Zadie Smith gaf een lezing in Amsterdam. Wat Amarens Eggeraat ervan leerde: laat schrijvers de wereld presenteren, niet analyseren.

‘Ik was op een best gezellige verkiezingsbijeenkomst,’ zei Zadie Smith afgelopen vrijdag tegen gespreksleider Joost de Vries. ‘Maar ik ben vroeg naar bed gegaan. Ik heb goed geslapen, ik droomde dat ik vrienden was met Bob Marley.’ Het John Adams Institute had Smith uitgenodigd voor een bespreking van haar nieuwe roman Swing Time, maar ze moest natuurlijk eerst iets zeggen over de verkiezing van Donald Trump.

Een onprettig neveneffect van het bestaan van deze man is hoe hij werkelijk elke openbare discussie komt binnengeslopen, waarna iedereen op vermoeide toon precies dezelfde dingen herhaalt en niets opbeurends weet te verzinnen. Toen schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie een tijdje geleden een lezing gaf in Amsterdam,  werd ook zij bestookt met vragen over de presidentskandidaat. Zo tussen de pilaren van de Zuiderkerk had Adichie wat weg van...