Feuilleton

et meisje achter de kassa bij de Bijenkorf lacht haar vriendelijk en professioneel toe.

‘Ik kom iets terugbrengen,’ zegt Betty, en legt de portemonnee van Sonia Rykiel op de toonbank. Haar blik blijft nog even rusten op het zachte, rozerode leer en de glanzende knipsluiting in de vorm van een strik.

De professionele glimlach blijft over.

‘Het was een cadeautje, en het is niet mijn smaak.’ De mooiste portemonnee van de wereld, en de duurste die ik ooit gekocht heb.

‘Ik kan u een tegoedbon geven,’ zegt het meisje.

Nee! Niet een tegoedbon!

Ze had hem natuurlijk nooit moeten kopen. Met de gebruikelijke smoezen (Ik verdien het. Ik mag mezelf af en toe best eens verwennen. Deze gaat de rest van m’n leven mee) had ze zichzelf overgehaald.

Maar dat was voordat haar pinpas was geweigerd bij de supermarkt.

‘Geeft u geen geld terug?’ Blijven glimlachen. Alsof die honderdvijfentachtig euro je niets kan schelen.

‘Nee…’ zegt het meisje, ijzig nu.

Kun je eten bij de Bijenkorf met een tegoedbon betalen? Hoe lang kun je leven op champagne, marsepein, slagroomtruffels, quiche, luxe zoutjes?

‘… maar u kunt de tegoedbon die ik u geef wel bij de klantenservice inruilen voor geld.’

Pfff. Ik moest gewoon even door het stof. Bitch.

Betty glimlacht. ‘Fijn. Dank u wel.’

Natuurlijk had ze meteen haar bankrekening gecheckt om te kijken wat er mis was. Ze was toch niet geskimd? Maar nee, het bleek voor een groot deel haar eigen schuld. Etentje met David (geëmancipeerd de rekening naar me toegetrokken), nieuwe rode laarzen (ik verdien het), luxe bos bloemen voor haar moeder (aflaat), verantwoorde vis bij de verantwoorde viswinkel (de dag na die tv-documentaire). Ze had bovendien de krant gebeld met de vraag waarom de betalingen van haar facturen zo lang uitbleven. Theo had uitgelegd dat ze in het kader van het nieuwe bezuinigingsbeleid rekeningen van freelancers zo laat mogelijk moesten betalen. ‘Iets met rente. Ach, je moet gewoon je betalingstermijn vervroegen en zo snel mogelijk herinneringen sturen.’

Ze had besloten David niets te zeggen; die heeft nog minder geld dan zij. Ze had Wouter gemaild dat zijn alimentatie wat later zou komen deze maand en ze had zijn antwoordmail over deurwaarders genegeerd, wetend dat ze betaald zou hebben voordat er een deurwaarder op haar stoep zou staan. Ze had voor de zoveelste keer doorgerekend of die alimentatie niet wat lager kon, geconcludeerd dat de besparing de advocatenkosten en de sores niet waard was en één moment een Joegoslavische huurmoordenaar overwogen en weer verworpen. Ik ben een vredelievend mens. Ze was met een groot mes een pompoen te lijf gegaan voor een voedzame, goedkope soep.

Ze stelde zich voor hoe ze vanaf nu steeds minder opdrachten zou krijgen, hoe ze steeds vaker pompoensoep zou eten en steeds verder zou afglijden tot haar niets meer restte dan het Leger des Heils en de Voedselbank. Griekenland staat op de drempel. Hou je vast.

Voor het eerst is Betty geraakt door een persoonlijke eurocrisis.

Bij de uitgang Beursplein van de Bijenkorf stapt Betty de wereld weer in, honderdvijfentachtig euro in haar oude portemonnee (die bij nader inzien nog best een tijd meekan). Ze hoort haar hart in haar keel kloppen: ba-boem, ba-boem. Of nee: het zijn trommels, bespeeld door jongens met blonde dreadlocks. ‘Occupy Amsterdam’ is begonnen, dat is waar ook. Ze zou eigenlijk mee moeten demonstreren tegen… eh… iets met geld, en banken, en overheid? Een meisje met zwartgeverfd haar en een roze Hello Kitty-T-shirt draagt een bordje met de tekst ‘Decent people don’t get rich’. Een hoge stem roept onverstaanbare dingen door een overstuurde microfoon. Betty staat tussen jongeren, babyboomers, bejaarden, kinderen, twintigers, dertigers met baby’s in draagzakken. Tussen vrouwen met hoofddoekjes, met piercings, met verstandige jacks uit de ANWB-winkel. Kinderen blazen reuzenbellen uit een tobbe sop met een diabolo-achtige constructie met stokjes en een draad. Een Lenin-lookalike zwaait met een vlag met het portret van Che. Twee middelbare vrouwen dragen een roze Pink Ribbon-lintje op de revers. Betty ziet spandoeken met ‘Share’, ‘Stop incassobureaus’, ‘Stop bezuinigingen en elite-onderwijs’, ‘Weg met de PVV’, ‘Vrouwen bij de bank’. Iedereen z’n eigen strijd.

Eigenlijk ziet niemand er boos uit, zelfs niet de man met het bord ‘Ik ben boos’. Een jongen scandeert ‘power to the people’ in de microfoon, maar veel navolging krijgt hij niet. Toch luistert iedereen welwillend. Het is, ja… gezellig.

Betty staat achter een man met een spandoek waarop staat ‘Het is een mooie dag’. Ze luistert stil naar een jongen die vals ‘Imagine’ zingt. Ze overdenkt haar zonden. Ze denkt: eigenlijk zit ik hier tegen mezelf te protesteren, met m’n hypotheek en m’n laarzen en m’n etentjes.

Boven haar hoofd spat een grote zeepbel uiteen.

De zon schijnt. Ze is tevreden. Decent people don’t get rich.