Feuilleton
Vijftienminutenpastadag, denkt Betty als ze wakker wordt. Of is het Maakeentaartjeineenwipdag? Haagseblufdag? Straks heeft ze weer een opnamedag van Betty’s Bluf, het kookprogramma waarin ze weinig-moeite-veel-effect-gerechten klaarmaakt.
Ze heeft er steeds meer moeite mee.
De telefoon gaat. Ah, Theo-van-de-krant. ‘Theo! Wat bel je vroeg.’
‘Ik dacht: ze moet naar de studio, ik moet haar vroeg pakken, hahaha.’
Betty zwijgt. Vanmiddag weet ze hierop een gevat antwoord – te laat.
‘Schat, ik bel omdat je je plicht verzaakt. Je twittert niet meer.’
O fuck. Dat moet ook nog, dat is waar ook.
‘Zo ben je onzichtbaar voor onze lezers, Betty. Je bent een merk, weet je nog? Als je straks op tv komt, versterken die dingen elkaar. Dat is goed voor jou. En goed voor de krant.’
Betty zucht. ‘Theo, ik bén ook onzichtbaar. Ik kom nergens meer. Ik ga ’s morgens naar de studio en kom er ’s avonds weer uit, ik doe boodschappen, tik mijn culicolumn voor de krant en ga naar bed. Ik zie niemand meer en niks meer. Ik ben nog steeds niet naar het nieuwe Stedelijk geweest, ik wil naar Diane Arbus en de nieuwe Woody Allen en de nieuwe James Bond, ik wil naar Parijs om de Hoppertentoonstelling te zien, ik word niet meer gevóéd, Theo.’
‘Niet gevoed? Geven ze je daar dan niet te eten? Kan je niet koken?’ Ze hoort Theo snuivend gniffelen.
‘Geestelijk, Theo, geestelijk. Ik wil wel weer eens iets houtsnijdends voor het kunstkatern schrijven. Daar heb ik voor doorgeleerd.’
‘Kom kom, Linda de Mol heeft rechten gestudeerd en die zeurt daar ook niet over. Jij beleeft dingen die wij hardwerkende Nederlanders allemaal niet meemaken. Twitter nou maar gewoon over je avonturen bij de tv-opnames. Je komt toch weleens een BN’er tegen of zo? Vinden de mensen hartstikke leuk. Maak jezelf zichtbaar, Betty.’
Hij hoort niet wat ik zeg. Ik ben onzichtbaar en onhoorbaar.
De visagiste (Kim? Sanne? Alle tv-meisjes hier heten zo), kijkt Betty bewonderend aan. ‘Weet je?’ zegt ze. ‘Later wil ik doen wat jij doet. Ik ben gek op koken, ik doe thuis niet anders, ik heb een kast vol kookboeken en volgende zomer ga ik een kookcursus doen in Parijs. Zo’n kookprogramma, dat is mijn droom.’
Betty’s maag krimpt ineen. Niemand weet dat ik dit eigenlijk niet kan.
‘Ik wil vóór de camera’s staan in plaats van erachter,’ zegt Kim-Sanne.
Weet zij veel van faustiaanse toestanden en wees-lief-voor-de-sponsor en nee-je-kan-niet-onder-je-contract-uit. Ze wil gezien worden. Zoals iedereen.
Kim-Sanne kijkt haar aan. ‘Zo. Je ziet er fantástisch uit.’ Ze heeft Betty opgemaakt met felrode lippenstift en iets raars met haar haar gedaan.
Als ze naar de studio loopt, hoort ze achter het decor regisseur Mike weer eens opgewonden fluisterend producent Herman attaqueren.
‘Twintig afleveringen, Herman, waarom heb je haar een contract laten tekenen voor twintig afleveringen? Ik vond tien wel even mooi. Ze zit voortdurend op de sponsor te vitten.’
‘Maar ze is authentiek, Mike, ze is authentiek. Dat vind je niet vaak.’
‘Ze is eigenlijk te oud. Heeft ze nog nooit van botox gehoord of zo?’
‘Dat is een kwestie van licht. En ik heb Demi gevraagd of ze iets aan dat haar kan doen.’
Demi. Ze heet Demi.
‘Kunnen we niet onder dat contract uit?’
‘Natuurlijk kunnen we eronderuit. Je kunt onder elk contract uit.’
O?
Mike glimlacht en loopt de studiovloer op. ‘Betty! Je ziet er fantástisch uit. Jongens, is het licht klaar? We gaan draaien.’
Betty kijkt naar zijn ouwejongenskop. Nooit van botox gehoord, zeker. De studiolampen gaan aan. In het felle licht wordt ze zichtbaar voor de wereld, als spermavlekken in een Chinese massagesalon. Maar zelf voelt ze zich steeds onzichtbaarder worden; niet meer dan wat vage contouren, rode lippenstift en raar haar.
Thuis belt ze Floor. ‘Zeg, jij hebt toch rechten gestudeerd?’
‘Wat? Rechten?’ Floor staat in een druk café. ‘Kind, dat is eeuwen geleden, ik heb nog met Linda de Mol gestudeerd, wist je dat?’
‘Ik heb nogal acuut iemand nodig die naar mijn contract kan kijken.’
‘O, dan moet je Ed hebben. Die was hier net. Ed? Hee, Ed! Ik heb een vrouw in nood voor je.’ Er klinkt wat gemompel, Betty hoort haar naam vallen, gevolgd door een bulderende lach.
‘Betty? Kan-ie nu komen? Hij kan zo bij je zijn. Vriendendienst. Oké?’
‘Eh, ja. Goed. Geloof ik. Ik trek even iets aan, ik zit in m’n ochtendjas.’
‘Welnee. Vindt-ie niet erg. Toch, Ed? Betty in een kimono?’ Weer die lach op de achtergrond. ‘Nou, succes, meid!’
Tien minuten later gaat de bel en opent ze met de zoemer de voordeur. Eerst is er het geluid: gestommel over de smalle trappen. Dan een geur, vaag bekend. Een scherpe aftershave – Jarentachtigachtig. Kouros – en een herinnering. Oud-en-nieuwfeest bij Floor, een opdringerige tongzoen in een te dure auto. En ten slotte is daar de man. Blauw overhemd met witte kraag. Oké. Ed. Hij heet dus Ed.
‘Wat leuk om jou weer eens te zien,’ zegt hij. ‘Je ziet er fantástisch uit.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.