Feuilleton
De avond is warm. Na een verregende en verwaaide zomer heeft vandaag een hysterisch uitbundige zon de terrassen op het plein bij Betty’s huis overspoeld, een feestelijk dessert waarmee de kok na een smakeloze maaltijd alsnog zijn klanten in het restaurant paait. Nu kleurt de lucht roze als op een Willem de Kooning.
Met de weekendkrant is Betty op een terras neergestreken. Ze heeft een glas rosé besteld. Ze draagt haar mooiste zomerjurk, haar hoogste hakken. Ze kijkt. Iedereen is vrolijk, iedereen praat met elkaar of doet drukke dingen op een smartphone, of alles tegelijk.
Ze stelt zich voor dat ze die vrouw verderop aan een tafeltje is, die zal niet veel ouder zijn dan zij, zevenenveertig of daaromtrent, zij zit daar wat gespannen met een blik die ze in de spiegel heeft geoefend, zij wacht duidelijk op een man, ja, daar is hij, een mooie man in een licht pak zonder das, ze zoent hem, niet al te intiem, ze hebben geen relatie, nog niet, of nee, niet meer, ze zijn goede vrienden, zij lacht, hij lacht hardop mee, ze denkt: kan dat pak niet uit. Ze is die jongen daar in spijkerbroek en T-shirt met een bandnaam die ze niet kan lezen en waarschijnlijk niet zou herkennen, hij is een jaar of dertig, hij belt aan een stuk door, zonnebril op het hoofd, onderuitgezakt achter een biertje, een jongen met een druk leven, veel vrienden, vriendinnen, hij spreekt iets af, picknick in het Vondelpark, ze ziet het voor zich, een grote groep mensen aan een lange tafel met lampions en goede witte wijn en zelfgemaakte salades en quiches en spelende kinderen, ze lachen, ze praten, ze zullen uiteindelijk zelfs hun smartphones veronachtzamen. Ze is het mooie meisje dat tegen hem aanleunt, vanavond laat, en zich loom nog wat olijven laat voeren en langzaam stiller zal worden en mijmerend naar de maan zal kijken en genieten, genieten van deze late zwoele zomeravond.
Betty neemt een slokje van haar rosé. Ze probeert zich voor te stellen dat ze zichzelf is. Zelfbewuste single. Vrouw van de wereld. Alles onder controle. Maar ze kan het niet echt goed zien. Andere mensen zijn echter. Ze genieten van het mooie weer, zoals het hoort.
Ze probeert voor de vijfde keer in de krant te beginnen als haar telefoon gaat. Elegante vrouw met druk sociaal leven. Het is Theo-van-de-krant. Elegante vrouw met druk professioneel leven.
‘Dag schat…’ Een werkgever die me schat noemt, daar moet ik toch eens wat aan doen. ‘… ben je in de buurt van een computer? Henk heeft je wat foto’s van het decorontwerp voor Betty’s Bluf gemaild. Hij laat je keuken nabouwen in de tv-studio, ik wil weten wat je ervan vindt.’
‘Als ze die nabouwen, is er voor mij toch niks nieuws te zien?’
‘Kijk toch maar even.’
‘Ik ben over tien minuten thuis. Dan bel ik je terug.’
Elegante vrouw met druk professioneel leven rekent haastig af. Culicolumnschrijfster (Nederlandse Nigella) breekt binnenkort door met grensverleggend kookprogramma. Oudere vrouw met een wijntje op draagt veel te hoge hakken om elegant over een plein met kinderhoofdjes naar huis te rennen.
Op blote voeten bereikt ze haar zolderetage. Ze zet haar laptop aan.
Verbijsterd kijkt ze naar haar scherm. Haar computer is een kijkdoos, ze kijkt naar binnen en ziet dingen die van haar zijn, een rood emaillen vergiet, een gietijzeren stoofpan, een gebloemd schort, en in het midden ziet ze een foto van zichzelf, in haar keuken. Alleen is die keuken niet haar keuken. Ik ben een popje in een poppenhuis.
Ze belt. ‘Theo?’
‘Nou? Wat vind je?’
‘Dat is mijn keuken niet.’
‘Ach, ze hebben een paar minieme aanpassingen…’
‘Het is de keuken van Amélie Poulain, ingericht door de rekwisietenman van een Wes Anderson-film.’
‘Precies. Leuk, hè? Geef toe: het zou je keuken kunnen zijn.’
Hij heeft gelijk. ‘Onzin.’
‘Joh, ze maken een tv-ster van je. Maar je moet je kookrubriek voor de krant blijven schrijven. Ik zou gek zijn als ik je nu zou wegdoen.’
Is hij dat van plan geweest dan? ‘Mag ik dan ook nog voor de rest van het culturele katern schrijven? Over kunst? Af en toe moet ik de cupcakes nog even ontstijgen met iets hogers, Theo.’
‘Wat nou hogers. Het is allemaal één pot nat, allemaal cultuur: tv, aardappelen, verf. Maar goed. Wat jij wil, schat, wat jij wil. En nu naar buiten. Je móét echt genieten van het mooie weer.’
Eén schoen heeft ze al aan, de andere in haar hand, als ze ineens vermoeid gaat zitten. Dat hele hysterische idee, ‘moeten genieten’ van het mooie weer, doodmoe wordt ze ervan. De hele zomer moet het, je moet het elders halen als het hier regent, je moet de zon ‘pakken’ op het strand, in het park, op vakantie… Eigenlijk was ze juist zo blij dat de zomer voorbij is. Gewoon lekker met een boek op de bank terwijl het buiten regent, met echte kleren aan in plaats van dat zweterige geflodder.
Ze kijkt uit het raam naar het drukke plein, een poppetje in een kijkdoos met de blik naar buiten, wachtend op wolken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.