Feuilleton
Anderhalf uur is ze nog maar bezig, maar Betty heeft het gevoel alsof ze al een hele dag aan het babysitten is. De aandachtsspanne van een modern vierjarig meisje is die van een puber met de afstandsbediening voor de tv. In eerste instantie was dat handig: een driftbui (‘Ik wil in pappa’s bakfiets!’) was snel voorbij, een afleidingsmanoeuvre (Ja, dat is pappa daar in dat café, en ik weet ook niet wat hij daar uitvreet met de nanny terwijl hij zei dat hij in een dringende vergadering zit, maar: ‘Hé, kijk daar eens, wil je met Betty zo’n mooi taartje uitzoeken bij de bakker?’) snel toegepast. Eenmaal bij Betty thuis heeft Vlinder hartstochtelijk ‘geballet’, zwaaiend met de armpjes aan haar dikke lijfje op de noten van het Zwanenmeer, met een rotsvast geloof in de lichtheid van haar eigen naam.
Doen alsof blijkt überhaupt Vlinders grote passie.
‘En dan was ik de prinses en jij de koningin en dan zei jij: dag prinses Britney…’
Britney???
‘Zeg dan!’
‘Dag prinses Britney.’
‘En dan ging ik… neehee, ik was Dora en jij was de prins en we gingen trouwen en dan was ik de koningin. En dan zei jij…’
Vertederd was Betty meegegaan in het onnavolgbare en-dan-was-ik-en-dan-was-jij, dat na een minuut of zeven vooral uitputtend werd en al na een kwartier bijna ondraaglijk. Als ik moeder was, zou ik dit niet volhouden. Arme Roos. Arme nanny, ook.
Betty denkt aan het nieuwe portret van koningin Beatrix door Luc Tuymans in het Stedelijk, waar ze laatst geïntrigeerd naar had staan kijken, begeleid door het kindergejammer uit de installaties van Mike Kelley verderop. Ze begrijpt ineens waarom Beatrix er zo afgepeigerd op uitziet: ze is moe. Moe van het doen alsof ze koningin is.
Nu speelt Vlinder met de dingetjes uit de grote schaal met dingetjes. Anderhalve puntenslijper. Paperclips. Poederdoosje. Sleutel van ergens. Bijna leeg blikje lipgloss. Kapot kettinkje. Ouwe Pokémonflippo. Dingetje dat waarschijnlijk een vitaal onderdeel is van iets. Betty Boop-sleutelhanger. Plastic speelgoedvarkentje. Rubber dopje ergens vandaan. Drie roze schelpjes. Rood knoopje. Samplebuisje met vies parfum. Knikker. Vlinder zet ze bij elkaar en laat ze praten, ongelijksoortige vrienden die elkaar lang niet gezien hebben, als een reünie van de basisschool. Ze schuift en regelt haar eigen wereld. De koningin (paperclip) kan rustig abdiceren, begrijpt Betty. Prinses Britney (Betty Boop) en prins Storm (lipgloss) zijn er helemaal klaar voor.
E n dan was ik moeder en er was geen vader en hoe zou ik dan de kost verdienen? Terwijl Betty Boop met de lipgloss trouwt en het varkentje taartjes serveert, werpt Betty een blik op haar bankafschriften. Ze heeft met die tv-opnamen leuk verdiend, maar binnenkort is ze daar ook doorheen. Afgezien van de wekelijkse kookrubriek heeft ze geen vaste schrijfklussen meer, en er wordt overal bezuinigd. Misschien kan ik Jonas om wat reclamewerk vragen.
De dingen raken in oorlog. Een puntenslijper stort van de tafel.
Misschien moet ik eens wat anders gaan doen. Of ben ik daar te oud voor?
‘Dood,’ constateert Vlinder tevreden.
Ik doe ook maar alsof ik een beroep heb. Een ander beroep kan ook.
Vlinder vult de schatkist (poederdoosje) met geld (paperclips).
Kan ik niet genationaliseerd worden?
Jonas sms’t: ‘Zit in het café met Storm. Kom je met Vlinder?’
Geen vraag, een bevel.
‘Kom, we gaan naar pappa. Je broertje is er ook.’
Jonas zit aan een tafeltje, Storm speelt op de grond en tolereert zoet zijn zusje aan zijn zij. De nanny is verdwenen. Betty gaat zitten. ‘Zo,’ zegt ze. ‘Een belangrijke meeting.’
‘Ja,’ zegt Jonas. Hij roert in een koffiekopje. ‘Het zit zo.’ Hij roert nog eens. Zijn zorgvuldig verrommelde Matthijs van Nieuwkerk-haar is inmiddels langer dan dat van Matthijs van Nieuwkerk zelf, ziet Betty. Als hij bij de delicatessenzaak om de hoek zou werken, zou er zo’n raar meisjesdiadeempje in moeten, net als bij de studenten die daar werken. Maar Jonas is halverwege de dertig, hij heeft niet eens echt gestudeerd, ja, iets marketingcommunicatiemanagerachtigs aan een halfslachtige hogeschool, hij heeft zijn reclamebureau GreedForGreen, dat voor veel geld alles groen en eco en duurzaam doet lijken wat milieuvervuilend en erger is, en hij verdient vele malen meer dan Betty na haar nuffige universitaire studie kunstgeschiedenis. Hij pakt zijn kopje en wil drinken, maar merkt dat er niks in zit.
‘Ehm. Ja. Het is… Het zit… Nou ja… Roos heeft Jo-Ann ontslagen.’
‘Waarom? Ze was toch al best lang bij jullie? Het is best moeilijk, toch, om iemand voor zo’n laagbetaald baantje te krijgen?’
‘Ja, dat is, nou ja, een heel verhaal.’
Jonas is even niet erg van de communicatie-achtige.
‘Betty, zou jij een tijdje, nou ja tijdelijk, tot we iemand anders hebben, tot de rust is wedergekeerd, onze nanny willen zijn?’
En dan was jij de vader en ik de nanny en wat gebeurt er dan?
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.