Feuilleton

Een kille wind giert door de kieren van de ramen en doet de dakspanten van Betty’s zolderetage kraken. ‘De lucht die zondag in Nederland arriveert, is slechts drie dagen eerder bij Nova Zembla vertrokken,’ zegt het weerbericht in NRC Han­dels­blad. Ze is er de laatste tijd verslingerd aan geraakt: elke dag schrijft iemand (wie?) in vlekkeloze, meanderende, telkens weer anders geformuleerde volzinnen onder dagelijks nieuwe koppen (‘Matige vorst’, ‘Lente uit zicht’, ‘Het blijft winter’, ‘Winter wijkt niet’, ‘Nog geen lente’, ‘Snijdende koude’) dezelfde boodschap: het was koud, het is koud, het blijft koud. Knap werk, vindt Betty, die haar schrijvende carrière ooit begon met een rubriek over modewinkels, waarin ze op talloze manieren moest optikken wat al die uitbaters als hun unique selling point zagen: ‘Wij verkopen mode voor de actieve, moderne vrouw met een eigen stijl.’

Buiten is het twee graden, gevoelstemperatuur min vijftien. Binnen staat de verwarming hoog, maar de tocht blaast nu en dan een blaadje van haar tafel. Ik zou dubbele beglazing moeten, denkt ze. Heb ik dan recht op aftrek? Gehaast zoekt ze haar papieren bij elkaar. Elk jaar hetzelfde: op het laatste moment moet ze bonnen en facturen zoeken (onder het bed, in de bestekla, in de zakken van haar zomerjas), elk jaar neemt ze zich voor om voortaan zo geordend te zijn dat haar accountant Yin tevreden is. Gisteren gaf Yin haar alweer op haar flikker: ‘Je hebt recht op meer aftrek. Je moet meer kosten maken. Koop je echt maar één pak papier per jaar?’

‘Jaha.’ Recycle ik m’n printjes als kladpapier omdat dat goed is voor het milieu, is het weer niet goed voor m’n portemonnee.

‘Die alimentatie aan je ex, dat is een fijne aftrekpost. Hoewel je belachelijk veel moet betalen. Je moet hem onderhouden! Werkt hij niet?’

‘Neehee.’ Niet aan Wouter denken. Gewoon betalen. Ik kan er toch niks aan doen en anders lig ik er alleen maar wakker van. ‘Trouwens, waarom vraagt niemand zich ooit dit soort dingen af bij mannen die alimen­tatie betalen aan een vrouw? Ik ben juist geëmancipeerd, Yin.’

‘Hm. Heb je niet nog een goed doel of zo?’

Mijzelf, dacht Betty. Mijzelf.

‘Denk toch aan waar je allemaal recht op hebt, Betty!’

Ik heb recht op een vrije zondag, denkt Betty nu. Narrig trekt ze haar jas aan. Ze moet naar Jonas en Roos, op de kinderen passen.

‘Right. Yes. Oké. Keep it cool. Relax. Niet in paniek raken,’ zegt Jonas tegen zijn computer. Hij vist een blikje cola uit een la en geeft het aan Storm die op een stoel met drie kussens zit. Betty denkt aan huisregel nr. 2 op de ijskast: ‘Suiker is gif’. Ze denkt aan Jonas’ reclamebureau, dat de wereld groener en eerlijker wil maken.

‘Niet tegen mama zeggen,’ zegt Jonas. Storm knikt, routineus.

Ondanks dat Jonas altijd opschept dat hij ‘een mannetje’ heeft die alle administratie ‘fantastisch’ voor hem regelt (Jonas is zo’n man die altijd ‘een mannetje’ voor alles heeft, een soort leger van Oempa Loempa’s, stelt Betty zich voor) is de sfeer te snijden, hier in Huize Well-to-do. Jonas zit in zijn werkkamer. ‘Schrijf op,’ zegt hij tegen Storm, die straalt omdat hij mag doen wat hij het liefste doet: getallen opschrijven en razendsnel op een rekenmachine tikken. ‘Relax, pap,’ zegt Storm. ‘Keep it cool.’

Intussen ijsbeert Roos, die een en al mindfulness zou moeten zijn, als een kip zonder kop tussen haar yogakamer en de woonkamer, wapperend met papieren voor haar spirituele coachingspraktijk. ‘Die lunchbonnen van Le Garage, die mag ik toch ook aftrekken? Schat?’

Betty denkt aan huisregel nr. 8: ‘Geld is niet belangrijk’. Ze kijkt naar binnen in Roos’ yogakamer, langs de deur die normaal altijd op slot is. ‘Ga weg,’ snauwt Roos. ‘Ga maar met Vlinder op haar kamer spelen. Ik heb recht op privacy!’ Gevoelstemperatuur: min twintig.

‘Respecteer elkaar, voel je veilig’, fluistert huisregel nr. 4 beneden. Niemand hoort het. Iedereen heeft maar recht op van alles.

‘Betty!’ roept Jonas uit zijn werkkamer. ‘Ik kan jou aftrekken!’

Betty slikt een slechte grap in.

‘Als ik een deel van jouw uren nou als kinderopvang declareer en de rest afschrijf via GreedForGreen… Tik jij even een paar factuurtjes? Dan heb ik ook geen goed doel meer nodig.’

En ik dan? Het kregelige gevoel dat thuis al had ingezet, krijgt in Betty’s hoofd ineens vaste vorm. Nova Zembla in aantocht.

‘Ik reken op zondag wel een hoger uurtarief,’ hoort ze zichzelf zeggen.

Jonas kijkt verrast op.

‘Ik ben jouw goede doel, Jonas. Vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen, heb je het niet gelezen? Jij wilt de wereld toch verbeteren? Doe dat dan. Ik heb ook ergens recht op.’

‘O. Ja. Natuurlijk.’ Jonas rommelt in zijn papieren. ‘Heb jij trouwens wel een goede accountant? Ik weet nog wel een mannetje…’

‘Ik heb een uitstekend vrouwtje, dank je.’ Zachtjes fluistert ze tegen Vlinder: ‘En waar heb jij nu ’ns recht op? Die reep chocola in mijn tas?’

‘Niet tegen mama zeggen,’ fluistert Vlinder samenzweerderig.

Betty kijkt naar buiten. Ze heeft ineens het volkomen misplaatste gevoel dat ze recht heeft op lente. En vlug een beetje.