zelfverzekerd zeggen: ‘Over tien jaar heb ik mijn eerste miljoen.’ ‘Over tien jaar ben ik hier de baas.’ ‘Over tien jaar staan er twee bestsellers op mijn naam.’ ‘Over tien jaar heb ik twee kinderen.’ Oké, dat laatste dacht ik ook. Maar ik kan niet eens tien minuten vooruit kijken.
Betty telt haar zegeningen: ze moet kijken naar wat er nu is. Artikelen over kunst en een eigen kookrubriek in een gerenommeerde krant en genoeg andere freelance schrijfklussen om zichzelf (en Wouter, verdomme) te onderhouden. Een paar trouwe vrienden. David, natuurlijk, lieve, romantische David, die van haar houdt zonder per se met haar te willen trouwen. De kleine, hoge etage in het hart van de stad die ze liefheeft, met uitzicht op de wereld.
Het gezin loopt argeloos de Wallen op, de verliefden slenteren ingewikkeld verstrengeld naar een café, Juliette Binoche fietst weg over de gracht. Bruce Willis steekt er nog een op. Er kan zich een rampenfilm ontvouwen, een musical, een thriller, een romcom.
Straks gaat het beginnen. Wat? Betty zoekt naar voortekenen, maar ze weet het niet. Ze roeit door, de toekomst achter de rug, en kan alleen maar hopen dat het goed is.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.