De gesprekken van vandaag volgens de redactie. Bedrijven mogen de internetactiviteiten van hun werknemers monitoren, en Khadija Arib is de nieuwe Kamervoorzitter.
Een opvallende uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), gisteren: bedrijven mogen meelezen in privéberichten van hun werknemers. Een Roemeense man pikte het niet dat hij was ontslagen nadat zijn baas privéberichten had gelezen die hij via een account van de zaak stuurde. Een inbreuk op zijn privacy, betoogde de Roemeen, maar het EHRM achtte het niet ‘onredelijk dat een werkgever wil nagaan of werknemers hun professionele taken volbrengen onder werktijd.’
Dat klinkt niet onlogisch, maar het zet de deur open naar bedrijven die de online-activiteiten van hun werknemers uitvoerig monitoren. En daarmee komt de nobele kunst der procrastinatie onder druk te staan. Ironisch, zo merkte de Volkskrant op, aangezien eerder deze week nog bleek dat 37% van de online kledingaankopen tijdens kantooruren wordt gedaan. Dat staat uiteraard niet op zich. Overal ter wereld huren grote bedrijven specialisten in die onderzoeken wanneer je het best iets op Facebook kunt zetten. Hun vondsten komen doorgaans overeen: overdag, als de doelgroep gevangen zit achter een bureau, slechts één muisklik verwijderd van de tijdlijn. Ook bij Vrij Nederland kunnen we daarover meepraten. Onze nieuwsbrief versturen we bewust tijdens kantooruren. Het aantal clicks ligt dan significant hoger, en we willen nu eenmaal graag dat onze mooie stukken door zoveel mogelijk mensen worden gelezen.
Het is te hopen dat bedrijven daar rekening mee houden, en wie dit leest niet op staande voet wordt ontslagen. Een rondje langs je favoriete sites betekent niet dat je je werk niet serieus neemt, en bovendien is uitstelgedrag volgens wetenschappers hartstikke goed voor je. Zolang je maar niet op zakelijke accounts het ochtendhumeur van je baas bespreekt. Er worden vaak genoeg brave borsten ontslagen die op sociale media hun boekje te buiten gaan. Kwestie van gevoel voor de context waarbinnen je een uiting doet, of: kwestie van weten wanneer en tegen wie je je kop moet houden.
Zo mag je als politicus best verzuchten dat je het maar een nepparlement vindt, alleen is het wel handig om dergelijke uitspattingen binnenskamers te houden. Dat vindt ook de nieuwbakken Kamervoorzitter Khadija Arib, vertelde ze eerder deze maand in Buitenhof. ‘In een kamer waar iedereen is gekozen – hij trouwens ook – moeten we dat soort taalgebruik niet accepteren.’
Daar sluiten we ons graag bij aan. Wel staat het de heer Wilders vrij om tijdens een debat een paar schoenen te bestellen of één van zijn geheime Twitteraccounts bij te werken.
Alleen willen we dat dan bijzonder graag níét weten.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.