Feuilleton
Zout. Gewóón zout. Betty wordt langzaam iebel terwijl ze de keukenkastjes van Jonas en Roos doorzoekt. Verspreid over tien planken vindt ze Himalayazout, Keltisch zeezout, roze zout uit Mallorca, zwart zout uit India, Bergkernsalz en Kalahari woestijnzout. Typisch mannenkookgadgetdingetje, zoiets, net als de elf olijfoliën en de Japanse messenset en de Franse keukenmachine met te veel mogelijkheden – en net zo weinig gebruikt. Betty vermoedt dat ook vroeger vooral de nanny heeft gekookt, en dat die zich bij absentie van de ouders heeft beperkt tot pizza’s en makkelijke pasta.
Telefoon. Haar eigen, gelukkig. Theo-van-de-krant. Wat nu weer?
‘Dag schat. Wat doe je?’
Ik ben je schat niet. ‘Ik kook.’ Betty heeft een manier gevonden om haar kookcolumns te combineren met haar huidige werk. Vlinder (4) knoeit met geraspte kaas en rijgt een prinsessenkralenketting. Storm (6) snijdt onder haar toezicht een courgette in identieke stukjes.
‘O. Goed, goed, heel goed, Betty. Ga zo door. Zeg…’
Er is toch niks met m’n culicolumn? ‘Ik maak eten voor de kinderen van vrienden die naar het Boekenbal zijn.’ Nog nooit een boek geschreven, maar genoeg ‘connecties’ voor twee kaartjes, verdorie.
‘Ha! Daar ben ik ook! Maar ik heb mijn vrouw thuisgelaten, hahaha!’
Er is niks mis met m’n column, hij wil gewoon opscheppen. Morgen zal ze Theo op alle foto’s zien aanschurken tegen elke schrijver en met Kees van Kooten zien strijden om de titel ‘Hekking van het Boekenbal’.
‘Goh, Theo. Zeker leuk, daar?’
‘Mwah. Er is niet veel aan, hoor. Boekhandelaren uit de provincie en marketingmeisjes en BN’ers die een boekje hebben geschreven…’
‘En jij, Theo, en jij. Ik was weer eens niet uitgenodigd.’ Natuurlijk ben ik gewoon jaloers. Ik wil zelf al die dingen doen die de genodigden doen: eerst zeggen dat je niet weet of je wel gaat, dan toch gaan, heel dronken worden en dan zeggen dat er weer niet veel aan was. Maar ik ben Assepoester.
‘Zeg, Herman is er ook.’
‘Ah! Mijn tv-producent. Zijn er eigenlijk nog schrijvers op dat bal, Theo?’ Mijn kookprogramma. Die opnamen, doen ze daar nog wat mee?
‘De omroep heeft de opnamen van Betty’s bluf op de plank gelegd. Tijdelijk, hoor. Maar misschien moet je in de tussentijd wat anders. Een boek! Je moet een eigen kookboek! Betty’s bluf als bestseller! Ik zeg: Nigella. Ik zeg: DWDD. Ik zeg: volgend jaar naar het Boekenbal. O, ik moet ophangen, ik zie Heleen van Royen. Heleen, hallóóóó….’
Achter een pakje Australische Murray River Gourmet salt flakes vindt Betty een busje Jozo. Daarnaast een blikken trommeltje met een joint, roze klapkauwgom, suikerzakjes en een paar blauwe pilletjes.
Vlinder heeft bijna alle kaas opgegeten. Storm probeert nu een paprika in precies even grote vierkantjes te snijden. Betty ontdooit een pak verboden vissticks in de verboden magnetron. Waarom heb ik nooit meer aan die tv-opnamen gedacht? Ik leg verdorie mijn eigen gedachten op de plank. Ze stelt zich de planken in haar hoofd voor, en wat daar allemaal op ligt. De administratie. Dat mailtje dat nooit beantwoord is, want het had geen haast. Dat mapje met ‘diversen’. Het voornemen om rijles te nemen. Oude herinneringen aan haar vader. De roman die ze nog wil schrijven. De vraag hoe het met David is. Ze bezinken gewoon een beetje. Dat is goed, dingen tijd en rust te gunnen, om ze te laten rijpen.
‘Wat een onzin,’ zegt een stem achter haar. Ze kijkt om. Haar vader is verhuisd van haar hoofd naar de ijskast van Jonas en Roos.
‘Vroeger kon dat,’ zegt hij. ‘Dingen even op de plank leggen en later weer oppakken. Toen je klein was, toen er tijd was. Nu sneeuwen ze direct onder. Een onbeantwoorde mail zit binnen een dag in je mailcomposthoop. Een boek dat nu niet geschreven wordt, wordt morgen al niet meer uitgegeven. Wil je nog een rijbewijs? Of een man? Of interessant werk? Naar het Boekenbal, godbetert? Dan moet je er nu voor zorgen, Assepoester.’ Hij grijnst zijn Cheshire Cat-grijns. ‘Nu, Betty, doe nu wat je wilt doen.’
‘Wat ik wil doen of wat jij wilt dat ik doe?’ zegt Betty bits. ‘Ik heb namelijk al interessant werk.’
Haar vader is alweer aan het verdwijnen. ‘Dan is het goed,’ zegt hij.
‘Wat zei je?’ vraagt Storm verbaasd.
Betty ziet zichzelf liggen op de plank van de omroep. Het is er donker en stil. Best fijn, eigenlijk. Ik wil helemaal niet dat het wordt uitgezonden. Ik vond het afschuwelijk. Ik deed maar wat.
Het is maar goed dat Sheryl Sandberg van Facebook haar niet hoort denken, of Shula Rijxman van de publieke omroep, die vrouwen verwijt dat ze niet op tv durven, dat ze niet gewoon ergens gaan zitten en ergens over praten waar ze geen verstand van hebben – zolang ze maar lef hebben, zolang hun hoofd maar op tv is, net zoals dat van al die kletsende ambitieuze mannen. Moet ik iets anders doen dan nanny spelen? Commissaris worden van een bedrijf, of tafeldame bij DWDD, Nigella van Nederland, de volgende paus.
‘Uh-oh.’ Vlinders ketting breekt, de kralen schieten tussen de kaas.
‘Geeft niet, lieverd,’ zegt Betty. Eerst maar eens de erwtjes uit de as halen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.