Het was begin jaren zeventig toen ik, een jaar of acht, achter mijn opa aan liep naar de stallen achter zijn kapitale villa in het Belgische Achel. Hij was een gepensioneerd procuratiehouder van Philips en ging op zijn oude dag kippen houden, heel veel kippen. De eieren verkocht hij aan een Sint-Benedictusabdij in de buurt waar er advocaat van werd gemaakt.
De deuren gingen open, mijn opa draaide de verlichting wat hoger en een ongelofelijk lawaai van duizenden kakelende hennen zwol aan. De mestlucht was bijna niet te harden. ‘Even de kipjes voeren,’ zei opa, drukte op een knop waardoor met een ratelend geluid de kettingen in beweging kwamen waarmee het voer werd getransporteerd. De kippen zaten in eindeloze rijen boven op elkaar gepakt in batterijkooien. Ik kon het maar moeilijk aanzien, al die hennen met hun kale nekken, die mij met hun kraalogen wanhopig aankeken, zo leek het in elk geval.
Mijn opa dook onder een van de kooien waar hij een scharminkelige, kale kip uit de stront-goot oppakte. Op een of andere manier was het dier erin geslaagd te ontsnappen uit zijn hokje. ‘Is die kip dood?,’ vroeg ik. ‘Kipje is niet dood, kipje slaapt,’ zei mijn opa geruststellend.

Het kan nóg beter
In 2012 werd het houden van batterijkippen zoals mijn opa deed afgeschaft. In de supermarkten kan de consument tegenwoordig als absoluut minimum ‘scharreleieren’ kopen. Dat zijn eieren van hennen die niet langer in kleine kooien zitten, maar daar is dan ook alles mee gezegd; de dieren zitten in enorme hallen met negen soortgenoten op een vierkante meter, hebben geen of nauwelijks afleidingsmateriaal en zien weinig daglicht. Maar de consument kan kiezen. Sinds 2007 is er het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming, waarmee boeren die kippen een beter leven geven, met sterren worden beloond. Tegenwoordig weet de consument dat hennen die eieren leggen met één ster gegarandeerd een overdekte uitloop hebben, stro krijgen en daglicht zien. Die met twee sterren hebben ook nog een ruime vrije uitloop naar buiten, bij drie sterren mogen de snavels niet worden gekapt, en dan zitten er binnen nog iets minder dan zeven hennen (6,7 om precies te zijn) op een vierkante meter. De afgelopen jaren kwamen er al verschillende eieren met drie sterren: Rondeel-ei van Albert Heijn, het Gijs-ei van Plus en het Vrolijke Kip-ei van Deen: eieren die niet biologisch zijn (omdat de kippen niet biologisch eten), maar wel drie Beter Leven-sterren verdienen van de Dierenbescherming.
Maar het kan nóg beter, vinden de initiatiefnemers van ‘Kipster’. Op hun website kondigen ze de komst aan van niet minder dan de ‘meest mens-, dier- en milieuvriendelijke kippenstal ter wereld’.
De allernieuwste snufjes
Het zijn nog niet meer dan een stel spanten die een paar dagen eerder overeind zijn gezet met behulp van een grote kraan. Maar hier in Venray, langs de A73, moet de Kipster komen, de diervriendelijkste, milieuvriendelijkste kippenstal ter wereld, voorzien van de allernieuwste snufjes zoals een ionisatie-kanon om de fijnstofemissies tot meer dan negentig procent te reduceren (de lucht zal schoner zijn dan die van de naastgelegen snelweg), geen gebruik van fossiele brandstof maar alles elektrisch, zonnepanelen op het dak, maar vooral: een binnentuin waar de kippen kunnen scharrelen én een vijftigtal bomen, want kippen zijn – weinig mensen weten dat – van oorsprong bosdieren.
Een van de initiatiefnemers van Kipster is pluimveehouder Styn Claessens (27 jaar oud, gedecideerd, snelle prater). Terwijl hij over het terrein loopt, maakt hij weidse gebaren: daar komen de bomen, daar is de uitloop, hier wordt de mest afgezakt, daar komt het innovatiecentrum en daar, half onder de grond, komt een uitkijkpunt, daar kunnen bezoekers vanachter glas de 24.000 kippen bewonderen die hier vanaf oktober zullen rondscharrelen. Het grote verschil met de reguliere pluimveehouderij is dat bij de initiatiefnemers van Kipster (naast Claessens zijn dat pluimvee-expert Ruud Zanders en de duurzame ondernemers Maurits Groen en Olivier Wegloop) niet de kostprijs leidend is, maar dierenwelzijn, volksgezondheid en milieu. Dus eerst zorgen dat er geen fijnstof de lucht in gaat, dat er een driesterrenkeurmerk komt, dat het voer afkomstig is uit reststromen en dan pas kijken naar de vraag hoe je dat zo goedkoop mogelijk kan doen.

Is succes gegarandeerd? Volgens Claessens wel. ‘We maken ook gebruik van bestaande technieken,’ zegt hij. ‘De legnestjes die je in de reguliere pluimveehouderij vindt, zie je bij ons ook. Wat we niet weten, is hoe de kippen op daglicht reageren en wat ze van bomen vinden. Eigenlijk is dat gek, de kip is een bosdier, maar we hebben geen idee wat ze gaan doen.’
Even voor de duidelijkheid: dit is geen geitenwollensokkenconcept van een paar wereldverbeteraars. Alle Kipster-eieren zullen de komende vijf jaar worden afgenomen door de Lidl, en de eieren zullen maar een paar cent duurder worden dan een regulier scharrelei.
Het was kolossaal
Het verhaal van Kipster begint bij Ruud Zanders (44), een grote, goedmoedige Limburger, net als Claessens afkomstig uit Venray en lector Gezonde Pluimveehouderij aan de Aeres Hogeschool Dronten. Tien jaar geleden was Zanders nog een grote kippenboer. Samen met zijn broer had hij een bedrijf waar ze acht miljoen kuikens uitbroedden, waarvan ze er drie miljoen als eendagskuikens verkochten en vijf miljoen grootbrachten tot achttien weken. Daarna gingen ze naar de legpluimveebedrijven. Ruud en zijn broer hadden ook nog eens deelnemingen in legbedrijven in Duitsland, Polen en Nederland waar in totaal 1 miljoen kippen eieren legden, en dan ook nog een opfokbedrijf in Frankrijk met nog eens 1 miljoen kippen. Jaarlijkse omzet? Veertig tot vijfenveertig miljoen euro. ‘Het was kolossaal,’ zegt Zanders. In 1998 hadden ze het bedrijf van hun vader overgenomen, die in de regio ook al een grote pluimveehouder was. En het adagium was: groeien, groeien, groeien en letten op de kosten. ‘Precies zoals we thuis hadden geleerd en ook in Wageningen, waar we beiden hebben gestudeerd,’ zegt Zanders. ‘Zoveel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke prijs. We moesten produceren voor de wereld. We moesten heel veel verzetten om weinig over te houden, het was een competitieve markt. Je concurreert niet alleen tegen de boeren om je heen, maar ook tegen de Oekraïne en Brazilië, omdat van eieren ook eierpoeder wordt gemaakt, en dat kan overal vandaan komen.’
De klap
Zanders begon zich steeds vaker af te vragen: groter, en groter, steeds meer risico; is dit wel de weg? Met zijn broer sprak hij er niet over (‘familiebedrijf, dagelijkse beslommering, dan kom je er niet aan toe’), maar met zijn vrouw had hij het er wel over om met iets kleiners te beginnen, zonder dat het overigens tot concrete stappen kwam.
Op 16 oktober 2007 (‘die datum zal ik niet snel vergeten’) kwam de klap. Als gevolg van een zwaar verliesgevend bedrijf in Duitsland en een haperende liquiditeit (‘alles zat in voorraden’) ging het bedrijf failliet. ‘We hadden keurig in praktijk gebracht wat we hadden geleerd, maar we waren tegen de klippen op gegroeid, we waren kapot gegroeid.’
Van de ene op de andere dag was alles voorbij: de stallen werden verkocht, de bedrijven afgestoten, de kippen van de hand gedaan. Alle opbrengsten verdwenen naar de bank. Ruud Zanders moest uit zijn boerderij in het buitengebied van Venray en trok met zijn vrouw en drie kinderen in een huurwoning in het centrum van het dorp. ‘Dat waren geen makkelijke tijden,’ zegt Zanders.

Toen hij eenmaal werkeloos thuis zat, was zijn eerste gedachte om de pluimveehouderij te laten voor wat het was. Maar dát ging niet. ‘Ik raakte er niet van los, mijn wortels liggen er,’ zegt Zanders terugkijken. ‘Maar ik dacht wel: kan het niet anders?’
In de jaren voorafgaand aan zijn faillissement was al duidelijk dat er iets moest veranderen. In 2003 was er een enorme uitbraak van het vogelpestvirus in Barneveld. Uiteindelijk zouden op 1300 bedrijven maar liefst 30 miljoen kippen worden geruimd, een derde van de pluimveestapel met een schade van driehonderd miljoen euro. Op de universiteit van Wageningen werd nagedacht over andere manieren om kippen te houden. Een van de concepten die daar van de tekentafels rolde, was de zogenaamde Rondeel-stal, een ronde stal waar kippen vrij kunnen scharrelen, het voer bestaat uit duurzaam geteelde mais, soja en graan, meer daglicht, meer mogelijkheden om naar buiten te gaan. De plannen waren gemaakt in overleg met supermarkten, dierenbeschermingsorganisaties en boeren om zo tot het meest optimale ontwerp te komen.
Mijn opa ging als schillenboer langs de straten. Zoiets wilde ik ook.
Het was een mooi concept, maar wie ging het bouwen? Cor van de Ven, de directeur van Vencomatic, een hardware bedrijf dat over de hele wereld legnestjes, eierinpakmachines en andere benodigdheden voor de pluimveehouderij levert, pakte de handschoen op en ontwikkelde in 2007 de bouwtekening van de Rondeelstal op basis van de in Wageningen gemaakte schets. Maar vervolgens moest het concept ook worden verkocht. En daar kwam Ruud Zanders om de hoek kijken. De twee mannen kenden elkaar goed (‘de pluimveewereld is klein’), Zanders’ broer was voor het faillissement de dealer geweest van Vencomatic-producten in Turkije. En nu kon Ruud Zanders directeur van Rondeel worden, precies het soort innovatie waar hij naar zocht.
Zanders combineerde zijn vakkennis met het opbouwen van een geheel nieuw netwerk van dieren-, consumenten- en milieuorganisaties en supermarkten en twee jaar later opende onder grote belangstelling van de media de eerste Rondeelstal in Barneveld met dertigduizend kippen. De eieren gaan naar Albert Heijn, en worden ook verwerkt door KLM-catering en La Place. Rondeel-eieren zijn niet goedkoop, ze liggen in het duurste segment, samen met de biologische eieren. Maar met de groei van de Rondeel-stallen wil het niet echt vlotten. Op dit moment zijn er vijf bij gekomen, waaronder een mini-Rondeel met tweehonderd kippen op de Zuidas in Amsterdam, die in 2014 werd geopend door Jort Kelder. Rondeel is een prachtig initiatief, maar met 120.000 leghennen niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat als je bedenkt dat er in Nederland maar liefst ruim 30 miljoen leghennen zijn.
Het idee van mijn opa
In 2012 vertrok Zanders bij Rondeel. Ze gingen als goede vrienden uit elkaar, maar Zanders wilde meer: ‘Ik wilde ook echt iets doen aan de uitstoot van fijnstof, een enorm probleem in Nederland, waar nog geen oplossing voor is. En ik wilde kijken naar een mogelijkheid om het voer te verduurzamen. Ik wilde terug naar het idee van mijn opa die als schillenboer langs de straten ging. Dat kan nu niet meer, maar er zijn grote voedselproducenten van beschuit en rijstwafels die heel veel restproducten hebben die we prima als kippenvoer kunnen gebruiken.’
Tijdens zijn jaren bij Rondeel kwam Zanders in contact Maurits Groen, de nummer 1 van de Duurzame top 100 in 2015 en de man achter onder meer de WakaWaka-lamp. Ook na zijn vertrek bleven ze contact onderhouden en er groeide een mooie samenwerking: Zanders leverde de ideeën voor wat uiteindelijk Kipster is geworden, Groen had goede contacten met de CEO van Lidl Marcel Oosterwijk. ‘Dat is een grappige, aparte kerel, iemand die nooit met zijn snufferd in de publiciteit wil,’ zegt Groen. ‘Hij heeft ervoor gezorgd dat de Lidl niet langer zo’n smoezelige winkel is met allemaal producten waarvan je niet weet waar ze vandaan komen.’ Al sinds 2009 ligt er bij de Lidl alleen varkensvlees van ongecastreerde varkens; is er alleen duurzame gevangen vis te koop; liggen er in het groentevak steeds meer producten die zonder bestrijdingsmiddelen zijn geteeld. Ook heeft het bedrijf aangekondigd in 2018 helemaal fossielvrij te zijn. Is daar niet ook plek voor het Kipster-ei? dacht Groen. ‘Lidl is de grootste van Europa en de vierde van de wereld, daar kunnen we wel een paar miljard eieren kwijt. Dat zijn een hele boel Kipsters!’
Manager duurzaam van Lidl, Marlijn Somhorst ( #16 in de duurzame top 100), zegt in een reactie dat het bedrijf ‘meteen enthousiast’ was. Daarom kwam het al snel tot afspraken. Lidl garandeert dat de Kipster-eieren vijf jaar lang zullen worden afgenomen. ‘We sluiten vaker langdurige contracten,’ zegt Somhorst. ‘Maar dat we een langjarige relatie aangaan met een partner die nog van de grond af aan moet beginnen, is uitzonderlijk.’
Groen is blij met de doorbraak: ‘Ze zijn over hun schaduw heen gesprongen. De eiermarkt is echt een race to the bottom. Boeren zijn afhankelijk van de voerprijzen, die zeventig procent van de variabele eierprijs uitmaakt. Als het voer duur wordt, is de boer de sigaar. Wij hebben nu afspraken gemaakt dat we het risico voor de voerprijs delen. Als het daalt, betalen wij Lidl terug, en vice versa.’
En het blijft niet bij de eieren: Lidl gaat ook de Kipster-haantjes en de leghennen verkopen. Voor elk vrouwelijk kuikentje wordt namelijk een mannetje gedood, in totaal gaat het om zo’n 45 miljoen haantjes per jaar die worden vergast. Bij Kipster blijven de haantjes in leven en worden ze opgekweekt tot ze vijftien weken zijn. Dan worden ze bij de Lidl verkocht. De leghennen worden na negentig weken niet langer gedumpt in Afrika (zoals gebruikelijk) maar óók verkocht bij de Lidl. Groen: ‘Ik heb tegen CEO Marcel Oosterwijk gezegd: als je je handtekening zet, gaan we je wereldberoemd maken, dan zorgen wij dat je terecht een beter imago krijgt.’
En Groen kreeg gelijk: vlak voor Pasen stuurde Wakker Dier (die regelmatig kritiek had op de Lidl) een juichend persbericht de wereld in over de Kipster-haantjes, sprak van een ‘dierenwelzijnsprimeur’ en gaat er zelfs een voor de Lidl positief spotje aan wijden. ‘We zijn trots op Lidl dat zij deze duurdere haantjes gaan verkopen. Dat er maar veel supermarkten mogen volgen,’ aldus Wakker Dier.
De kloof tussen stad en platteland
Een vrijdagochtend in mei. Aan tafel zitten Ruud Zanders en Styn Claessens en Styns vader Willy (56). Het gesprek gaat over vroeger, toen ‘opa Frans’ (de opa van Willy) nog schaapsherder was op de heidevelden, in de jaren twintig. Maar de heide verdween om plaats te maken voor de turfwinning en na de turfwinning werden de gebieden rond Venray ontgonnen en werden dorpen als Ysselsteyn gesticht, waar de familie Claessens nu nog woont. De schaapsherder werd boer. Hij kreeg een boerderij toegewezen, hield een paar varkens, honderd kippen en tien koeien, de mest werd gebruikt om de schrale zandgronden vruchtbaar te maken. Een paar honderd varkens werden er een paar duizend, een paar duizend werden er honderdduizend en nu zitten er achter in de tuin in drie enorme loodsen over twee verdiepingen maar liefst 125.000 leghennen. En ze zijn niet de enige in Venray, in de gemeente verblijven maar liefst 3,7 miljoen kippen, waarmee het de kippenhoofdstad van Nederland is.
Vroeger had de familie Claessens legbatterijen, maar in 2010 bouwden ze de legbatterijen om tot stallen die geschikt waren voor scharrelkippen – zónder ster. Dus: weinig daglicht, boven op elkaar, weinig afleiding. En die stallen zullen er nog tot ongeveer 2025 staan, het is een investering die in vijftien jaar moet worden terugverdiend. Voor zoon Styn is het duidelijk: het roer moet om en Kipster is voor hem een volgende stap. ‘De maatschappelijke druk is groot. Moeten we de wereld nog wel voeden vanuit Nederland?’ Zanders: ‘Sterker nog: we moeten minder vlees en minder eieren gaan eten. Maar dan wel van de hoogste kwaliteit.’
Vader Willy: ‘Dat soort opmerkingen over minder vlees en minder eieren zijn hier in Venray lastig te verkopen. De buren denken: dan kan ik wel ophouden.’
Zanders: ‘Ik kan me voorstellen dat wat wij aan het doen zijn, bedreigend overkomt. En dat andere boeren zeggen: laten die fantasten maar doorgaan, mensen willen uiteindelijk gewoon vlees en eieren tegen de laagste prijs. Maar daarin vergissen ze zich. In de Randstad wonen 12 miljoen mensen die iets anders willen. De kloof tussen stad en platteland is immens als het over dit soort onderwerpen gaat.’
Vader Willy: ‘Nu zie ik het niet meer als een bedreiging, maar als een kans’.
Vader Willy: ‘Ik kom niet veel in de stad, maar als ik ga, neem ik altijd een kijkje bij winkels als Ekoplaza en Marqt. Tien jaar geleden dacht ik: verdorie, gaat het die kant op? Ik zag het toen als een bedreiging omdat ik had gekozen voor het systeem dat we nu hebben en dan kan je niet zomaar naar vrije uitloop. Nu zie ik het meer als een kans. Ook al ben ik sceptisch over de bomen bij Kipster, gaat dat wel werken, kom je wel uit de kosten? Toch ben ik veranderd, ik zie nu ook dat de manier waarop we nu werken een doodlopende weg is.’
Bij Kipster is aan alles gedacht, de keten is bijna gesloten. Maar er is één niet opgeloste kwestie: de mest. Maurits Groen heeft er wel een idee voor: ‘Die kan in het voorjaar mooi worden verkocht als Kipster-mest, ook via de Lidl.’ Maar daar loopt de man met de grote ideeën en de weidse vergezichten net te ver voor de troepen uit. Manager duurzaam bij Lidl Marlijn Somhorst laat weten dat over de mest ‘geen afspraken zijn gemaakt’. Maurits Groen: ‘Nog niet…’
Kipster en het kabinet
Dat Kipster de uitstoot van fijnstof tot zo goed als nul wil beperken, is in lijn met de opvattingen van het demissionaire kabinet. Begin juni besloot de regering dat pluimveehouders de uitstoot van fijnstof met de helft moeten terugbrengen en in de buurt van woonwijken zelfs met zeventig procent. De maatregelen volgen op een onderzoek waaruit bleek dat omwonenden van pluimveebedrijven vaker longontstekingen oplopen. Een commissie van de Sociaal Econmische Raad pleitte eind vorig jaar voor veel verdergaande maatregelen rond de intensieve veehouderij. De SER stelde voor alleen nog de duurzaamste boeren te steunen. Deze voorhoede van ongeveer dertig procent van de boeren zou fiscale voordelen krijgen, financiële ondersteuning en voorrang bij het verdelen van rechten. De rest van de veehouders zou in staat moeten worden gesteld om te stoppen. De overheid zou hierbij krachtig de regie moeten voeren. Staatssecretaris Van Dam stond niet afwijzend tegen over de voorstellen en beloofde een ‘regisseur’ voor de verduurzaming van de veehouderij aan te gaan stellen in het voorjaar van 2017. Dat is tot nu toe nog niet gebeurd.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.