Een internationale ontwerpwedstrijd voor oplossingen in vluchtelingvraagstukken leverde honderden inzendingen op. ‘De nieuwe generatie creatieven wil vooral een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.’

Het beste idee kwam het laatst. Drie uur voor de deadline van de What Design Can Do Refugee Challenge eind mei stuurde een groep Zweedse ontwerpers een voorstel in met de naam The Welcome Card. Het is een tijdelijke identiteitskaart voor geregistreerde asielzoekers die het stadium van de aanvraag van de verblijfsvergunning toont, als hij wordt geschoven in een kaartlezer van een asielzoekerscentrum of kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het geeft vluchtelingen inzicht in waar ze staan in de procedure. Het gebrek aan informatie daarover is nu een van de grootste frustraties. De kaart kan tevens dienstdoen om toegang te krijgen tot bijvoorbeeld het openbaar vervoer, taalcursussen, culturele evenementen en medische voorzieningen. Er kan, net als bij een Nederlandse stadspas, samenwerking komen met sportinstellingen, horeca en winkelketens. Omdat de informatie elektronisch is op te vragen, ontlast het de werkdruk van medewerkers van asielcentra en immigratiediensten.

Bovendien is de kaart, die is voorzien van een persoonlijke pincode, ook te gebruiken voor mensen die níét over een goed werkende smartphone beschikken. En het geeft de asielzoeker, al is het misschien tijdelijk, een symbolische plek in een onbekende samenleving.

Een kenmerk van goede ideeën is dat je je afvraagt: maar waarom wás dit er niet allang? The Welcome Card is een van de 631 ideeën die uit 70 landen binnenkwamen nadat de Nederlandse organisatie What Design Can Do samen met de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de IKEA-foundation de mondiale creatieve gemeenschap eind februari opriep met voorstellen te komen, voorstellen die knelpunten in aankomst, levensomstandigheden en integratie van vluchtelingen in grote steden zouden kunnen verlichten. Op de What Design Can Do-conferentie, 1 juli in Amsterdam, worden de vijf finalisten door minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bekendgemaakt. De winnaars ontvangen tienduizend euro en worden uitgenodigd voor ‘de WDCD Accelerator’: een mentorprogramma dat de ideeën tot volwaardige producten en diensten moet ontwikkelen.

Welcome card: tijdelijke identiteitskaart in land van aankomst geeft nieuwkomer o.a. inzicht in de stand van de verblijfsprocedure.
Politieke gevoeligheden

Volgens cijfers van UNHCR zijn nu 65 miljoen mensen op de vlucht. Dit jaar is het aantal vanwege langdurige oorlogen met 10 procent gestegen. Veertig miljoen mensen zijn ontheemd in eigen land, ruim twintig miljoen mannen, vrouwen en kinderen zoeken een onderkomen in andere landen. Van die twintig miljoen leeft bijna 60 procent legaal of illegaal in grote steden. Er zijn grote problemen met opvang, huisvesting, inkomen, gezondheid, integratie. Het is een opgave waar overheden en NGO’s niet meer uitkomen.

Architecten kunnen vallen voor een mooi ontwerp, maar mensen van de UNHCR of het Rode Kruis kunnen onwerkbare ideeën vrij snel doorzagen.

Advertentie

Advertentie

De complexiteit van de problematiek was voor de leiding van What Design Can Do reden om de expertise van de internationale ontwerpgemeenschap in te schakelen. ‘We zijn nu vijf jaar bezig met What Design Can Do,’ zei directeur en oprichter Richard van der Laken in november tegen Vrij Nederland. ‘De bedoeling was steeds het tonen en bevragen van de maatschappelijke betekenis die design kan hebben. Nu hebben we de behoefte om een stap verder te gaan, om te activeren. Het moeten oplossingen zijn die op grote schaal ingevoerd kunnen worden en die niet struikelen over lokale wetgeving en politieke gevoeligheden.’

‘Het zou alleen al een geweldige designopdracht zijn om de bureaucratie rondom de invoer en verspreiding van vluchtelingen te herontwerpen,’ zei Dagan Cohen, projectleider van de challenge.

Een knap staaltje werven

Begin februari was er in Amsterdam onder leiding van designresearchbureau STBY een workshop om de belangrijkste obstakels voor vluchtelingen in steden in kaart te brengen. Een gevarieerd gezelschap waaronder asielzoekers, statushouders, gemeentelijke beleidsmedewerkers, leden van humanitaire organisaties, migratie-experts en ontwerpers analyseerde de voornaamste knelpunten.

Het leidde tot een briefing met de volgende vragen: hoe kunnen aankomst- en opvangcentra worden verbeterd? Zijn er opvanglocaties te bedenken die ook voor de gastgemeenschap een aanwinst zijn? Hoe kunnen asielzoekers zich ontwikkelen tijdens de wachttijd op de verblijfsvergunning? Hoe kunnen vluchtelingen en gastgemeenschappen beter met elkaar in contact komen? Hoe krijgen vluchtelingen essentiële informatie? Hoe kan het meest uit de aanwezigheid van vluchtelingen worden gehaald?

Cohen en Van der Laken hoopten op driehonderd inzendingen, maar ontvingen er twee keer zoveel. Dat was een knap staaltje werven. Alleen al de inhoudelijke en uiterlijke vormgeving van de wedstrijd is een indrukwekkend voorbeeld van what design can do.

App: New Here: de dokter, halal eten of rechtsbijstand: relevante info en handige locaties in een app.

Onder de inzenders zijn gevestigde architectenfirma’s uit binnen- en buitenland, teams van technische universiteiten, designbureaus, kunstenaarscollectieven, zelfstandig gevestigde ontwerpers. Wat opvalt, zijn de multi-disciplinaire gelegenheidssamenwerkingen. De app New Here, die door het publiek op de website van de challenge als favoriet werd gekozen, moet nieuwkomers in welke grote stad ter wereld ook in alle talen informatie bieden over relevante locaties, of het nu gaat om medische klinieken, ontmoetingsplekken, halal voedsel, rechtsbijstand of meedoen met een voetbalteam. Er wordt gewerkt met pictogrammen en interactieve kaarten. Achter deze inzending staat een achttien leden tellende Oostenrijkse gelegenheidsformatie van grafisch vormgevers, interactie-designers, programmeurs, pr-experts en advocaten in internationaal humanitair recht.

Eat & Meet, een andere inzending op de shortlist, komt uit de koker van een internationaal collectief van architectuurstudenten, binnenhuisontwerpers en stedenbouwkundigen. Het idee is om van stadsbussen mobiele gemeenschapscentra maken, een soort food trucks, waarin vluchtelingen op verschillende locaties voor bezoekers koken. Ook wie geen culinaire ster is, heeft wel een succesrecept, zo redeneert de in Brazilië gevestigde groep. Een prototype met Syrische vluchtelingen schijnt rond te rijden in Rio de Janeiro.

Impact

Multi-disciplinair moesten ook de teams zijn die midden juni de taak hadden uit al die inzendingen een shortlist te selecteren van 25 voorstellen. Ook hier weer de mix van ontwerpers, juristen, mensen in het veld.

‘Architecten kunnen vallen voor een mooi ontwerp,’ zei Cohen daags voor de vergadering, ‘maar mensen van de UNHCR of het Rode Kruis kunnen onwerkbare ideeën vrij snel doorzagen.’

De projectleider verklaarde tijdens dat telefoongesprek ‘overrompeld’ te zijn door de combinatie van creativiteit en empathie. ‘Om in het creatieve vak succesvol te zijn, is het nodig ongelofelijk eigengericht te zijn,’ zei hij. ‘Je moet steeds voor ogen hebben dat mensen zitten te wachten op jouw ideeën. Maar dat egocentrisme en die ambitie staan dus klaarblijkelijk niet tegenover altruïsme.’

Cohen, die als projectleider bij verschillende creatieve instellingen en initiatieven betrokken is, meent te zien dat ‘ego steeds minder belangrijk wordt in de kunsten’. Toen hij zelf nog op de Gerrit Rietveld Academie zat, wilde iedereen naam maken en in het Stedelijk hangen, vertelde hij. ‘Maar de nieuwe generatie creatieven wil vooral een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.’ ‘Impact’ begint volgens Cohen een sleutelbegrip te worden, gerelateerd aan de vraag: ‘Wat heeft mijn werk voor positief effect op de rest van de wereld?’ Tijdens de WDCD-conferentie zal The Art of Impact, een door minister Bussemaker ingesteld fonds dat creatieven samenbrengt met maatschappelijke organisaties, een workshop geven over dat begrip.

Bouwdoos

De vijf finalisten die deze week tijdens de conferentie bekend worden gemaakt, gaan onder begeleiding van experts hun idee verder uitwerken, en dan moet er begin 2017 ten minste één inzending werkelijkheid gaan worden. Dat betekent niet dat er met de overige inzendingen niets gebeurt. Het is de bedoeling om voor alle 25 ideeën die op de shortlist staan toepassingen en partners te gaan zoeken.

MezzA-Home: modulaire interieurs voor in leegstaande gebouwen. Leidt tot kleinschalige gezinsopvang en verlevendiging van stadswijken.

Waar is uiteindelijk voor gekozen? In de categorie ‘opvang en huisvesting’ staat een modulair mezzanine-systeem op de shortlist. Het gaat om houten interieurs met een verdieping erop die in leegstaande gebouwen in elkaar kunnen worden gezet, en zo plek bieden aan grote en kleine gezinnen. ‘Modulair’ is een veel voorkomende term in huisvesting voor vluchtelingen en het betekent ‘bouwdoos’: het gaat om prefab platen en verbindingssystemen die snel aan elkaar te bevestigen zijn. De Australische ontwerpster die voor MezzAHome verantwoordelijk is, heeft vooral leegstaande gebouwen aan zieltogende stedelijke pleinen voor ogen, zodat het plaatselijke winkel- en horecabestand door nieuwkomers weer een nieuwe impuls kan krijgen. Als prototype doet een leegstaand hotel in Athene dienst.

Een ander genomineerd idee in deze categorie is de duurzame prefab huisvesting (Agrishelter) met muren van stro die in een paar uur op leegstaande terreinen door vrijwilligers, bouwkundestudenten en vluchtelingen zou kunnen worden opgebouwd. Rondom de huizen komen moestuinen in bakken voor asielzoekers en omwonenden. Hier heb je kleinschalige, waardige huisvesting, ecologisch gebouwd, zelfvoorzienendheid, training en mogelijkheid voor integratie ineen. HEX house, van het Amerikaanse bureau Architects for Society, ontwierp hexagonale gezinswoningen van prefab delen met meerdere slaapkamers en een kleine veranda. Elk huis heeft een regenwaterreservoir gekoppeld aan de stortbakken in de wc.

Bloom: snel op te zetten gemeenschapscentra voor opvanglocaties met ruimtes voor cursussen en kookgelegenheid. Asielzoekers en omwonenden kunnen elkaar hier ontmoeten.
Naar de bioscoop

De oplossingen voor deze categorie blijken in de designwereld niet zo lastig te bedenken. Ook voor het vraagstuk hoe vluchtelingen essentiële informatie krijgen, hebben ontwerpers genoeg ideeën. Op de shortlist staat een toegankelijke app met de naam Meshwar van Indiase ontwerpers die vluchtelingen inzicht geeft in hun rechten en plichten in de verschillende landen van de Europese Unie. Daarnaast biedt het een beoordelingssysteem van alle Europese opvangcentra en een forum waarop vluchtelingen vragen kunnen stellen. Er zijn soortgelijke apps ingezonden, de goed uitziende Asylum Advisor bijvoorbeeld, bedacht door een collectief van social designers, een socioloog, een asieladvocaat en een applicatieontwerper, die vluchtelingen al vóór vertrek kan informeren over de diverse asielprocedures in de EU, maar Meshwar is genomineerd vanwege de diepgaande uitwerking ervan. Cohen: ‘Een criterium voor selectie was ook of we vertrouwen hadden in het team achter het ontwerp. Het idee moet als het wint ook worden uitgevoerd.’

Moeilijker is het om goede oplossingen te bedenken die vluchtelingen en bevolking met elkaar laten kennismaken. Cohen: ‘Er zijn op dit gebied heel veel mooie kleine initiatieven, vrijwilligers die met vluchtelingen koken of naar de bioscoop gaan, maar dat is niet makkelijk “opschaalbaar’’.’

Een criterium voor selectie was ook of we vertrouwen hadden in het team achter het ontwerp. Het idee moet als het wint ook worden uitgevoerd.

Te kijk zetten

In de categorie ‘breng vluchtelingen en gastgemeenschappen dichter bij elkaar’ bedacht architect Ben van Berkel van UNStudio, onder meer verantwoordelijk voor de Rotterdamse Erasmusbrug, een modulair gemeenschapscentrum in de vorm van een bloem. Bewoners van een opvangcentrum kunnen er relevante informatie vinden, taalcursussen doen, workshops volgen, contact opnemen met thuis en koken. Voor de omwonenden zou het een toegankelijke plek kunnen zijn om mensen uit het centrum te ontmoeten, bijvoorbeeld met voor beide groepen aantrekkelijke activiteiten. Interessant is ook het Make-a-wish programma dat Van Berkel eraan verbindt, waarin Nederlanders voor jonge en oude vluchtelingen wensen proberen te realiseren.

Een ander mooi initiatief, ‘Interact’, komt van zes studenten uit drie landen. Dit voorstel richt zich op gemengde huisvesting voor studenten en vluchtelingen, waarbij getrainde studenten in ruil voor een verlaagde huur nieuwkomers helpen met taal, oriëntatie en administratie. Er hoort een lesprogramma voor de studenten bij, en een digitaal leerplatform.

Een controversiëler ontwerp in deze categorie is Refugees Got Talent, een televisieshow à la Holland’s Got Talent, maar dan voor vluchtelingen. Cohen snapt de gevoeligheid rondom dit voorstel: moet je mensen die zoveel hebben meegemaakt werkelijk te kijk zetten, kunstjes laten doen? Aan de andere kant kan het volgens hem een manier zijn om de grote bevolkingsgroep die zich vooral door emoties laat leiden kennis te laten maken met de mogelijkheden en de menselijkheid van wat nu een anonieme en bedreigende groep lijkt. Een afvaardiging van UNHCR, die doorgaans elke controverse tracht te vermijden, bleek verrassend enthousiast over dit voorstel.

Radicaal is het plan Desert Revival Grows Futures. In Griekenland, Italië, Spanje en Portugal zijn lege plattelandsgebieden door erosie onvruchtbare zandgronden geworden; slecht voor het klimaat en de voedselvoorziening. Vluchtelingen die nu in steden geen kant op kunnen, zouden zich kunnen opgeven voor tijdelijke landelijke huisvestingsprojecten waarin ze leren de grond en het gebied opnieuw te ontwikkelen. Vee houden, land bewerken, herbebossing; vaardigheden waaraan ze wellicht ook wat hebben,indien ze weer huiswaarts keren.

Lieve diertjes

Het allerlastigst is om een systematische oplossing te vinden voor de lege wachttijd op de verblijfsvergunning. Eigenlijk is hier de politiek aan zet. Het gedwongen niksdoen leidt tot frustratie en depressie, maar ontwerpoplossingen ervoor zijn afhankelijk van de medewerking van veel verschillende goedwillende partijen. Daar komt makkelijk een kink in de kabel.

Er is in deze categorie een app van een Belgische industrieel ontwerpster genomineerd, met de naam Co.labor.aid, waarop vluchtelingen met behulp van pictogrammen aangeven wat hun vaardigheden en interesses zijn. Zij worden gematcht met organisaties en locals die een helpende hand zoeken, of het gewoon leuk vinden om iets samen te doen. Zeilen. Bouwen. Voetballen. Een soortgelijk voorstel, dat ook op de shortlist is gekomen, is de (H)ourbank, een peer-to-peer app waarin vaardigheden als een knipbeurt of een autoreparatie worden aangeboden en gezocht, en worden uitbetaald in ‘tijd’. Saeed komt bij Marta de computer repareren, en krijgt voor de ‘tijd’ die hij daarmee verdient van sterke kracht Tim hulp bij zijn verhuizing.

Co.labor.aid: app die vluchtelingen op basis van hun vaardigheden en interesses koppelt aan organisaties en particulieren.

Dit soort oplossingen wil vluchtelingen nadrukkelijk niet louter als probleem zien, maar als bron van kennis en vaardigheden. Aan verschillende Europese universiteiten is een netwerk van werkplaatsen ontstaan (Changing Futures European Network) waar vluchtelingen, academici en geïnteresseerden uit het gastland integratiemogelijkheden bestuderen. Jonge gekwalificeerde vluchtelingen die op hun documenten wachten en dus niet mogen studeren en werken, zijn in deze ‘hubs’ welkom om hun achtergrond, kennis en ervaring in te zetten bij specifieke vraagstukken.

Het zijn moeilijker vorm te geven concepten dan het bedlampje (niet op de shortlist) voor angstige kleine vluchtelingen, dat bij het ronddraaien schaduwen van lieve diertjes op de muren projecteert om de monsters weg te jagen.

In tranen

En dan de 606 inzendingen die niet genomineerd zijn, en waar zulke mooie ideeën tussen zitten. Bijvoorbeeld het Cities for refugee resilience knowledge platform: een digitaal kennisplatform met informatie over opvang, huisvesting en voorzieningen voor vluchtelingen van en voor stadsbesturen wereldwijd. The Wearable Shelter van studenten van het Royal College of Art in Londen, die regenjas, slaapzak en tent ineen is. A Travelling Bag van ontwerper Jarosław Bikiewicz, die dienstdoet als rugzak, babydrager en kogelvrij vest. Of het voorstel van het Institute of Consumer Experience uit Pondicherry, India, dat professionals die met vluchtelingen werken een online training in crossculturele interviewtechnieken biedt.

Sommige oplossingen zijn een confrontatie met hoe gesloten de West-Europese samenlevingen zijn voor nieuwkomers. Architect Jan van Hooff stelt met In our own backyard voor om vluchtelingen op te vangen in de binnentuinen van bestaande wooncomplexen, waar nieuwkomers en bewoners elkaar in gemeenschappelijke ruimtes als kinderdagverblijven en huiskamers kunnen ontmoeten. ‘Dankzij de individualisering kan de Nederlandse samenleving zelfs voor de lokale bevolking eenzaam zijn,’ stelt Van Hooff. Er is een poëtisch plannetje van Joost Plattel met de naam Extended family, gebaseerd op een roman van Kurt Vonnegut. Plattels voorstel begint zo: ‘Stel je eens voor. Je wordt ’s ochtends wakker en ontvangt een e-mail waarin staat dat je, naast je eigen naam, een nieuwe naam hebt gekregen, en jij niet alleen. Iedereen ter wereld heeft een naam erbij. Die van jou is Daisy8. Vijfduizend andere mensen heten ook zo. Dat is je “extended family”. Er ontstaat zo verwantschap door alle lagen van de wereldbevolking heen.’ ‘Kunnen we,’ vraagt de ontwerper, ‘dit idee niet toepassen onder Nederlandse kinderen en kinderen van vluchtelingen in Griekenland?’

Een haast ontroerend voorstel als het niet zo treurig was, heet Break the barrier, van ontwerpbureau VanBerlo, dat al genomineerd is met het spel Are we there yet?, dat inzicht geeft in de beproevingen tijdens een vluchtroute. Break the barrier is een plan om omwonenden van opvanglocaties met behulp van een voorwerpje in hun brievenbus uit te nodigen een cadeautje af te geven bij het centrum. Door het voorwerp, dat aan het cadeautje is vastgebonden, te scannen met een smartphone, ziet de inwoner van de opvang die het in handen heeft gekregen het profiel van de gever, en vice versa – en dan is er misschien, tadááá: een ontmoeting. Het brengt je haast in tranen. Hebben we dit echt nodig om contact met elkaar te maken?

Laat alle overgebleven ideeën in een toegankelijke database terechtkomen. Het leest als een catalogus van de hoop.

WDCD Live, 30 juni en 1 juli, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam