Betty is bang. Ze ligt op de vloer en kijkt naar boven. Wat doet ze nou? Haar vriendin Anna is zojuist schrijlings op haar gaan zitten; ze zet haar handen naast Betty’s hoofd en staat nu op handen en knieën over haar heen, terwijl ze langzaam haar gezicht naar dat van Betty beweegt.
‘Nee!’ gilt Betty.
‘Nou?’ zegt Anna. ‘Heb ik gelijk?’
‘Mja…”Zie je wel?’ Ze zoent Betty op de mond en springt op. ‘En dan heb ik nog gewoon mijn kleren aan. Naakt, dat doe ik je niet aan.’ ‘Jezus,’ zegt Betty. ‘Ik wist niet dat het zo erg was. Met ons.’
‘Bewezen?’ zegt Floor, die vanuit een stoel geamuseerd zit te kijken.
‘Ja. Daarom lig ik nooit boven, met het licht aan,’ zegt Anna. ‘Je gezicht flubbert. Je wangen gaan hangen. Zelfs je oogleden. Het is de zwaartekracht. Na je veertigste is er niks meer aan te doen.’
‘Nou…,’ zegt Floor.
‘Ja, Floor, dat geldt ook voor jou,’ zegt Betty, terwijl ze overeind krabbelt. Ze doet nog een zak wasabinootjes in een kommetje.
‘Nee hoor, bij mij hangt er niks. Ik heb op m’n veertigste alles laten liften. Gezicht, borsten. Siliconen erin.’
‘Toch niet van die industriële? Half Frankrijk loopt leeg, hè, op het moment,’ zegt Anna.
‘Nee, mijn borsten zijn duur.’
Anna zucht. ‘Godzijdank draagt Frank geen leesbril in bed. Ik moet er niet aan denken dat ik een jongere man zou hebben. Maar toch lig ik comfortabeler op mijn rug. Met het licht uit. Voor de zekerheid.’
Betty maakt een nieuwe fles rode wijn open. ‘Henk Bleker heeft dat goed voor elkaar. Z’n nieuwe vriendin is zesentwintig.’
‘Jamaar,’ zegt Floor. ‘Zíj heeft een probleem. Ze moet zorgen dat ze boven ligt. Kun je je voorstellen, achtenvijftigjarige Henk…”Nee!’ roept Betty. ‘Niet verdergaan! Ik begrijp het zo ook wel. Laat ze, trouwens. Al die verontwaardiging over wat leeftijdsverschil.’
Anna kijkt zuinig. ‘Er is wel de dubbel-min-tien-regel. Die heb ik altijd wel zinnig gevonden.’ Betty en Floor kijken haar vragend aan. ‘Je partner mag maximaal twee keer zo oud min tien jaar zijn. Of half zo oud plus vijf. Dus iemand van zesentwintig met iemand van tweeënveertig. Of iemand van achtenvijftig met iemand van vierendertig.’
Het is een volle minuut stil. ‘Godallemachtig,’ zegt Floor. ‘Nooit meer een twintiger in mijn bed.’
Blue Monday, de derde maandag van januari, officieel de somberste dag van het jaar, iets gezelliger maken, met vriendinnen, lekker eten en een paar flessen wijn, dat leek Betty een goed idee. Maar de conversatie neemt een tobberige wending.
‘Als we niet onder het mes willen, moeten we naar de sportschool,’ zegt Anna.
‘Ze zeggen dat krachttraining het enige is wat helpt,’ zegt Betty.’Yeah right, gewichtheffen met je wangen,’ zegt Floor.
Dat gaat zo niet goed, denkt Betty. ‘Meisjes! Was niet de algemeen geldende opinie dat vrouwen na hun veertigste alle gêne van zich afwerpen, tevreden zijn met hun lijf en leden en zich voortaan op de inhoudelijke zaken van hun leven gaan richten?’ ‘Ja! Zóóó overschat, uiterlijk, seks,’ zegt Anna.
Floor heft haar handen ten hemel. ‘Wie stond hier net nog op handen en voeten iets te demonstreren?’ ‘Eh…”Vooralsnog,’ zegt Betty, ‘heb ik niet eens meer iemand om overheen te flubberen.”Ja!’ roept Floor. ‘Eigen schuld! Ik heb nooit begrepen waarom je niet met David naar Parijs wou met de Kerst. Je had Sarkozy kunnen ontmoeten, met Carla. Of DSK. Ga je bij je moeder zitten! Geen wonder dat David zich afgewezen voelt. Zóóó overschat, familie.’ Worden we vilein? Wat heb jij gedaan met Kerst? Heb jij je zonen, die bij hun vader wonen, uitgenodigd? Nee, dat niet denken, nu. Het is gezellig.
‘Zeg!’ roept Anna. Gelukkig. ‘Ach, ik had David ook overschat. Ik heb al anderhalve maand niets meer van hem gehoord. Ik ben bang dat het uit is.’
‘Het is niet uit. Jullie hebben ruzie. Hij was bang om te falen, en nu is hij gewoon bang om je te bellen. Hij steekt z’n kop in ’t zand, en jij ook. Jullie moeten praten. Praten helpt altijd.’
Lieve Anna. Blijft altijd in het goede geloven, ook met het licht uit.
Betty heft het glas. ‘Goed dan. Op oude meisjes en de dingen die voorbij gaan. Op het eind van Blue Monday. De ergste dag ligt weer achter ons. Het kan alleen nog maar beter worden.’
Als Floor en Anna vertrokken zijn, is het plotseling erg stil. Al die angst. Dat gedoe over de derde maandag van het jaar. De faalangst van David. Angst voor afwijzing. Voor ouderdom. Voor verval.
Betty pakt haar grote passpiegel van de muur en legt hem op de grond. Ze kleedt zich uit en gaat op handen en knieën zitten. Ze kijkt goed.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.