Friedrich Nietzsche vond dat verschillende religies de natuur en de aarde slecht behandelden. Maar is hij ook een filosoof die gebruikt kan worden voor ‘ecologische bewustwording’?

Er zit enige ironie in het feit dat de precaire gezondheid van de aarde door de roofbouw die op haar gepleegd wordt, leidt tot een nieuwe verbondenheid tussen mensen. Het beroemde ‘bezield verband’ dat tussen mensen zou hebben bestaan en dat verdwenen zou zijn, kan er zomaar door terug komen: door de klimaatverandering zitten we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, misschien de een iets meer dan de ander. Wie niet in een bovennatuurlijke macht (zoals God) gelooft heeft geen morele autoriteit boven zich die zegt wat we moeten doen of hoe we ons moeten gedragen – daar zijn we inmiddels zelf mans genoeg voor.

De aarde heeft ook geen bovennatuurlijke macht boven zich. Ze is een soevereine, seculiere macht die zelf bepaalt wat haar toestand is: ze heeft stormen, regenwouden, eindige delfstoffen, klimaten, droogten, hitte, kou, smeltend ijs, sneeuw, regentijden en andere grilligheden waar de mensen afhankelijk van zijn. Ze hebben er maar beperkt invloed op. De aarde, zo stelt Peter Sloterdijk in Je moet je leven veranderen, is nog het enige wezen dat de morele autoriteit heeft om in onze tijd een absolute imperatief (een universeel geldende wet) af te dwingen waaraan uiteindelijk alle mensen zich te houden hebben, wil de mensheid niet ten onder gaan.

De aarde houdt Donald Trump de waarheid onder zijn neus, ze toont hem haar wonden, maar hij wil er vooralsnog niets van weten. Dit zou Donald Trump, mocht hij nog ergens van onder de indruk kunnen raken als het om klimaatverandering gaat, niet onverschillig moeten laten. De aarde is volgens de socioloog Bruno Latour lang voor een zorgende moeder gehouden, maar nu ze wordt gemaltraiteerd gedraagt ze zich als een bitch. Ze houdt Donald Trump de waarheid onder zijn neus, ze toont hem haar wonden, maar hij wil er vooralsnog niets van weten.

Tijdens het leven van Friedrich Nietzsche (1844-1900) had de industriële revolutie nog niet zoveel afval afgescheiden dat het een publiek probleem was. De natuur was voor de straffe wandelaar die Nietzsche was (zes uur per dag was niets voor hem in de Zwitserse bergen van Sils Maria) een persoonlijk genoegen en een onderdeel van zijn zoektocht naar ‘grote gezondheid’, een mentale staat waarin lichaam, geest en omgeving elkaar versterkten.

Hij zocht nieuwe energie in de natuur en de aarde omdat hij af wilde van de ‘vergeestelijking’, de muffe geestelijke bedomptheid die hij associeerde met bekrompenheid, dogmatisme, moralisme, binnenkamertjes en braafheid. De aarde, als de grond waarin alles kan bloeien, was voor hem het niet-geestelijke, het werkelijke, concrete, vruchtbare en materiële, dát waar je enig houvast aan hebt. Zarathustra bezweert zijn ‘broeders’ in Nietsches Also sprach Zarathustra: ‘blijf de aarde trouw en schenkt geen geloof aan hen die jullie spreken van bovenaardse hoop! Gifmengers zijn het.’

Nietzsches ode aan de aarde, zijn hang naar frisse lucht in de bergen, zijn liefde voor het mediterrane klimaat, zijn gehechtheid aan bepaalde plaatsen, kan een hedendaagse liefhebber van de natuur inspireren. Je mag in Nietzsche ook een bondgenoot zien in het beschermen van de natuur, maar Nietzsche tot ‘leidraad’ nemen voor het opstellen van ‘een hedendaagse ecologische levenskunst’ is een stap te ver. Zo is Nietzsche niet te gebruiken.

Het is onwaarschijnlijk dat Nietzsche zo exclusief de Aarde met een hoofdletter tot de zin van het bestaan zou verklaren, hoeveel hij ook van de aarde en de natuur hield.Toch is dat wat Henk Manschot, emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Humanistiek, doet in Blijf de aarde trouw. Pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie. Nietzsches aansporingen, zoals het trouw blijven aan de aarde, zijn nooit zo letterlijk bedoeld. Het zijn aansporingen afkomstig van een dichterlijk filosoof, een rapsode, die ze aan de wind meegeeft in de hoop dat ze in iemands geest dwarrelen om er langzaam wortel te schieten. Nietzsche voert geen actie en geeft alleen maar bij wijze van spreken ‘opdrachten’. Nietzsche zou volgens Manschot ons de ‘opdracht’ mee hebben gegeven onszelf ‘doelen te stellen die boven het particuliere geluk van het eigen leven uitstijgen en het leven op aarde in zijn volle breedte tot horizon en waarde te verheffen.’

Wij leven in het Antropoceen, het tijdperk waarin de mensen, de andropoi, de aarde beheersen en ermee doen wat ze goed dunken. Ze grijpen drastisch in in de geologische staat van de aarde. Nietzsche vond dat de mens overwonnen moest worden, het werd tijd voor een betere versie van de mens, de Bovenmens. Dat zou een mens zijn ‘die niet meer uitsluitend vanuit zichzelf gedefinieerd wordt’, zoals Manschot schrijft, maar een ruimer perspectief op alles heeft, zoals op de noden van de aarde. En die een bescheidener rol speelt in het Antropoceen. Nietzsche, schrijft Manschot, ‘pleit ervoor om uit te vinden wat er verandert als we niet God of de Rede of de Mens, maar de Aarde als het kader nemen waaraan we de zin en betekenis van ons bestaan ontlenen.’ Het jammer dat Manschot geen letterlijk citaat heeft waarin Nietzsche dit zegt. Het is onwaarschijnlijk dat Nietzsche zo exclusief de Aarde met een hoofdletter tot de zin van het bestaan zou verklaren, hoeveel hij ook van de aarde en de natuur hield.

Bruno Latour en Peter Sloterdijk (foto: Wikimedia Commons).

Nietzsche maakt de aarde niet tot een fetisj, vandaar dat hij ook zo moeilijk tot een terrasoof is te maken.

Wat niet wegneemt dat het interessant is te lezen hoe Manschot Nietzsche in verband brengt met de huidige ecologische bewustwording. Nietzsche leunt er tegen aan, maar er ligt veel tussen Nietzsche en wat Manschot hedendaagse ‘planetaire verantwoordelijkheid’ noemt. Het is niet heel bijzonder dat Nietzsche, net als de hedendaagse ecologisch bewuste mens, zich deel voelde van een groter geheel.

Manschot doet op een sympathieke manier aan inlegkunde door Nietzsche te gebruiken voor zijn herwaardering van ‘lokale verbondenheid’ in deze geglobaliseerde wereld, alleen omdat Nietzsche aan bepaalde plaatsen hechtte. Net iets te voor de hand liggend is ook dat Nietzsche voor ‘pluraliteit en diversiteit’ als kernwaarden van het leven was, alsof hij juist die wat modieuze woorden zou hebben gebruikt. Nietzsche was voor zelfverwerkelijking, hij wilde dat iedereen zou worden wat hij in zich had. Dan kwam de diversiteit vanzelf.

Manschot ‘gebruikt’ Nietzsche iets te vrijmoedig voor zijn terrasofie en doet alsof Nietzsche ‘opdrachten’ heeft voor deze tijd. Dan zou Nietzsche de allure van een profeet krijgen. De verdienste van Blijf de aarde trouw is dat de fysioloog in de filosoof Nietzsche alle aandacht krijgt. Alles wat natuur was had Nietzsches warme belangstelling. Het was de bron van alles: zoveel mogelijk natuur, zo min mogelijk moraal, daar ging het hem om.

Blijf de aarde trouw. Pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie van Henk Manchot is uitgegeven door Vantilt.