Lee Towers (68)

Jaloezie&Afgunst

‘Ik kom uit een gezin met zes kinderen. Mijn vader was van 1888; toen hij 68 werd, was ik tien. Wij moesten rondkomen van zijn AOW: hij kon niet meer werken van de reumatiek. Mijn moeder had twee werkhuizen terwijl ze thuis zes kinderen had. Dus als kind was ik altijd jaloers op iedereen die meer had dan wij. Ik haatte het dat wij zo arm waren, het zorgde ervoor dat ik ging liegen. Als het Sinterklaas was geweest en iedereen vertelde op school over z’n cadeaus, dan verzon ik de mooiste cadeaus bij elkaar. Want ik kreeg helemaal niets – ja, een suikerbeestje. Kinderen uit middenstandmilieus zaten op dezelfde lagere school als ik. Die hadden winkels en reden in dure auto’s, en ik liep in een vermaakt pak van mijn oudere broer. Dat verschil was heel zichtbaar, waardoor ik het gevoel kreeg dat ik bij de onderlaag hoorde, en dat deed pijn. Maar die armoe was misschien ook wel een drijfveer om verder te ­komen. Op mijn twintigste was ik onderhoudsmonteur, maar ik had ook al mijn ­eigen orkesten. Daar genoot ik van, en uiteindelijk verdiende ik meer dan mijn baas.’

Lust&Wellust

‘Lust was taboe en onbespreekbaar in ons zwaar christelijke gezin. Natuurlijk heb ik vriendinnetjes gehad, maar toen kwam ik Laura tegen met drie kinderen en daar ben ik mee getrouwd. Ik was zo verdrietig dat mijn ouders door hun leeftijdsverschil uit elkaar groeiden en gingen scheiden, dat ik graag een eigen gezin wilde. Wat dat betreft ben ik geen doorsnee artiest: we zijn 42 jaar getrouwd en ik ben geen womanizer. Ik ben niet de man van seks, drugs en rock-’n-roll. Ik heb zo veel respect voor Laura – zij is mijn lotje uit de loterij – dat ik haar dat ook niet wil aandoen: dat is een soort discipline. Net als dat wanneer ik ’s avonds het land in ga, ik geen druppel drink. Dus Laura hoeft nooit te denken: hoe komt-ie nou vanavond weer thuis, en ik stap nooit met zó’n kegel bij haar in bed.’

Hebzucht&Gierigheid

‘Als je rijk bent, gaan veel mensen er bij voorbaat vanuit dat je ook hebzuchtig bent. Bij de meeste van mijn gala’s moest er alleen maar geld bij: dat deed ik niet voor de poen, maar omdat ik het mooi vond om te doen. Ik ben heel simpel: ik houd niet van dikke horloges en dure auto’s. Ja, natuurlijk heb ik een mooie auto, maar ik ben niet iemand die loopt te poetsen of zijn auto dubbel laat pimpen. Je hebt rijk en rijk: ik heb het goed gedaan, maar ik heb ook het nodige ingeleverd met een aantal debacles. Ik draai nog steeds omdat ik dat fijn vind, maar voor het geld hoef ik het niet te doen. Dat geeft rust. Ik ben niet spoiled en we hebben onze kinderen normaal opgevoed. Ze kregen niet automatisch een brommer als ze zestien werden. Ik zei altijd: als je je fiets niet kunt onderhouden, kun je je brommer ook niet onderhouden.’

Luiheid&Gemakzucht

‘Als je dom bent, dan kun je daar niets aan doen. Maar als je lui bent, vind ik dat verschrikkelijk. Ik had vroeger twee krantenwijken en mijn broers hielpen bij de bakker, de slager, de melkboer en de groenteboer: je kunt het zo gek niet bedenken of we deden het. Als ik nu op vakantie ben, voelt dat soms ongemakkelijk, want dan doe ik niets. Al kan ik er nu goed mee leven en ik noem het ook geen luiheid, maar de geest schoonblazen. We gaan twee maanden per jaar naar Curaçao, daar hebben we een huis: ons “poppenhuisje”. Daar lig ik in mijn tuintje, hoor ik de vogeltjes fluiten en zie ik de vlinders voorbij komen. En dan lees ik, want daar ontspan ik van. Ik ben een geschiedenisfreak: ik lees veel biografieën en wetenschappelijk verhandelingen over geschiedenis. Maar nooit te hoogdravend.’

Woede&Wraak

‘Ik kan niet tegen onrecht: als ik als kind op de lagere school door de meester onterecht van iets werd beschuldigd, dan ontplofte ik en kreeg-ie een inktpotje naar zijn hoofd. Ja, ik was driftig. Nu niet meer, nee. Ik heb veel boeken gelezen over slaven en daar moet ik altijd om huilen. Mijn ouders waren Nederduits Hervormd en fans van de Boerenoorlog. Zwarten waren in de ogen van de mensen die toen dat geloof aanhingen een soort apen die konden praten. Nou, daar was ik al gauw klaar mee. Als ik er invloed op had kunnen hebben, dan denk ik dat ik toen wel een voorvechter zou zijn geweest tegen dat soort misstanden. Wat dat betreft ben ik altijd eigengereid geweest: ik ben geen mannetje dat de gebaande paden bewandelt omdat het goed uitkomt. Ik schopte ook wel eens tegen schenen, zo links en rechts.’

Gulzigheid&Onmatigheid

‘Ik kan lekker eten en drinken, maar dat verbrand ik ook allemaal weer: ik ben een adrenalineman. Mijn slechte gewoonte is dat ik maar door blijf ratelen. Ik heb natuurlijk ook veel te melden en mensen zijn altijd zo nieuwsgierig naar wat ik beleef, dat ik meestal de oren van iemands hoofd klets. Dan kom ik thuis, en dan zegt mijn vrouw: “De ander is niet meer aan bod geweest, man. Doe dat nou een keer niet.” En daar heb ik dan helemaal geen erg in gehad, het gaat gewoon vanzelf.’

Hoogmoed&IJdelheid

‘Je ziet bij mij thuis niet één foto van Lee Towers aan de muur hangen. Ik loop niet de hele dag te kicken van: joh, ik heb weer succes gehad. Dat betekent niet dat ik het niet leuk vind. In maart zong ik Space Oddity van David Bowie op het Boekenbal, en was ik opeens trending topic. Ik wist niet eens wat dat betekende! Daar ben ik dan hartstikke blij mee. Ik moet eerlijk zeggen: ik zat in de auto daar naartoe en ik zie niet snel ergens tegenop, maar nu dacht ik toch: die schrijvers­wereld staat voor mijn gevoel toch redelijk ver van mij vandaan. Maar ik kwam de Stadsschouwburg binnen en wáp: ik werd omarmd en kreeg iedereen mee. Ik begon daar gewoon een heel leuke mop te vertellen en ik dacht: even dat drempeltje omlaag halen en laten zien wie ik eigenlijk gewoon ben. Dat is denk ik ook mijn kracht: dat ik altijd dicht bij mezelf ben gebleven.’

Nee