Feuilleton

Betty zit in het a-deel van haar latrelatie: alleen in haar eigen huis. David heeft thuis een pianoleerling.

Hij houdt er eigenlijk niet van, weet ze, van leerlingen, maar het levert geld op. Hij is streng voor die arme schapen, tot vreugde van hun ouders die hun kind op het conservatorium wensen. Maar hij neemt alleen echt getalenteerden – beginners verdraagt hij niet. Geen martelende voorspeelavondjes op de muziekschool.

Het stralende voorjaarsweer doet haar verlangen naar een nieuw, vrolijk jurkje, zoals haar oma vroeger een nieuw hoedje wou voor Pasen. Maar de jaren tachtig teisteren de winkelstraten: leggings, te korte jasjes, enkellaarsjes. Dolly Dots-mode in kleuren die haar niet staan: geoxideerd koper, kuikentjesgeel, de kleur van een scheut ranja in een glas melk. En haar stelregel is: als je ze ooit in het originele decennium gedragen hebt, moet je niet beginnen aan een tweede ronde. In de Nederlandse Vogue staan elegante flapper dresses en Mad Men-achtige fifties- en sixtiesjurken, maar die kan ze niet betalen. Net als die mode-als-kunst van Iris van Herpen, die kan ze niet betalen én wil ze niet aan. ‘Kleding die weinig te maken heeft met draagbaarheid en niets met trends, maar een heel eigen verhaal vertelt,’ schreef NRC. Knap, hoor, maar Betty loopt toch liever niet in een reuzenpannenspons alleen omdat Iris van Herpen haar verhaal kwijt moet. Waar zijn de ontwerpers die zorgen dat niet hun jurk maar de draagster er goed uitziet? Waar vind je kleren die je áán wilt?

In haar eigen kast, blijkt. Na een half uur staat voor de spiegel bijna iemand die ze zou willen zijn. Een ouderwetse moeder, zo een die de hele dag cupcakes bakt en haar theedoeken strijkt. Net op tijd.

Jonas, met een slaperige Vlinder op de arm, dirigeert Storm voor zich uit de trap op. ‘Ik ben een beetje vroeg. Heb je koffie?’ Hij poot Vlinder voor Betty’s computer. ‘Ga jij maar Bobo kijken.’

En tegen Storm: ‘Je mag even op pappa’s iPhone. Tot ik wegga.’ Hij ploft op de bank alsof hij er al een hele dag op heeft zitten. ‘Fijn dat je even de kids wilt managen. Ik ben nou al bekaf. Roos is gisteravond al naar haar cursus Honden Spiegelen vertrokken en de au pair heeft uitslaapdag.’ Hij veegt zijn te lange haar routineus uit zijn ogen. ‘Hé, sinds wanneer heb jij een iPhone? Eindelijk overstag?’

‘Nou, overstag…’ zegt Betty. ‘Het is meer verplicht. Ik moet gaan twitteren, voor de krant. Ze hebben alleen niet uitgelegd hoe.’

‘De grootste idioten kunnen twitteren, dus jij ook. Hoezo verplicht?’

Ze vertelt over Theo’s plannen met het culi-merk Betty. Facebook, kookboeken, tv, Twitter, Pinterest – media, social media, the works.

‘Echt iets voor jou,’ grinnikt Jonas. ‘Not.’ Hij kijkt naar Storm, die zijn iPhone telkens ergens neerlegt, op het scherm kijkt en weer ergens anders neerlegt. ‘Die Theo heeft wel gelijk, trouwens, er zit een Nederlandse Nigella in jou. Maar heeft-ie daar geen mensen voor?’

‘Mensen?’

‘Denk je dat Nigella dat allemaal zelf doet? Al die boeken, tweets, kookprogramma’s, recepten? Daar heeft ze helemaal geen tijd voor.

Die heeft een team. Een content manager, een foodstylist, een fashionstylist, een uiensnijder, een kookboekenschrijver. Er stond laatst een heel stuk in The New York Times van zo’n ghostwriter.

Vernederend werk. Je moet zorgen dat je aan de andere kant staat. Alleen op die manier krijg jij nog je fifteen years of fame. Jij bent de ster. Jij bent het merk. Jij moet je eigen ding doen. Easy peasy.”Eigen ding? Dat is schrijven, volgens mij.’

Storm gaat op een stoel staan en legt de iPhone op de keukenkast.

‘Een waterpas-app,’ zegt Jonas verontschuldigend. Vindt-ie leuk.’ Hij kijkt op zijn horloge. ‘O, ik moet weg. Jullie redden je wel, hè?’

Als Jonas de deur uit is, krampt haar maag zenuwachtig samen.

Ik heb geen traphekje. En geen stopcontactbeschermers. Stel je voor dat Vlinder in een koekje stikt. Hoe doen moeders dat?

Ze denkt aan de oude moeder in Six Feet Under, die voor de eerste keer op de vers geadopteerde kinderen van haar zoon past en oma-achtig koekjes met ze wil bakken, maar de kids nemen de benen en gaan joyriden in de parkeergarage. Misschien toch maar geen koekjes. Zal ik hun voorlezen? Of is dat iets uit de vorige eeuw?

Vlinder speelt met rode konen haar Bobo-spelletje. Storm kijkt mee, maar raakt verveeld. ‘Betty?’ bedelt hij. ‘Mag ik op je iPhone?’

Is dat niet… Ach, natuurlijk wel. ‘Goed. Als jij me leert hoe-ie werkt.’

‘Ieziepiezie.’ Storm begint ijverig Het Ding te bevingeren, dat al meer dan een week als een eng beest naar haar loert. ‘Kom op, we gaan apps kopen,’ zegt hij verlekkerd. ‘Angry Birds Space is net uit.’

Ze aarzelt even. Maar twee uur later schiet ze boze vogels door de ruimte of ze nooit anders gedaan heeft. Getemd door een zesjarige.

Ze belt David zodra Jonas de ‘kids’ weer opgepikt heeft. Op de achtergrond hoort ze iemand pianospelen.

‘O, ik wist niet dat je nog steeds lesgaf. Kom je vanavond hier?’ ‘Ik kan niet. Mijn leerling heeft een uitvoering op de muziekschool.’ ‘Jammer.’ Wie speelt daar zo verschrikkelijk slecht?

‘Pap,’ hoort ze Storm nog op de trap zeggen, ‘alles is scheef hier!’