Feuilleton

Anna is in haar element. Meedoen aan de rommelmarkt was haar idee, ze heeft dit vaker gedaan, dit is haar dorp, zij heeft de regie. Maar Betty weet het niet. Eergisteren klonken Anna’s aansporingen nog zo aantrekkelijk: ‘Opruimen, dames. Alle ballast overboord. Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd. Je moet ruimte creëren voor nieuwe dingen, je moet loslaten.’ Betty had visioenen gekregen van een leeg, zen-achtig huis, een kalm, overzichtelijk leven. Maar een middag opruimen heeft slechts één doos met dingen opgeleverd waar ze vanaf wou, en een hoofd vol losgewoelde herinneringen. Voor haar in het gras ligt de oogst. Cadeautjes van ex Wouter (een buikspiertrainer van Telsell, een lelijke kan, een ring met roze glittersteentjes). Nutteloze keukendingen (de sapcentrifuge, de ijsmachine, de eiersnijder, de appelboor, het meloenbolletjesuitsteekding, het dingetje waarvan ze niet meer weet waar het zo handig voor was, en zeven flesjes olijfolie, wanhoopsgeschenken van diverse verjaardagen – ‘Wat geven we Betty? Wijn? Bloemen? Een boekenbon? Nee, ze doet iets culinairs, laten we iets origineels geven. Olijfolie!’). Cadeautjes van haar moeder (een theepot in de vorm van een taart, een taartvorm in de vorm van een theepot, liefde in de vorm van goedbedoelde cadeaus).

‘Tweehonderd euro. Geen cent minder. Het is een Prada en ik heb er zeshonderd voor betaald,’ zegt Floor tegen een verbouwereerde vrouw in een ANWB-jack die schielijk een panterjurkje terughangt. ‘Paarlen voor de zwijnen,’ moppert Floor, terwijl ze haar Miu Miu-vestje, de Marc Jacobs-pumps, het zijden onderjurkje van La Perla en de LaDress-dress liefdevol herschikt.

Anna schudt haar hoofd. ‘Dit is een rommelmarkt, Floor. En misschien wilde die vrouw haar seksleven wel opfrissen met dat jurkje, en heb jij nu een ingedut huwelijk op je geweten.’

‘Daar staat tegenover dat ik menig ingedut seksleven persoonlijk even heb opgefrist,’ zegt Floor laconiek. ‘Iemand al trek in prosecco?’

‘Doe maar,’ zegt Anna. Ze is nog maar net klaar met uitpakken, ze heeft de meeste dingen meegenomen. Kinderspul van haar inmiddels puberende kroost (roze teddybeer, T-shirtjes in Hema-kleuren, Barbiepop met een hap uit haar haar, Spongebob-broodtrommel), maar ook uit haar eigen verleden: de soundtrack van The Kids From Fame, een plakboek vol plaatjes van John Travolta.

‘Tjee,’ zegt Floor. ‘Das war einmal. Waar zou-ie toch later zo dik van geworden zijn, hebben ze ‘m vetgemest in de Scientology Kerk? Zeg, waarom heb je zo vaak z’n neus en z’n lippen afgeknipt?’

‘Dan zat Olivia Newton-John eraan vast,’ zegt Anna.

Betty kijkt bewonderend naar wat Anna wegdoet. Ze heeft een gezin, ze heeft geen dingen nodig om herinneringen vast te houden.

‘Hoeveel?’ zegt een man. Hij houdt de roze ring omhoog.

‘Vijf euro,’ zegt Betty.

‘Drie,’ zegt de man.

Aan wie zou hij die geven? Zou ze weten dat-ie afdingt? ‘Deal,’ zegt Betty. Het doet gek genoeg even pijn.

‘Dus hij meende het,’ zegt Floor. Ze zijn anderhalve fles prosecco verder. Anna is bijna los. Betty heeft nog een appelboor en het handige dingetje. Floor heeft niets verkocht.

‘Ik weet het niet. Het klonk ook een beetje als paniek,’ zegt Betty.

‘Dus David vraagt: “Wil je met me trouwen?” in een vlaag van paniek?’

‘Hij wil in relatietherapie. En hij wil met me trouwen.’

‘In die volgorde? Of tegelijk? Kan dat wel tegelijk?’

‘Wij hebben niet genoeg relatie voor relatietherapie.’ Ze hoort het zichzelf nog tegen David zeggen. Waarheid in de vorm van een grapje. Was zijn aanzoek daarna een aanzoek in de vorm van een grapje, of een grapje in de vorm van een aanzoek?

‘Maar wat heb je geantwoord?’ vraagt Anna.

‘Ik heb gezegd dat ik tijd en ruimte nodig heb om na te denken.’

‘Nee! Dat meen je niet. Dat zeggen ze in alle films!’ roept Floor. ‘Zeg, als je gaat trouwen, heb ik nog wel een leuk Prada-jurkje voor je. Honderd euro.’

Als de tweede fles leeg is, begint Anna haar spullen in een doos te gooien. ‘Voor de kringloopwinkel.’

‘Mag ik je Fame-cd?’ vraagt Betty. Mag jij m’n appelboor.’

‘Ik wil David wel van je overnemen,’ zegt Floor. ‘Voor de Prada-jurk.’

Een dikke blonde vrouw houdt het jurkje omhoog. ‘Hoeveel?’

‘Twintig euro,’ zegt Floor.

‘Tien euro?’

‘Vijftien.’ Tegen Betty: ‘Sorry. Ik laat je nog even met David zitten. Tenzij je ‘m wilt ruilen voor een echte La Perla. Eenmalig aanbod.’

Betty denkt aan de ring, waarvan ze het verlies nu al niet meer voelt. Wat was het nou helemaal? Een herinnering in de vorm van een ring. Een idee in de vorm van een prul. Leven in de vorm van een berg spullen. Ze kijkt naar het volk dat bij het scheiden van de markt op koopjes of krijgertjes hoopt. Koop mijn ballast, neem mijn huisraad, mijn leven, mijn hart. Ik heb nog een ouwe relatie liggen, die krijg je er gratis bij.

Ze schudt haar schouders los. Maak me los, denkt ze. Maak me los.