Het trauma van de Holocaust wordt misschien genetisch overgedragen, blijkt uit nieuw onderzoek. Wat betekent dat voor haar, vraagt Natascha van Weezel, kleinkind van overlevenden, zich af.
Mijn oma van vaderskant zat twee jaar ondergedoken in een piepklein kamertje en repte zelden over iets anders dan de oorlog. Daarbij liet ze de details over haar vermoorde broer en zus niet weg. Ook kwam het regelmatig voor dat we tijdens vakanties op zoek gingen naar ‘sporen van de Tweede Wereldoorlog’ in steden als Berlijn, Krakau of Jeruzalem. Als ik hier tegenwoordig half grappend over vertel vragen vrienden me weleens of ik er getraumatiseerd door ben geraakt. Ik hou niet van dat woord.
Je groeit misschien niet op met het meest rooskleurige wereldbeeld als je van jongs af aan alles over gaskamers en verraad voor zeven gulden vijftig weet. Maar een trauma? Ik heb zelf toch niets meegemaakt?
Afgelopen weekend publiceerde The Guardian een artikel over Rachel Yehuda. Samen met haar New Yorkse onderzoeksteam ontdekte ze een verhoging van het stresshormoon cortisol bij 32 onderzochte Holocaustoverlevenden. Al hun kinderen, die na de oorlog werden geboren en zelf dus niet aan de gevaren waren blootgesteld, bleken deze verhoging van het stresshormoon te hebben geërfd. Cortisol zorgt ervoor dat je pijngrens omhoog gaat en je klaar bent om de strijd aan te gaan. Nuttig ten tijde van oorlog, maar in het dagelijks leven raak je door zo’n overdosis angstig en gespannen.
Er is eerder research gedaan naar het overdragen van stresshormonen van generatie op generatie, maar nog nooit op mensen. Zo durven Duitse herten nog altijd niet in de buurt te komen bij de plek waar dertig jaar geleden het IJzeren Gordijn stond.
Als de resultaten van Yehuda kloppen, zou het een doorbraak betekenen op het gebied van genetica. Tot nu toe was bekend dat kinderen en kleinkinderen van Holocaustoverlevenden bepaalde kenmerken hebben die bij andere groepen minder voorkomen en die mij zelf ook niet vreemd zijn: het tegen elke prijs gelukkig willen maken van de ouders/grootouders bijvoorbeeld, een symbiotische familieband, schuldgevoelens, een diepgeworteld wantrouwen en het gevoel dat je nergens veilig bent . Er werd logischerwijs altijd aangenomen dat dit gedrag door sociaal-culturele elementen ontstond; want wie zou hier geen last van krijgen als Hitler voortdurend als een spook in huis ronddwaalde?
De onderzochte groep is erg klein, dus er zullen vermoedelijk nog veel meer deelnemers nodig zijn om de gegevens te verifiëren. Toch vind ik het een nare gedachte dat er wellicht materiaal in mijn dna zit opgeslagen dat er niet was geweest als de geschiedenis een andere wending had genomen. Wat betekent dat voor mijn toekomstige kinderen? Ik ben niet van plan hen rond hun derde verjaardag de film Sophie’s Choice te laten zien en tijdens herdenkingen blijven ze ook maar lekker thuis, alleen wie zegt dat ik niet iets aan hen doorgeef dat ik helemaal niet wíl doorgeven?
Natascha van Weezel is schrijver en filmmaker. Dit jaar publiceerde ze De derde generatie. Kleinkinderen van de Holocaust. (Balans, € 18,95)
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.