Betty fietst naar de bioscoop. ‘Ik heb een verrassing,’ heeft David gezegd. Die kent ze. Davids verrassingen-top-drie is zo voorspelbaar als die van de Top 2000. De bos rode rozen na lange afwezigheid is zijn ‘Child in Time’. Het champagneontbijt na een pianorecital zijn ‘Hotel California’. Het bioscoop- of concertkaartje tussendoor zijn ‘Bohemian Rhapsody’. Maar, zoals ook haar vriendinnen blijven benadrukken: kom d’r nog eens om, om een man die je regelmatig trakteert op rozen en champagne, of een avondje naar de film – een film die hij heeft uitgezocht en die jij ook mooi vindt. Omdat hij dezelfde smaak heeft. Omdat hij wil wat jij wilt. Omdat je elkaar zwijgend begrijpt. Voorspelbaarheid is een onderschatte deugd. Ze kan nog net twee Sinterklazen ontwijken die elkaar kruisen op de Dam. De een op een scooter (mijter in een plastic tas, mantel onder de oksel), de ander in een rode cabrio die bijna wegstuitert op een oorverdovend DOEFF-DOEFF-DOEFF-DOEFF uit de boxen.
Sinterklaas op een paard? Zóóó 1965.Ineens verlangt ze terug naar de tijd dat kinderen nog ‘O, kom er eens kijken’ zongen in plaats van ‘Ik stuur de Sint een sms’je’, de publieke en de commerciële Sint elkaar nog niet de hersens insloegen en niet iedere bisschop een potentiële kinderverkrachter was. Of nou ja, dat blijken ze indertijd ook al geweest te zijn.
Ik word bejaard. Misplaatste nostalgie, dat verlangen naar vroeger. Is toch leuk, een sms’je naar de Sint?
David staat voor The Movies ongeduldig op zijn horloge te kijken en denkbeeldige stofjes van zijn jasje te plukken. ‘De film begint over drieënhalve minuut,’ roept hij. ‘Opschieten!’
Betty houdt van dit filmtheater dat de jaren twintig ademt, waar de kaskraker en de popcorn niet regeren. En dan heeft David ook nog eens gekozen voor Midnight in Paris, de nieuwste Woody Allen, waar ze al naartoe had willen gaan, maar het kwam er maar niet van door dat gedonder met geld en werk. Zie je wel, precies de film die ik graag wil zien. Leve de voorspelbare man.
De film kwadrateert haar nostalgische gevoelens; hij speelt in het cliché-Parijs waar ze zo van houdt, met trappen en straatjes met kinderhoofdjes en lichtjes en verlichte bruggen over de Seine en overal uitzicht op de Eiffeltoren, zelfs waar dat niet kan. Geen treurige buitenwijken, geen Sarkozy en Merkel (wel Carla Bruni). Gil, de broodschrijver-die-liever-romanschrijver-is, de romanticus die liever in de jaren twintig zou leven, ontdekt er op vakantie met zijn irritant-Amerikaanse verloofde dat hij elke avond om middernacht in zijn favoriete tijdperk kan stappen: de jaren twintig. Ah… Even naar de verjaardag van Cocteau, dan op kroegentocht met de Fitzgeraldjes en Hemingway, en langs Gertrude Stein die het manuscript van mijn roman aan het lezen is en zei dat ik altijd binnen kan vallen (Alice doet de deur open en maakt lekkere hapjes). Picasso is mijn minnaar. En Braque. En Modigliani. Dalí schildert me ondersteboven op een neushoorn. ‘Betty…’Sms’je voor de Sint: verlanglijst. 1. Een tijdmachine. 2. Die witte charlestonjurk met rode kraaltjes. 3. Een Matisse, kostte toen maar vijfhonderd francs. 4. Twee kaatsenballen in een net. 5. Een enkeltje Parijs.
‘Betty! Kom je? De aftiteling is nu echt afgelopen. Iedereen is al weg.’
‘Goed,’ zegt David. ‘Dit was een voorproefje van de echte verrassing. Er is een grotere.’
Rozen? Champagne? Ze lopen over de Haarlemmerdijk. Een Sint zonder mantel rijdt slingerend op zijn fiets voorbij. ‘Hééé, zdoude kinderen!’ lalt hij.
‘Ik ben gevraagd voor een mooi, goedbetaald optreden,’ zegt David stralend.
‘Wat fijn!’ zegt Betty. Ik meen het. Maar o, weer twee weken zenuwachtig achter de piano, en verplichte mascotte-aanwezigheid van mij… ‘In Parijs.’
Betty hapt naar adem. ‘Op een feest van een rijke impresario. Toute France is er. Deze maand, een paar dagen. Ik heb gezegd dat ik niet zonder mijn personal assistant kan. Jij mag mee. We zitten in een luxe hotel.’ Betty heeft David in geen tijden zo blij gezien. Hij houdt de tickets onder haar neus. ‘Hoe vind je het?’
Romantisch langs de Seine slenteren met David. Een hotelkamer en suite. ;Je verkleden voor elke maaltijd. Een kans om die vintage avondjurk te dragen waarin ik hier altijd overdressed ben. Butlers brengen champagne. We zijn de Scott en Zelda Fitzgerald van het feest – nee, de Cole en Linda Porter. ;Ah! Daar heb je Jean-Pierre Jeunet en François Ozon. Michel Houellebecq. Catherine, Isabelle, Audrey, Gerard. Nicolas en Carla. Johnny en Vanessa. Betty kijkt naar de tickets. In de verte klinkt: ‘O, kommereenz kij-ie-kenn, waddik inmezjoehoentje vin…’Zeg dat wel.
Ze zoent David op de brug van de Prinsengracht, langdurig. Ze kijkt hem diep in de ogen. ‘Dankjewel,’ zegt ze. ‘Maar ik ga niet mee.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.