Waarom is het kabinet niet pal voor het associatieverdrag gaan staan? Waarom heeft het ja-kamp niet veel steviger campagne gevoerd? Waarom hebben zij niet net als de nee-zeggers emotionele argumenten gebruikt? Het zijn vragen van Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden, de ochtend na het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne.

Voermans bestudeert al jaren vormen van democratische vernieuwing. Het referendum noemt hij ‘een prima idee’, alleen is het ontzettend ‘wennen voor de Nederlandse politiek’ die het instrument ‘heel laat’ heeft ingevoerd. Nederland is in zijn ogen al eeuwen een land vol tegenstellingen, waar het toch betrekkelijk vredig blijft. Dat komt door de ruimte die regenten hier van oudsher krijgen. Ruimte om te polderen, tegenstellingen te verzoenen, draagvlak te creëren. ‘Daar maakt het referendum een einde aan. Het is een regelrechte cultuurclash. Het gaat in tegen alles wat in het polderlandschap heilig is.’

Het ja-kamp likt zijn wonden, maar zal vooral moeten leren van de nederlaag van gisteren. Voermans vindt het onbegrijpelijk dat het kabinet zo lang onzichtbaar is geweest. ‘De regering heeft het verdrag toch uitonderhandeld en aan de Kamer voorgelegd? Hoe kan Rutte dan zo lang op de achtergrond blijven, bang om als overheid partij te kiezen, alsof het kabinet een onpartijdige scheidsrechter is? Dat is ze bij een correctief referendum namelijk niet.’

De campagne voor het verdrag is volgens Voermans ook veel te laat op gang gekomen. ‘Alsof het een normale verkiezingscampagne is.’ Thierry Baudet en Jan Roos  hebben de Oekraïne en haar president heel lang kunnen afschilderen als een soort corrupt roversnest. ‘Pas onlangs zei, ik meen, minister Koenders dat de corruptiewetgeving daar strenger is dan in Nederland. Waarom kom je zo laat met dat argument?’

Een referendum is een One Off, de dag erna is het voorbij. Je moet dus alles op alles zetten om te winnen.

Veel te lang hebben de voorstanders van het verdrag gedacht dat het referendum volgens de gangbare politieke mores moest verlopen. ‘In het normale politieke debat heeft een Jesse Klaver iemand als Mark Rutte de volgende dag weer nodig om verder te gaan. Daar houdt hij rekening mee. Maar een referendum is een One Off, de dag erna is het voorbij. Je moet dus alles op alles zetten om te winnen.’ En het ja-kamp had volgens Voermans bij voorbaat een stevig offensief nodig gehad. ‘Ze wisten dat er veel frustratie bij burgers zat, en dat we worden geregeerd door een kabinet dat na meer dan drie jaar is uitgeregeerd, waar kiezers mee willen afrekenen.’

Natuurlijk komen er nu al stemmen op om het referendum af te schaffen. Maar je zou je volgens Voermans dan ‘een slecht verliezer’ tonen. Ze waren zelf immers niet in staat van het instrument gebruik te maken. Wel vreest de hoogleraar het ergste voor het initiatief om het raadgevende referendum om te zetten in een bindende raadpleging. Tegelijk met het aannemen van de wet die het Oekraïne-referendum mogelijk maakte, effende de Eerste Kamer in 2014 de weg om een grondwetswijziging te behandelen. Die is nodig om het referendum bindend te maken. Maar dat initiatief lijkt volgens Voermans in de Tweede Kamer ‘levend begraven’ te zijn. ‘Niemand zal daar zijn vingers nu aan willen branden, schat ik in.’

Het is dus vooral wennen is de troostrijke boodschap van Voermans. Maar hij vindt het wel ‘zuur’ voor de Oekraïners. ‘Die moeten nu betalen voor onze referendum-opleiding.’