Feuilleton

Ha! Wolken! Betty is opgetogen: het is nu echt herfst. Ze zit in de vensterbank van het raam voor haar dakterras en ziet de lucht van roze naar grijs kleuren. Ze houdt van de vroege ochtend, als de stad nog stil is, als iedereen nog slaapt, niemand nog belt, niemand iets van haar moet. De dag ligt uitgestrekt voor haar en is nog helemaal van haar, vol beloften van wat ze er allemaal in gaat klaarspelen, straks, vol bergen die ze gaat verzetten.

Ik ga straks in één ruk dat stuk voor de krant schrijven, dan heeft Theo het eens twee dagen voor de deadline in plaats van twee uur daarna, en dan heb ik een leeg hoofd en een zee van tijd om iets anders te doen. Ik haal al mijn zomerjurken uit de kast en berg ze op tot het voorjaar zodat ik een overzichtelijke kast heb. Ik ruim mijn bureau op en gun mezelf een paar uur om plannen voor een roman op papier te zetten. Vanavond ga ik beginnen met het rubriceren van die doos uitgeknipte recepten, dan heb ik straks een fijn kookboek om de hele winter uit te koken, elke dag een nieuw recept. Ik ga vroeg naar bed met een goed boek. De tv blijft uit.

Buiten is het windstil. Vijf druppels parelen aan de rugleuning van haar terrasstoeltje. Het verwaarloosde daktuintje is nog groen – een paar blaadjes aan de struik-die-nooit-wat-wil-worden en een zee van zevenblad. Ik moet er nog pesto van maken van de Elle Eten en de Elsevier.

Later zal de dag worden vervuild, door lawaai, door mensen, door plichten, en uiteindelijk door frustraties over wat er allemaal niet is gedaan, niet is begonnen, niet is beëindigd, niet is gelukt. En toch blijf ik elke dag maar goede voornemens hebben. Wat moet je anders?

Ze hoort het ruisen van de bomen, binnenkort voorbij. In de struik hangt een perfect spinnenweb. Middenin zit een spin roerloos te wachten – op niets, op eten, op vernietiging. Zouden spinnen weleens gezellig bij elkaar op bezoek komen? Ik zie er nooit twee in een web.

Een paar slome muggen zijn het enige dat beweegt.

Ik heb zo’n drang van binnen, denkt Betty.

Telefoon. ‘Mam! Wat bel jij vroeg.’

‘Och kind, sliep je nog?’

‘Nee, hoor. Maar gaat het wel goed met je?’

‘Kind, ik ben tachtig. Ik ben al uren wakker, ik heb weinig slaap nodig. Wacht maar tot jij zo oud bent.’

Dan ben jij er niet meer. Niet zeggen, dat. Niet denken.

‘Luister. Ik ben vanavond uitgenodigd op de verjaardag bij Tiny, en ik dacht: misschien vind je het leuk om mee te gaan.’

‘Maar ik ken Tiny nauwelijks. Ik heb haar één keer gezien.’ Ze heeft het aldoor over Tiny. Over de dochter van Tiny, de schoonzoon van Tiny, de zoon van Tiny, de kleinkinderen van Tiny, het graf van de man van Tiny. Ze vraagt zich überhaupt nooit af of ik wel geïnteresseerd ben in Tiny.

‘Nou, dat is toch genoeg?’

‘Waarom? Zie je er tegenop?’

‘Nou… nee… Ja… Ik zou het gewoon fijn vinden als je meeging.’

Ze ziet er tegenop. Waarom? ‘Ik had eigenlijk andere plannen, maar…’ De recepten moeten maar wachten. ‘Oké dan.’

‘O kind, wat fijn. Kees komt trouwens ook.’

‘Kees?’

‘Kees. Met een C – Sees, moet je geloof ik zeggen. De zoon van Tiny. Leuke man. Boekhouder, heel nuttig.’

Geen aanhangende schoondochter. O, god.

‘En wat vriendinnen. En o ja, Tom, Tiny’s broer, die is vorig jaar weduwnaar geworden.’

Ah! Een voor mij, een voor haar. Het is een godvergeten huwelijksmarkt! Ik wil dit niet. Maar ik moet gaan. Voor haar. Ik doe het voor haar.

‘Kom je wat vroeger? Ik maak hachee.’

De sirenenzang van mijn moeder. Daar gaat mijn bestseller. ‘Lekker, mam.’

I edereen wil wat van me, denkt Betty. Haar moeder wil haar koppelen, Theo-van-de-krant wil een merk van haar maken, Henk-van-de-tv wil dat ze de Nederlandse Nigella wordt… En wat wil ik? Ik wil het liefst met mijn hoofd onder een dekentje op de bank een beetje naar kookporno op tv kijken en Saroma eten. Een beetje lekker in mijn niet-world-wide-webje hangen en niemand erin toelaten. Maar dat brengt me niet verder. Ik moet meer onder de mensen komen.

Ze pakt pen en papier. ‘Betty meets the masses’, schrijft ze.

– Elke man een kans geven, ook een boekhouder die Sees heet.

– Een beroemde tv-kok worden, teneinde veel bewonderaars te verzamelen en nieuwe vrienden te maken.

– Naar het Stedelijk Museum om mensen te ontmoeten, het is vooralsnog te druk voor de kunst.

– Een feestje geven (niet op Facebook zetten).

Betty zucht. Het is tegenwoordig makkelijker om de massa op te zoeken dan om hem te ontvluchten. Ze kijkt naar de spin. Die doet maar. Weeft een web, gaat een beetje hangen. Lekker alleen.

De telefoon gaat. Even niet, denkt ze. Ze wil zitten en wachten, op niets, op eten, op vernietiging, maar in haar achterhoofd zeurt het: ‘Dit is de spin Sebastiaan. Het is niet goed met hem gegaan.’