Minder rompslomp, regels en papierdruk bij de beoordeling van het hoger onderwijs, belooft minister Bussemaker van Onderwijs vandaag. Maar de constant veranderende beoordelingscriteria leveren een vreemde vorm van scorebord-inspectie op.

‘Eigenaar van kwaliteitsborging’: naast professor of doctor kunnen docenten in het hoger onderwijs dat begrip binnenkort voor hun naam plaatsen. Als het aan Bussemaker ligt vermindert de druk om verantwoording af te leggen over onderwijs de komende jaren. Nog steeds streng, maar met minder papierwerk. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.

Het is ook niet snel goed met die onderwijsaccreditatie. Talloze malen werd het stelsel de afgelopen jaren al aangepast. Een jaar geleden lagen de geesteswetenschappenopleidingen ineens op de pijnbank, toen plotseling bekend werd dat 26 opleidingen als onvoldoende waren beoordeeld. Waren die opleidingen echt zoveel slechter geworden? Onmogelijk te zeggen, omdat de beoordelingscriteria net voor de zoveelste keer waren aangepast.

Nu moet de beoordeling nog sterker bij de instelling als geheel gaan liggen. Opleidingen worden dan niet meer afzonderlijk geaccrediteerd. En dat terwijl docenten juist klaagden dat de inspectie niet meer gewoon in de collegezaal aanschuift of met studenten praat, maar alleen nog kijkt naar procedures en beleid van het universiteitsbestuur. Constant moeten docenten aan hun eigen bestuur in dikke rapporten uitleg geven over hun ‘kwaliteitsborging’. Universiteiten hamsteren zoveel mogelijk kwaliteitsbewijzen, doodsbang een negatieve beoordeling te krijgen.

Daar zit het echte pijnpunt. Accreditatieoordelen worden steeds meer gebruikt om instellingen tegen elkaar af te zetten. Studiekeuzewebsites baseren hun oordeel op de inspectierapporten. Dat verklaart waarom ook studenten over deze nieuwe plannen kritisch zijn. We betalen steeds meer, roept de studentenbond: dan willen we ook zekerheid over de kwaliteit van specifieke opleidingen. Steeds sterker voelt die student zich een consument van onderwijs. Zoals de marktwerking in de zorg met patiënten hetzelfde heeft gedaan. Want als je zelf flink moet bijleggen wil je natuurlijk wel een objectief oordeel over de zorg of onderwijs die je gaat inkopen.

Een soort scorebord-inspectie: de ene opleiding excellent, de andere onvoldoende. En dat terwijl het door de constant veranderende criteria volkomen onduidelijk is wat de verschillen nu werkelijk zijn.

In 2021 gaan de nieuwe plannen geëvalueerd worden. Gokje: we gaan het dan weer helemaal anders doen. Met nog meer kwaliteitsborging.