Het radicale salafisme verovert de Nederlandse moskeeën, met steun uit de Golfstaten. De overheid maakt zich zorgen, maar wat kan zij ertegen doen?

‘Vandaag heeft een zuster haar goud gedoneerd,’ staat op de Facebook­ pagina van Islaamtv. ‘Moge Allah te­vreden over haar zijn, haar kinderen beschermen en haar man genadig zijn (…) Jij komt toch ook langs met jouw donatie? De tijd tikt.’

Het salafisme is een leer die de Ko­ran zeer letterlijk neemt en een terugkeer naar een ‘zuivere islam’ predikt, en niets op heeft met democratie en westerse cultuur.

De moslimgemeenschap in Gouda is al maanden druk bezig 2,5 miljoen euro binnen te halen. De drie plaatselijke moskeeën willen in een voor­malige kazerne een grootschalig islamitisch centrum opzetten, El Wah­ da, met een gebedsruimte voor duizenden gelovigen en tal van andere faciliteiten. Daarvoor organiseren ze benefietbijeen­komsten waar moslims hun plicht tot liefdadigheid (sadaqa) kunnen nakomen. Dat doen de moskeeën niet alleen. Gouda heeft ook de hulp ingeroepen van predikers en fondsenwervers uit het Midden­-Oosten.

Grote trekpleister is de charismatische Tarik ibn Ali, die al meerdere ma­len vanuit uit Egypte is ingevlogen. Goedlachs maar dwingend zien we hem op YouTube­filmpjes islamitische Goudenaren aanzetten tot gulle gaven: de stapel briefjes van vijftig groeit zienderogen. Op een ander filmpje figureert ook sjeik Faisal al Hashimi uit Koeweit als gastspreker bij een benefiet. De buitenlanders zijn geen doorsnee moslims, maar aanhangers van een specifieke richting: het ultra­orthodoxe salafisme.

Advertentie

Advertentie

Kweekvijver van jihadisme
Dat laatste baart de Nederlandse autoriteiten zorgen. Afgelopen zo­mer waarschuwde de Algemene Inlichtingen­ en Veiligheidsdienst (AIVD) voor de groei van het salafisme in Nederland. De leer die de Ko­ran zeer letterlijk neemt, wordt al decennia verbreid met hulp van ka­pitaal uit de Golfstaten. Ze predikt een terugkeer naar een ‘zuivere islam’ en heeft niets op met democratie en westerse cultuur: verkiezingen, rechtbanken en Nederlandse feestdagen zijn afgoderij en ‘ware moslims’ moeten daar afzijdig van blijven; gelijke rechten voor vrouwen en homo’s vinden ze ongehoord.

Toch bestond de laatste jaren enige hoop dat salafisten in Nederland meehielpen jongeren te behoeden een overstap te maken naar de gewelddadige jihad. Maar deze zomer constateerde de AIVD dat die ‘bufferfunctie’ is verdwenen. Sterker nog: salafisme lijkt weer ‘een kweekvijver’ van jihadisme te zijn geworden. In Vrij Nederland legde AIVD-hoofd Rob Bertholee in augustus uit dat het een ‘tegenreactie’ is. Jongeren dreigen weg te lopen naar nog radicalere predikers en dat willen de salafistische moskeeën voorkomen: ‘Zij zagen dat hun oproep tot bekering niet mogelijk is zonder gewelddadige jihad.’

Nauwelijks spiritueel
Op een locatie buiten Gouda ontmoeten we Abdul (41) en Ibrahim (59). Ze zijn bang voor hun veiligheid en durven niet met hun echte namen in de krant. Beide mannen zijn actief in moskee Assalaam in ‘probleemwijk’ Oosterwei. Ze hebben grote moeite met de plannen om op te gaan in een groot islamitisch centrum. ‘Wij willen gewoon in onze eigen buurt naar een moskee kunnen gaan om te bidden,’ zegt Ibrahim. ‘Vooral voor oudere mensen is dat heel belangrijk.’ Ze vertellen dat bij handopsteking meer dan negentig procent van de gelovigen zich uitsprak tegen een nieuwe moskee buiten de wijk, maar dat ze werden overruled door het moskeebestuur. ‘Dat is achter onze rug om gaan praten met moskee Nour,’ zegt Abdul.
Ze wantrouwen de intenties van de initiatiefnemers en vrezen dat de nieuwe moskee een meer orthodoxe koers gaat varen. Abdul en Ibrahim zagen de invloed van de ultraorthodoxe islam in de eigen moskee de afgelopen jaren al toenemen, zeggen ze. Steeds vaker hoorden ze predikers uit de Haagse As Soenna-moskee, een van de belangrijkste salafistische centra in Nederland. Abdul bracht zijn kinderen naar Arabische les in de moskee. ‘Leuk, dacht ik, dan kunnen ze een beetje meepraten als we in Marokko op vakantie zijn.’ Maar tot zijn schrik kwamen ze thuis met strenge verhalen ‘wat er volgens de Koran allemaal wel of niet geoorloofd was’.

ISIS is een salafistische plant. Die waarheid moeten wij onder ogen zien.

Natuurlijk hebben we geprobeerd de getuigenissen voor te leggen aan het moskeebestuur. Maar secretaris Mohamed Massrour zegt niet te willen praten en verwijst naar de woordvoerder van de nieuwe moskee, islamitische-basisschooldirecteur Saïd Boukayou. Na diverse pogingen van onze kant om contact te zoeken, zegt deze dat er is ‘afgesproken niets te zeggen’.

Wat Abdul en Ibrahim vertellen, doet denken aan de verhalen die antropoloog Martijn de Koning een paar jaar geleden optekende in moskee Nour in Gouda. Over een imam die het salafistische gedachtengoed de moskee binnenbracht, tot vreugde van een jonge generatie moslims die daar erg ontvankelijk voor bleek. Tegelijk leidde dat tot heftige ruzies binnen de moskee. Islamoloog Maurits Berger herkent het beeld. De Leidse hoogleraar ziet het salafisme onder jongeren in heel Nederland terrein winnen. ‘De jonge generatie is veel religieuzer dan de oudere, veel puriteinser. Maar op een haast juridische manier, nauwelijks spiritueel. Mag iets van de Koran wel of niet, is iets halal of haram? Dat pure van het salafisme oefent aantrekkingskracht uit op mensen in een onzekere wereld.’

Voorportaal

Een rechte lijn van salafisme naar jihadgang bestaat niet. De meesten zullen zo’n keuze nooit maken. Toch menen deskundigen dat bij mensen die uiteindelijk voor de Islamitische Staat gaan vechten, de ultraorthodoxe islam functioneert als een voorportaal. ‘In diepste zin geloven salafisten en jihadi’s hetzelfde,’ zegt Halim el Madkouri, arabist en radicaliseringsexpert. ‘Alles wat afwijkt van de zuivere leer moet worden bestreden. En het Westen en de zionisten zijn erop uit de islam te vernietigen.’ Zelfs Adel Al Kalabani, oud-imam van de grote moskee in Mekka, twitterde het onlangs: ‘ISIS is een salafistische plant. Die waarheid moeten wij onder ogen zien.’

Dat ook Gouda een probleem heeft met jihadgangers is al gebleken. Het Zuid-Hollandse stadje staat in het rijtje van zes Nederlandse plaatsen waarmee terrorismebestrijders uit Den Haag frequent overleg voeren. Vanuit Gouda vertrokken eerder vijf vrouwen naar Syrië, afgelopen zomer gevolgd door Abdulrahman Al S. Uit posts op Facebook blijkt dat deze vijftienjarige Irakees actief was bij jongerenorganisatie Al Djannah (Het Paradijs), gelieerd aan moskee Assalaam in Gouda. Al Djannah organiseerde de afgelopen jaren lezingen over salafistische thema’s in buurthuis ’t Wiel, dat door de moskee was gehuurd als tijdelijke vestiging.

Of het moskeebestuur op de hoogte was van de activiteiten van Al Djannah, blijft onduidelijk. Maar moskeeganger Ibrahim zegt te hebben gezien dat jongeren van die groep vorig jaar na een bijeenkomst naar buiten kwamen en ‘takfir’ riepen, een verwijzing naar het aanwijzen en bestrijden van ‘ongelovigen’. Daarna zouden ze hebben geprobeerd een zwarte vlag te hijsen, maar ze werden door geschrokken buurtbewoners tot de orde geroepen. Uitwassen die we ook kennen uit de Haagse Schilderswijk. Daar betoonden deze zomer jonge moslims onder leiding van Abou Moussa tot schrik van velen openlijk hun steun aan ISIS.

Gesneuveld in Syrië
De bakermat van het huidige salafisme ligt in de binnenlanden van Saoedi-Arabië. Daar leefde in de achttiende eeuw de rondreizende prediker Mohammed ibn Abdul-Wahhab, die zijn onvrede uitte over de vrijblijvende manier waarop de islam werd beleden. Volgens Ibn Abdul-Wahhab moest de Koran letterlijk worden nagevolgd – terug naar de dagen van de profeet en zijn eerste volgelingen. In 1747 sloot de prediker een verbond met krijgsheer Mohammed ibn Saoed die van Ibn Abdul-Wahhab een ‘heilige oorlog’ mocht voeren op het Arabische schiereiland. Saoeds nazaten veroverden heilige plaatsen als Mekka en Medina en noemden zich koning van Saoedi-Arabie. Nog steeds geldt de afspraak dat de familie van Saoed de politieke macht heeft en dat de leerlingen van Ibn Abdul-Wahhab de religieuze agenda bepalen.
Als reactie tegen het opkomende nationalisme en socialisme in de Arabische wereld besloot het Saoedische establishment halverwege de vorige eeuw het ‘wahhabitische’ gedachtengoed internationaal te gaan verspreiden. Met hulp van oliedollars begon de geestelijkheid in het buitenland de bouw van moskeeën te financieren, imams te betalen, studieplaatsen op Saoedische universiteiten aan te bieden, moskeebibliotheken van salafistische literatuur te voorzien.

Vaak gebeurde dat door liefdadigheidsorganisaties die ook konden putten uit sadaqa die moslims overal ter wereld bijeenbrachten. Door de hoog oplopende conflicten in het Midden-Oosten gingen sommige salafisten hun religieuze boodschap mengen met politieke, antiwesterse stellingnames, terwijl andere salafisten dat juist vermeden. In de jaren tachtig kwam de ultraorthodoxe ‘olie-islam’ ook naar Nederland. In Amsterdam, Den Haag, Tilburg en Eindhoven ontstonden salafistische centra, grotendeels gefinancierd vanuit de Golfstaten.

Abou Hafs’ leidt in Hilversum een Koranschool. De ontvoering van westerlingen noemde hij eerder onder omstandigheden ‘legitiem’

Na de aanslagen van 11 september 2001 kwamen die moskeeën negatief in het nieuws door ‘haatpreken’ die heimelijk werden opgenomen. Zo wenste imam Jneid Fawaz in zijn Haagse As Soenna-moskee Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali de meest vreselijke ziektes toe. En rond de Al-Fourkaan moskee in Eindhoven zouden jongeren voor de jihad zijn geronseld, vermoedde het Openbaar Ministerie. Alle verdachten werden vrijgesproken, maar een van hen is inmiddels gesneuveld als strijder in Syrië.

Professionele bekeringsactiviteiten

Onder druk van de buitenwereld, maar ook door het in Saoedi-Arabië ingezette antiterreurbeleid, matigden de imams in de salafistische centra hun toon. Door contacten met de plaatselijke overheid hielpen de moskeeën soms mee radicalisering te temperen. Zo waarschuwde diezelfde Fawaz jongeren voor leden van de Hofstadgroep. Het gevaar van terrorisme leek bedwongen. Tot in 2012 de oorlog in Syrië uitbrak. Mede dankzij sociale media leefde het jihadisme volgens de AIVD op als nooit tevoren. Rondreizende predikers verspreidden onverzoenlijke boodschappen: Abou Moussa uit de Haagse Schilderswijk bijvoorbeeld. Die zit inmiddels vast voor ronseling. En Abou Hafs, die bekend werd met zijn lied ‘Blanke Tirannie’, waarin hij de jihad verheerlijkte (‘Wij zijn de soldaten van onze religie, wij komen er weer aan met een nieuwe strategie’). Abou Hafs, die geregeld Gouda bezocht, leidt in Hilversum een Koranschool. De ontvoering van westerlingen noemde hij eerder onder omstandigheden ‘legitiem’.

Hoewel de gevestigde salafistische centra jihadgang officieel afwijzen, hebben ze volgens de AIVD hun toon dus weer verhard, in reactie op het succes van dit soort predikers. Opvallend en zichtbaar zijn bijvoorbeeld de keiharde aanvallen op alles wat met sjiieten te maken heeft, een strijd die in het Midden-Oosten met wapens wordt gevoerd. Islamoloog Maurits Berger: ‘Het is een kwestie van marktwerking. Het shopgedrag onder jonge moslims is groot, dus passen de aanbieders hun boodschap aan.’ Halim el Madkouri: ‘Net als Rutte, die dingen zegt die eerst alleen Wilders zei.’ En salafisten in Nederland zijn uitstekende marketeers. Op internet domineren ze het discours over de islam, terwijl ze getalsmatig in Nederland een kleine minderheid van de moslimbevolking uitmaken. Er is sprake van een verdere professionalisering van bekeringsactiviteiten, zegt de AIVD. Met financiële steun uit de Golfstaten.

Geloof in de sharia
Het is vrijdag 26 september, na het middaggebed. Mannen verlaten moskee El Fath in de binnenstad van Gouda, sommigen in traditioneel religieuze kleding, anderen in spijkerbroek. Binnen heeft de salafistische prediker Tarik ibn Ali gesproken, aansluitend is opnieuw een benefiet in de moskee – er zijn nog ongeveer dertig moslims binnen. Maar wij zijn er niet welkom. ‘De media schrijven slechts leugens op,’ heeft Ahmed el Hilali eerder aan de telefoon gezegd. Hij is voorzitter van de moskee El Fath. ‘Jullie maken van een mug een olifant.’ Een groepje jonge mannen die voor de moskee staat, begrijpt de terughoudendheid van het bestuur: ‘Als je leest wat er in de kranten over ons wordt gezegd.’
Dat de rondreizende prediker er conservatieve ideeën op nahoudt, is volgens hen zijn goed recht. Zij hebben er geen last van
Maar tegelijkertijd zien ze liever dat de leiding meer openheid betracht en gaat praten met de buitenwereld. ‘We hebben niets te verbergen. We willen gewoon graag een nieuwe moskee. Met voldoende ruimte voor de moslims van Gouda. Met voorzieningen voor jongeren en ouderen. Met genoeg parkeerplaatsen.’ Vinden ze het dan niet vreemd dat het bestuur iemand als Tarik ibn Ali uitnodigt om geld in te zamelen? De mannen zeggen geen probleem te hebben met de fondsenwerver. ‘Hij heeft in zijn preken hier nog nooit een onvertogen woord gesproken.’ Dat de rondreizende prediker er conservatieve ideeën op nahoudt, is volgens hen zijn goed recht. Zij hebben er geen last van.
Ze verwijzen naar antwoorden van het college van Burgemeester en Wethouders van Gouda. Na vragen uit de raad over de komst van Ibn Ali lieten B & W weten geen aanleiding te zien om hem tegen te houden. Hij moest ‘op dit moment (…) niet beschouwd worden als “radicale prediker”’.
Toch klinkt er ook gemor vanuit de lokale politiek. Mohamed Amessas, burgerraadslid voor GroenLinks in Gouda, is niet blij met de activiteiten van de ingevlogen fondsenwerver. ‘Dat soort mannen weet precies waar de grens ligt. Ze wegen hun woorden tot op het detail, want haatzaaien mag niet. Maar hij gelooft niet in democratie, hij gelooft in de sharia. Als een moskeeorganisatie dit soort mensen laat komen, dan ben je bezig extremisme toe te laten.’

Haatpredikers
Tarik ibn Ali mag dan in Gouda zijn woorden wegen, hij is bepaald niet van onbesproken gedrag, zegt Ronald Sandee. Sandee is researcher voor de Amerikaanse organisatie Kronos, die bericht over radicale uitwassen van de islam. Na een tip van een kennis bij de Spaanse geheime dienst – Sandee werkte naar eigen zeggen elf jaar voor de Nederlandse militaire inlichtingendienst MIVD – ging hij op onderzoek naar Ibn Ali. ‘Hij bleek onder meer in Spanje, maar ook in landen als Noorwegen en Duitsland, veel geld te hebben opgehaald voor salafistische moskeeën.’
De geboren Marokkaan, die eigenlijk Tarik Chadlioui heet, woonde en werkte lange tijd in Antwerpen, waar hij als imam was gelieerd aan de Pakistaanse bekeringsbeweging Tabligh. Hij verhuisde met zijn gezin naar Egypte toen in 2010 de niqaab en de boerka werden verboden in België. Volgens Sandee had Ibn Ali via Facebook eerder ‘aantoonbare contacten’ met jihadistische clubs als Sharia4Belgium, waarvan de leden momenteel in Antwerpen terecht staan.

Binnen de islamitische gemeenschap werkt men veel op basis van vertrouwen. Ik weet niet of dat in het geval van Ibn Ali terecht is.

Sandees oordeel over de fondsenwerver als een gestaalde hardliner wordt aannemelijk gemaakt door talloze online filmpjes waarin Ibn Ali geestverwanten ontmoet. Daaronder bekende haatpredikers uit Duitsland en Engeland. Op een van de videoboodschappen zit Tarik ibn Ali gebroederlijk zij aan zij met de radicale Hilversumse prediker Abou Hafs. Samen hebben ze geld opgehaald voor het Worldwide Relief Fund, ook in de Goudse Nour-moskee. Met die opbrengst zijn beide mannen onder meer naar Syrië gegaan om humanitaire hulp te bieden.

Erg transparant ging dat niet, zegt Sandee: ‘Hoe weten we zeker dat ze het niet aan jihadische strijders hebben gegeven? Binnen de islamitische gemeenschap werkt men veel op basis van vertrouwen. Ik weet niet of dat in het geval van Ibn Ali terecht is.’ Het is onduidelijk of de in te huren fondsenwerver samenwerkt met salafisten uit het Midden-Oosten, maar zeker is dat Tarik ibn Ali contacten onderhoudt met hardliners uit die regio. Bijvoorbeeld met de Saoedische voorganger Mohammed Al Arifi, met wie hij in 2011 optrad in de Al-Fourkaan moskee in Eindhoven.

Grote nieuwbouwprojecten
Ook bij de inzamelingsacties voor het Islamitisch Centrum in Gouda dook een geestelijke uit het buitenland op. Tijdens een benefiet in de sporthal op 12 juli zat Sheikh Faisal al Hashimi uit Koeweit pontificaal tussen zijn Nederlandse collega-imams op het podium. Wat deed die man daar precies? De moskeeën doen voorkomen alsof ze de nieuwbouw vanuit hun eigen gemeenschap gaan bekostigen. Alle moslims in Gouda zijn opgeroepen om 1.500 euro te doneren. Maar deskundigen betwijfelen of de benodigde miljoenen ooit door de armlastige eigen gemeenschap kunnen worden opgebracht. ‘1.500 Euro is een absurd hoog bedrag voor de gemiddelde moslim in Gouda,’ denkt islamoloog Maurits Berger. ‘Ik denk dat de kleine moskeeën het water aan de lippen staat. Ze moeten uitbreiden, kiezen voor vormen van fondsenwerven die hun de pet te boven gaan en dreigen de controle verliezen.’ Hij krijgt bijval van bestuurskundige Paul Frissen, die zich onlangs voor de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in de problematiek verdiepte: ‘Het is evident dat de vaak armlastige lokale moslimgemeenschappen niet in staat zijn om zelf het geld voor grote nieuwbouwprojecten op te brengen.’
Professionele terrorismebestrijders bij de Nederlandse overheid die anoniem willen blijven, wijzen op de gevaren. Volgens hen is nieuwbouw vaak een ‘kantelpunt’. Op dat moment zouden salafistische groepen proberen hun slag te slaan. Dat is moeilijk te controleren, zeggen ze, want rond dergelijke nieuwe projecten is veel contant geld in omloop waarvan de herkomst onduidelijk is. Internationaal worden onder het mom van liefdadigheid grote sommen geld rondgepompt in een schimmig netwerk van stichtingen. Dat gaat in contanten of via ondergronds bankieren. Daar zouden opsporingsinstanties, volgens de professionals, nog scherper op kunnen letten.

Tijdens een benefiet zat Sheikh Faisal al Hashimi uit Koeweit pontificaal tussen zijn Nederlandse collega-imams op het podium. Wat deed die man daar precies?

De mannen buiten op de stoep bij de El Fath moskee vinden het allemaal stemmingmakerij. Ze hebben niet de geringste twijfel over hun donaties. ‘Alles is vastgelegd. Het bestuur weet precies wie wat heeft gegeven. Mocht de bouw niet doorgaan, dan krijgen we ons geld gewoon terug.

Theedrinken op niveau
De vermeende financiële en religieuze invloed uit de Arabische Golf in Nederland baart de Tweede Kamer al langer zorgen. Vorig jaar debatteerden de volksvertegenwoordigers over de Blauwe Moskee in Amsterdam, die is gefinancierd vanuit Koeweit. Eerder zorgde de bouw van de Essalam moskee in Rotterdam voor politiek gekrakeel, toen bleek dat het gebedshuis werd gebouwd dankzij een miljoenensubsidie uit de Verenigde Arabische Emiraten. Financiële steun uit ‘onvrije landen’, kon dat allemaal zomaar? Werkte dat niet ‘anti-integratief en radicaliserend’? Met die kwesties in het achterhoofd vroeg de Kamer in mei 2013 aan de regering om een onderzoek naar ‘de omvang en de aard van de financiële steun aan Nederlandse moskeeverenigingen’.
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie gaf de opdracht aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Maar de materie bleek zo ingewikkeld dat de wetenschappers van het WODC de klus doorschoven. Op dit moment ligt de vraag bij het internationale onderzoeksbureau RAND Europe, dat ook kijkt naar de situatie in de financieringslanden. Volgens de minister kan hij de resultaten begin volgend jaar presenteren.

Daar heeft de RMO, een adviesorgaan van de overheid, niet op gewacht. Op verzoek van minister Asscher – verantwoordelijk voor integratie – onderzocht de RMO hoe de regering buitenlandse financiering van salafistische activiteiten in Nederland kan beïnvloeden. Eind vorige maand kwam het antwoord. In een zeer summiere brief concludeert de Raad dat toch vooral veel niet kan. De stringente scheiding tussen kerk en staat maakt het voor de overheid onmogelijk om zich te bemoeien met financiële steun, zelfs als die van dubieuze financiers of bronnen komt.

Alleen als het echt fout loopt, zoals bij aantoonbare aanzet tot geweld, terrorisme of ondermijning van de rechtstaat, kan de overheid strafrechtelijk ingrijpen. Maar dat kon sowieso al. Het gaat juist om het stadium daarvoor, waarbij er binnen salafistische centra een voedingsbodem voor radicalisme ontstaat. Daar helpt geen stok, maar misschien wel een wortel, concludeert het RMO. De Raad adviseert om via het diplomatieke verkeer invloed uit te oefenen op de landen die financieren. Zeg maar: theedrinken op niveau. De regering heeft dat advies ter harte genomen en liet op 25 september weten de ambassades aan het werk zetten.

Uiteindelijk gaat het hier om de vraag: welke islam wil je hebben in de toekomst?

Verder raadt de RMO lokale overheden aan om met moskeeën in gesprek te gaan om zo te zorgen voor ‘optimale transparantie van de financiering’. RMO-voorzitter Sadik Harchaoui: ‘Lokaal kan een daadkrachtige burgemeester het gesprek aangaan. Gewoon simpel door structureel vragen te stellen. Hoe zit het met de medezeggenschap? Wie zitten er in de besturen? Wat doen jullie precies met het geld? Welke mensen nemen jullie aan? Wie is jullie gebedsvoorganger? Dat leidt vast tot een reactie. Want het is heel vervelend als een burgemeester continu op je deur klopt met de vraag: wilt u praten? Als je steeds zegt “Nou, liever niet”, dan heb je als moskee wat uit te leggen.’

In Gouda is het woord binnenkort aan de lokale politiek. Op 15 oktober beslist de gemeenteraad over de nieuwbouw. Mohamed Amessas van GroenLinks waarschuwt zijn collega’s: ‘Waarom moet er een groot islamitisch centrum komen met duizenden plaatsen? Er zijn per jaar maar een paar grote bijeenkomsten, bijvoorbeeld tijdens het suikerfeest en het offerfeest. Dan huur je toch de sporthal af? Het is een machtsgreep. Het bestuur wil een monopoliepositie. Uiteindelijk gaat het hier om de vraag: welke islam wil je hebben in de toekomst? Ben je voor of tegen een boerka, ben je voor of tegen vrouwenemancipatie, ben je voor of tegen homo’s? Die discussie moeten we hier voeren.’