Feuilleton
en dosis paracetamol, weggespoeld met een glas champagne, heeft Betty net genoeg energie gegeven om na Davids luxe ontbijt naar huis te fietsen. Ze weet hoe David is als ze ziek is: de eerste uren perst hij gedienstig sinaasappels uit, maar wanneer ze niet langer bevallig in kimono op zijn Corbusier ligt te kwijnen en alleen nog chagrijnig en zweterig in een oud T-shirt in bed naar Oprah wil kijken, heeft hij niks meer aan haar en zij niet aan hem.
Thuis is Betty ziek zoals zij dat wil. Ze gaat in bed liggen en zet de televisie aan. Onruststokers als Grey’s Anatomy en House zijn nu verboden; een cocktail van oude sitcoms (Cheers, Dharma & Greg), Engelse antiekporno (Antiques Road Trip, Flog It!, Cash in the Attic, Bargain Hunt), teleshoppingprogramma’s met rek-en-strek-apparaten die zich vooral ontzettend handig laten opvouwen onder haar bed verlichten het leed. Nieuw sinds haar vorige griep zijn de wonderdokters: handopleggers, mediums, baby- en hondenfluisteraars. Onder hun handen wordt het leven eenvoudig en elke ziekte draaglijk. Maar het echte genezende werk doen de culinaire Bettyfluisteraars: Gordon Ramsay, Jamie Oliver, Hairy Bikers, Masterchef, Masterchef Australia, Masterchef Celebrity, Masterchef Whatever. Van Nigella krijgt ze zowaar weer trek in eten. Wat haar eraan doet denken…
Telefoon.
‘Theo, ik dacht net aan je.’
‘Waar blijft je fokking kookrubriek!’
‘Komt eraan, Theo, komt eraan. Ik ben ziek. Nee. Ik ben beter. Ik sta op. Ik ga boodschappen doen. Ik ga koken. Ik ga tikken. Nu. Vanavond op de mail, oké?’
Bij de ingang van de supermarkt staat de vaste dakloze met de Daklozenkrant. Betty is dol op de Daklozenkrant. Al haar stadse wat-geef-ik-aan-wie-dilemma’s worden in één keer opgelost. (Hoeveel geef ik? En aan wie? Hangt het af van de beleefdheid van de dakloze? Hoe beleefd moet hij/zij dan zijn? Is die vrouw die mij niet lastig valt maar alleen maar met een beker voor zich op de stoep zit beter dan de junk bij de geldautomaat die om een euro zeurt als ik net gepind heb? Geef ik überhaupt iets aan een junk? Ook als ik weet dat het geld direct naar de dealer gaat? Moet ik anders een appel geven, of een beker koffie? Moet iemand iets doen voor z’n geld, een liedje, een kunstje? Of is dat calvinistisch? Geef ik alleen aan mensen die muziek maken? Ook als ze dat slecht doen, of een terras afschuimen na een half deuntje? Moet de orgelman zelf draaien? Waarom eigenlijk? Stuur ik de rozenverkoper en de polaroidman in het café weg? Wat doe ik met de aardige, beschaafde man in pak, die toevallig net wat geld tekort komt voor een treinkaartje?)
Vandaag is er slechts één klein dilemma: Ik heb ‘m al.
De Daklozenkrant van deze week heeft ze al eerder bij Davids supermarktdakloze gekocht. Maar je koopt dat ding niet om te lezen. Vooruit. Nóg een keer twee euro en ik ben eigenlijk al bijna heilig.
Met de ingrediënten voor een kalfstajine in haar karretje staat Betty even later in de rij voor de kassa. Ik ben best al hard op weg om Moeder Teresa zelf te worden. Ik ben Davids beschermengel. Ik moet nog wat vaker bij mama op bezoek. Vanaf nu vloek ik nooit meer. Ik word daklozenfluisteraar. Dan nog even een wonder verrichten. Ik begin een Lourdes op de Nieuwmarkt. Ik word zalig verklaard… en heilig verklaard… hoeveel tijd zit daartussen, kan dat bij leven? De daklozen stromen toe voor mijn genezende krachten…
‘Mevrouw!’
De medaillons van de Heilige Betty zijn niet meer aan te slepen…
‘Mevrouw!’
‘Onvoldoende saldo. Betaal anders’ zegt het pinpasschermpje.
Godver… O nee. ‘Geen probleem. Ik heb cash.’
Betty telt haar geld. Ze komt nog tweevijftig te kort. In haar jaszak zit vijftig cent. ‘Nog twee euro,’ zegt de caissière ongeduldig. De massa achter haar begint te morren. Op de bodem van haar tas vindt ze een dropje gekleefd aan een Franse eurocent. Kut. Shit. Godgloeiende… Ik zal nooit meer vloeken. Ik zal altijd aardig zijn. Als… Ach, de talloze beloften die een mens in nood breekt en maakt! Allemaal de schuld van die fokking Daklozenkrant! Kan ik die niet terugbrengen? Nee, natuurlijk. Kan ik met een ingrediënt minder in die fokking kalfstajine? Een klein wonder, dat zou helpen. Maar het lukt de Heilige Betty nu even niet om Job Cohen-achtig onzichtbaar te worden of euro’s te vermenigvuldigen.
Een stem achter haar zegt: ‘Zal ik even bijspringen?’
Betty draait zich om. Een man met groene ogen en een zwart manchester jasje reikt haar vriendelijk een twee-euromunt aan. Vieze nagels. Waar ken ik hem ook alweer van?
‘Dankuwel,’ stamelt Betty. Iets met een museum.
De man rekent een pak melk en een krentenbol af. ‘Ik moet rennen. Afspraak. Als ik je nog een keer zie, krijg ik wel een biertje van je.’
En weg is hij.
Betty pakt zwijgend haar boodschappen in, oefent in nederigheid en denkt aan de tekst op de zwerfkei op het graf van A. den Doolaard. We hebben tussen wonderen geleefd maar we hebben het niet begrepen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.