Feuilleton
oooh, lente, denkt Betty. Op haar dakterras hoort ze vogeltjes kwetteren. Musjes? Meesjes? Vinkjes? Sijssies. Er valt een straal zon naar binnen, maar ze doet nog even haar ogen dicht. Ze ziet het prille groen aan de struiken, de buitelende bolle vogeltjes, zijzelf in een vederlichte, witte jurk, een vaas met roze bloesemtakken in haar handen. Een serene aquarel, een oosterse prent, een beeld dat was begraven onder gure herfstwind en een grijze winter. Ik moet opstaan. Naar buiten.
Ze zet haar voeten op de vloer. KOUD!
Buiten klinkt een oorverdovend geraas. Een honderdduizendklapper. Chinees Nieuwjaar. Ze was, net als de vogels, verdwaald in de tijd. Op tafel staat een doos fortune cookies. ‘Kung Hai Fat Choi! Gelukkig Nieuwjaar!’ roept de bijgevoegde kaart. Op de achterkant is zo’n strookje papier uit een koekje geplakt: ‘Today is the time to water your personal garden.’ Daaronder staat in fors handschrift: ‘Move your fucking ass en werk je boekhouding bij voor je aangifte!’
De kaart is niet ondertekend, maar dat hoeft ook niet. Yin is de beste accountant van de stad, en viert nu waarschijnlijk beneden op het plein het begin van het Jaar van de Draak met haar ouders.
‘Before the beginning of great brilliance, there must be chaos.’ Zo’n fortune cookie is net een horoscoop, hij klopt altijd.
Betty zoekt haar facturen. Ze graaft haar bankafschriften uit. Ze vindt ze in een bureaula, tussen de kranten, onder andere papieren, onder haar bed. Voortaan meteen in een map stoppen.
Voortaan…
Goede voornemens. Wat is er eigenlijk terechtgekomen van de vorige? Waar is de lijst van 2011? Niet in een la. Niet in haar computer. Niet onder het bed. De goede voornemens zijn ondergesneeuwd, toegedekt, verdwenen onder het leven zelf. Ze kan ze wel recapituleren. Meer opruimen. Haar footprint verkleinen (afval scheiden, een groentepakketabonnement nemen, verantwoorde kleren kopen). Aardiger zijn (voor vriendinnen, haar moeder, de chagrijnige buurman). Opruimen. Deadlines halen. Hé, ligt die oorbel dáár! Daar heb ik maanden naar gezocht. Minder kopen, meer weggooien. Opruimen. Minder snoepen, minder drinken. Rust, reinheid, regelmaat, ruimte creëren.
Het geluid van gongs en trommels stijgt op naar haar zolderetage. Het gekwinkeleer van de musjes/meesjes/vinkjes is vervangen door een kwelende Chinese nachtegaal uit een goedkope geluidsinstallatie. ‘Opruimen’, schrijft ze op een witte pagina. Dat voelt al als het begin van opruimen.
etty zucht. Was ik maar beroemd, dan hoefde dit allemaal niet, met die voornemens. Kunstenaars, schrijvers, die kunnen in interviews zonder blikken of blozen zeggen: ‘Als ik schrijf, ben ik een beul voor mijn omgeving. Volstrekt asociaal tegen mijn vrouw en kinderen, onbereikbaar voor mijn vrienden.’ En dat mag dan, dat wordt in het licht van de beroemdheid ineens een exotische eigenschap, een interessante, verdiepende karaktertrek, excentriek, grappig.
‘O, ik kook zelf nooit, ik heb een hekel aan koken. En aan sporten. Ik heb in mijn leven nog nooit gesport. Ik wil geen smartphone, ik heb een telefoonfobie, het duurt dágen voor ik iemand durf te bellen en ik beantwoord mijn mail nooit. Nee, ik ben geen echte journaliste. Fuck de feiten, het liefst verzin ik alles zelf. Ik ben het liefst alleen, ik houd helemaal niet van mensen. Ik ga liever de deur helemaal niet uit. Ook niet om te reizen. Veel te eng, reizen.’ Betty zet een streep door ‘Opruimen.’ Vandaag maakt ze een lijst van dingen die ze dit jaar niet hoeft te doen. Niet naar de sportschool. Niet twitteren en facebooken. Niet samenwonen. Zich niet schuldig voelen als ze iets niet doet. Zich nergens schuldig over voelen, eigenlijk. Nu alleen nog even beroemd worden, dan vinden de mensen haar authentiek.
Telefoon. Anna. ‘Zeg, is het nou weer goed tussen David en jou? Hebben jullie het uitgepraat?’
‘We hebben niet veel gepraat. Het is gewoon weer goed.’
‘Maar hij heeft vreselijke dingen tegen je gezegd! Hebben jullie het daar niet meer over gehad? Heeft hij zijn excuses niet aangeboden?’
‘Dat was niet nodig. Het is weer goed.’
‘Betty, praten is altijd nodig. Hoe was het met hem in Parijs?’
‘Hebben we het niet over gehad.’
‘Huh?’
‘Ik wil het niet weten. Het is gewoon weer goed. David is heus oké.’ ‘Ik zei niet dat hij dat niet is. Je dekt alleen altijd alles toe. Dan ben je ervan af, denk je. Maar zo werkt het niet.’
‘We willen het er allebei niet meer over hebben. De ruzie is voorbij.’
Verdwaalde rode snippers dwarrelen langs haar raam. Betty kijkt naar de uitbundige drakendans, beneden op het plein. De draak jaagt elk jaar boze geesten weg, net als het vuurwerk. In het jaar van de draak zullen de boze geesten dus wel wegblijven – op voorwaarde dat de draak zelf geen angstaanjagende dingen doet. ‘Tame your dragon,’ dat zou een goede tekst zijn. Ze breekt nog een fortune cookie.
‘You will soon discover a major truth about the one you love most.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.