Feuilleton

Betty probeert een beetje mindful uit het raam te kijken. Voel het plein, denkt ze. Dat is ondergedompeld in een donkere decembernamiddag: hysterische kerstverlichting, peuters vermomd als stuiterende winterjasjes, een dakloze met kerstmuts. Cary Grant koopt een blauwspar. De verkoper (Bill Murray) begint zijn bomen al met een stalen kabel aan elkaar te kluisteren. Anders lopen ze weg. Achter Cary Grant aan. ‘Je moet kiezen,’ heeft David gezegd. ‘Tussen mij en je moeder. Of je vader, for that sake.’ Ze heeft niets meer van hem gehoord. ‘Kind, ik zie zo op tegen een Kerst zonder je vader,’ zei haar moeder. ‘Ik ben zo blij dat je komt.’

Zal ik die bomen bevrijden, vannacht? Zoals nertsen?

Ze kan nog iets regelen, misschien, tegen David zeggen dat ze Tweede Kerstdag naar Parijs komt. Maar hij wil geen compromis. Hij wil gewoon dat ze er is als hij moet spelen, omdat hij het bespottelijke idee heeft dat hij anders dichtslaat achter zijn piano. Trouwens, hij neemt zijn telefoon niet op, hoe vaak ze ook belt.

Het kerstbomenbevrijdingsfront. In vorige jaren had ze al lang zo’n boom gekocht en er gekleurde lichtjes in gehangen. Een daad van verzet, gekleurde lichtjes. Haar opstand tegen het ouderlijk huis is nooit erger geworden dan dat: zich spaarzaam overgeven aan zaken die thuis om onduidelijke redenen ‘ordinair’ werden bevonden. Gekleurde kerstlichtjes. Sinterklaassurprises. Pudding uit een pakje. Afrikaantjes. Patat. Verzet als zacht geritsel, nooit uitgegroeid tot een storm.

De kerstbomenman zet een hek om zijn handel.

Als je denkt dat je gelukkig bent, dan ben je gelukkig. Betty is er heilig van overtuigd dat het zo werkt. Ik moet er gewoon weer een beetje in geloven, denkt ze, lopend naar de supermarkt.

‘Hé,’ zegt iemand achter haar, ‘ik krijg nog een biertje van je.’

O, god. Wie ook weer? Waarom ook weer? Twee groene ogen kijken haar aan. Babyboomer, linnen tasje, zwart manchester communistenjasje. De man die haar aansprak in het Stedelijk Museum omdat-ie dacht dat ze een blind date was, en die haar redde bij de kassa van de supermarkt toen ze geld tekortkwam. Fuck. ‘Kan je nu?’ zegt Betty. Dan ben ik er maar vanaf.

Even later zitten ze achter een glas koud bier. ‘Op je goede daad,’ proost ze. Vuile nagels, witte sokken. Sommige mannen leren het nooit.

‘Ik was vroeger bij de padvinders,’ zegt de man. ‘Ik mocht niet. Mijn vader vond het een cryptofascistische club.’

‘Hij heeft gelijk.’

‘Had gelijk. Hij is dit voorjaar overleden.’

‘Ah. Eerste Kerstmis zonder vader. Je moeder leeft nog?’

Betty knikt.

‘Dat kan zwaar zijn, dat weet ik nog. En wat doe jij met Kerst?’

Jezus, hij komt wel erg snel tot de kern. De man kijkt haar trouwhartig aan. Kan mij het ook schelen. ‘Ik word verscheurd,’ zegt ze, en voor ze het weet vertelt ze alles over haar dilemma.

Hij hoort haar peinzend aan. ‘Een solidariteitscrisis, zo te horen.’

Solidariteit. Ouderwets woord. ‘Ja. Ik ben niet solidair met David als ik solidair ben met mijn moeder.’

‘En hij? Is hij wel solidair met jou, of je moeder?’

‘Eh…’ ‘Wordt het een leuk feest? Ken je er wel iemand?’ ‘Ze zeggen dat Carla Bruni komt. En Dominique Strauss-Kahn.’Hij barst in lachen uit. ‘Dus je wordt verscheurd tussen een feest in Parijs waar je niemand kent en stoofpeertjes bij je moeder? Deine Sorgen möcht’ ich haben.”Wat doe jij voor de kost? Ben je psychotherapeut of zo?’

‘Nee.’ Hij kijkt op zijn horloge. ‘Maar je consult is wel nu afgelopen. Ik moet weg. Afspraak.’ ‘Internetdate?’

‘Eh, ja.’

‘Wil je een tip van mij? Dump de witte sokken.’

Hij kijkt verbaasd naar beneden. ‘O. Ja. Bedankt. Voor het bier, ook. Gelukkig kerstfeest!’ Hij steekt nog even zijn hoofd om de deur: ‘Je hebt toch wel genoeg geld bij je?’ En weg is hij.

Ze weet niet eens hoe hij heet.

Buiten ligt het plein in de dampende kou een Breitner te wezen. Betty kijkt naar de gekluisterde kerstbomen. Morgen zal ze er een bevrijden van Bill Murray en er lichtjes in hangen. Ze zal Nigella’s chocolate chip cookies bakken en warm opeten. Ze zal voor de elfde keer de dvd van Love Actually bekijken en weer geërgerd huilen bij elke scène die de regisseur daarvoor bedoeld heeft. Met Kerst zal ze mamma’s stoofpeertjes eten en luisteren naar alle anekdotes over haar vader die ze het afgelopen jaar al tientallen malen heeft gehoord. Ze zal ze graag aanhoren, en vragen om meer. Ze zal haar vader missen, en David. Het wordt een gelukkig kerstfeest, denkt Betty hard.

Ze belt David. Ze hoopt dat hij niet opneemt.