Feuilleton

Ik ben Sarah Lund. Ik trek elke ochtend dezelfde trui aan. Ik stoot af en toe een lettergreep Deens uit. ‘Hm.’ ‘Tak.’ ‘Död.’ ‘Mord.’ ‘Hai.’ Verder zwijg ik. Ik lach nooit. Ik observeer.

Betty staat in de kamer van David. Hij is even een boodschap doen.

Sarah Lund ziet alles.

Ze kijkt rond.

Ik zie niks.

David heeft een geheim. Ze moet het alleen nog even zien.

Overal liggen pepermuntjes. Maar dat is logisch.

Ze loopt naar de geluidsinstallatie, waar zij nooit aan mag komen. Bestudeert de ruggetjes van zijn cd’s, als altijd impeccable op alfabet en genre gerangschikt. Mag ze ook niet aankomen.

Hee, Mozart tussen de ouwe soul.

Ze bladert in zijn agenda. ‘Ruben les’, leest ze. Dat is die jongen op Facebook. Leerling, dus. ‘Rick, administratie af’. Zijn boekhouder.

Ze gaapt. Niets over een vrouw. Of een meisje.

Ze opent de klerenkast. Een dozijn truien op kleur gerangschikt, zeven geperste pakken, negen zijden stropdassen op een hangertje, onderbroeken opgevouwen op een kaarsrechte stapel.

Wat zou er gebeuren als ik alles eens gezellig door elkaar zou hangen? Ik kan het altijd nog eens als martelmethode gebruiken: ‘Beken! Anders leg ik je groene poloshirts tussen de blauwe!’ ‘Néé, niet tussen de blauwe!’

Ze kijkt om zich heen.

De nachtkastjes zijn niet meer symmetrisch. Dat boek ligt scheef. O, dat is mijn kant, mijn boek, mijn schuld.

Gewoon een beetje speuren, zei Floor. Zakken nazoeken, sms’jes controleren, dat soort dingen. Observeren. Dan kom je er wel achter.

Hm.

Moedeloos zakt Betty op de bank. Ik kan hier vijfendertig verborgen camera’s laten monteren en dan vind ik nog niks. Ze bladert door een Vrij Nederland. ‘Eeuwige liefde. Het geheim van een succesvolle relatie. Liefde voor altijd, hoe doe je dat?’ leest ze. Dé focus van Valentijn anno 2012 is niet verliefdheid, maar bestendigheid. ‘Vertrouwen, zelfbeheersing en waardering,’ zegt de deskundige in Vrij Nederland, dat is het geheim. ‘Hoe groter het wederzijds vertrouwen, hoe groter de kans op geluk.’ En: ‘Neem die partner ook eens zoals-ie is, leg er niet teveel een vergrootglas op. Láát die ander.’

Wat zit ik hier in hemelsnaam te doen met zijn agenda in mijn handen?

‘Heel, heel schadelijk voor een relatie is geheimhouding,’ zegt een deskundige verderop in het stuk. Betty fronst geërgerd. Onzin. Het geheim van een goede relatie is gewoon dat je geheimen mag hebben, vindt ze. David en zij zijn gesteld op hun privacy, ze hebben niet voor niets een latrelatie. Ideaal: hij heeft geen weet van de rommel onder haar bed, zij hoeft zijn zweetsokken niet te wassen. Hij hoeft niet te zien hoe zij hardop voor de spiegel meezingt met Bette Midler, zij wil niet weten of-ie porno kijkt. Schaarse, gekoesterde geheimen, in een tijd waarin iedereen z’n hele hebben en houwen maar op internet zet en privébesognes in mobiele telefoons tettert in de tram.

Mensen die je geheimen willen ontfutselen, die zijn niet te vertrouwen. Stasi’s. Artsen, getrouwd met journalisten. Tv-medewerkers en schrijvers in witte jassen. Betty houdt zich liever vast aan de eerste deskundige: vertrouwen, daar gaat het om. Je moet niet alles willen weten. Daar word je maar ongelukkig van. Weg met Sarah Lund.

‘Dag liefje.’ Daar is David, zonder boodschappen. Hij zoent haar, en zij ruikt het, door de pepermunt heen: hij rookt weer. Hij denkt dat zij het niet weet. Zij doet of ze het niet merkt.

‘Ga je mee iets drinken,’ zegt hij. ‘We zitten zo in huis, de hele tijd.’ Sinds wanneer wil hij zomaar naar een café? ‘Gezellig,’ zegt Betty.

Aan de bar waar ze drankjes bestelt, zitten twee mannen achter een glas whisky. De een draagt bretels, de ander zo’n blauw overhemd met een witte kraag. De lucht van een scherpe aftershave ruikt bekend. Iets jaren tachtigs. Kouros of zo. Hu.

‘You win some, you lose some,’ zegt bretelman.

‘He had it coming,’ zegt de witte kraag. Nederlandse woorden zijn niet toereikend voor het dédain voor de afwezige loser.

De witte kraag kijkt Betty aan. ‘Hé,’ zegt hij. ‘Jij hier?’ Hij knipoogt. Ken ik hem? O god, ik ken hem. Ergens van.

‘Gelukkig Nieuwjaar, nog.’

Feestje van Floor, Oud en Nieuw. Fuck.

De man ziet haar aarzelen. ‘Je was nogal dronken…’

Ik was alleen. Toch? Nee, hij heeft me thuisgebracht. Vage herinnering: een te natte, lange zoen in een auto, die aftershave. Hebben we…?

Nee, ik werd alleen wakker.

‘Zie ik je nog eens? Je bent vast aardiger als je niet dronken bent.’

Ik was blijkbaar niet aardig. Waarom vergeet ik dit soort dingen?

‘Dat weet je niet. Dat is een geheim,’ lacht Betty. Ze loopt terug.

‘Ken je die man?’ vraagt David.

Hm. Betty neemt een slok wijn en kijkt David liefdevol in de ogen. ‘Nee. Geen idee.’