aan de syrische grens
Als Majad een foto op zijn smartphone toont, verdwijnen de nieuwsberichten over buitenlandse luchtaanvallen even naar de achtergrond. ‘Dit is mijn dochter Jien,’ wijst hij trots op het roze figuurtje met een fikse bos zwart haar.
De doorwaakte nachten als nieuwbakken vader zijn Majad aan te zien. Zijn stoere kuif staat minder zorgvuldig in de gel dan gewoonlijk en zijn ogen zijn rooddoorlopen. Maar de sigaretten en de koffie heeft hij als vanouds binnen handbereik in zijn vaste pleisterplaats in het Turkse Antakya, nabij de Syrische grens.
Ik leerde Majad een jaar geleden kennen toen ik werkte aan een reportage over jonge activisten uit Aleppo. Hij had vooraan gestaan toen de protesten tegen het bewind begonnen. Nadat de oorlog zijn stad in haar greep kreeg en steeds meer burgers ontheemd raakten, begon hij met vrienden een aantal hulpprojecten die vanuit Turkije werden aangestuurd.
Ondanks zijn vaderlijke trots komt ons gesprek al snel weer op de actualiteit. Hij doet na hoe hij in de vroege ochtend van 22 september slaapdronken zijn bed uit stommelde. De vijf dagen oude Jien vroeg om aandacht. Terwijl hij het bundeltje troostend in zijn armen wiegde, wierp hij een blik op zijn smartphone. Zo ontdekte hij dat de Amerikaanse luchtaanvallen op Syrië zojuist begonnen waren.
Hij drukt een peuk uit in de asbak en zegt: ‘Ik was opgewonden toen ik het nieuws over de bommen volgde. De actie kwam laat, maar beter laat dan nooit, dacht ik.’ Inmiddels is hij sceptischer geworden. Hij vraagt zich af of het bombarderen van Jabhat al Nusra (JAN), de lokale tak van Al-Qaida, niet contraproductief zal blijken. Voor de andere rebellengroepen in Noord-Syrië is JAN ondanks de vaak moeizame relaties een noodzakelijke en belangrijke factor in de strijd tegen de troepen van Assad. Bovendien heeft de organisatie anders dan IS het respect van een aanzienlijk deel van de burgers op het traditionele platteland. ‘De meeste IS-strijders zijn Irakezen, maar bij JAN vechten vooral Syriërs. Ik moet niets hebben van de opvattingen van de organisatie, maar toch heb ik er ook vrienden,’ zegt hij. Het zou hem niet verbazen als sommige strijders van JAN nu naar IS overlopen of weer gaan samenwerken met de terreurgroep. En hij bespeurt nog iets dat hem verontrust: ‘Veel mensen denken dat dit een oorlog is tegen de islam. Ze kunnen anders niet verklaren waarom het regime van Assad niet wordt aangepakt.’ In het klimaat van woede, angst en het gevoel de afgelopen jaren door de wereld vergeten te zijn, spoken allerlei complottheorieën rond. Ook de gedachte dat de bommen ten doel hebben IS van de olievelden te verjagen, wint volgens Majad aan populariteit.
Megakogels
Sinds kort werkt Majad voor buitenlandse media, maar zoals altijd slokken ook duizend-en-één andere zaken zijn aandacht op. Zijn mobiele telefoon staat roodgloeiend. Na een zoveelste gesprek zegt hij: ‘Dat was mijn oudste broer die op het punt staat de oversteek van Turkije naar Griekenland te wagen.’ Als ik me verbaas over zijn vlakke toon, haalt hij zijn schouders op. Hij kan onmogelijk telkens stilstaan bij alle risico’s in het leven van zijn dierbaren. Hij heeft het nog niet gezegd of het schermpje licht weer op. Deze keer is het een vriend die hulp nodig heeft voor de terugkeer van zijn moeder naar Aleppo. En als dat gesprek is afgehandeld, belt zijn echtgenote Kani om over de boodschappen te overleggen.
Het is allesbehalve rustig rond Kani’s kraambed. In de woonkamer schakelt haar vader van de ene tv-zender naar de andere. Tanks, explosies, afweergeschut en uniformen trekken op het scherm voorbij. Onverwachts spoelt een neef aan met twee mansgrote koffers. Ook hij wil naar Europa. Terwijl hij de overgebleven pizza’s van onze late lunch naar binnen werkt, bestookt hij Majad met vragen over wat hem te wachten zou kunnen staan. Tussendoor belt Majads vriend om nogmaals de terugkeer van zijn moeder naar Aleppo te bespreken. Als Kani in de slaapkamer met haar baby in de weer is, wenkt Majad me naar de wandkast. Hij vist twee metalen bollen tussen de blauwglazen schaal en de boeken en scheepjes in een fles vandaan. De ene is zo groot als een pingpongbal, de andere een slag kleiner. ‘Die vond ik op het lichaam van een dode vrouw,’ zegt hij. De megakogels komen uit een vatbom. Dag in dag uit worden vaten gevuld met explosieven en metalen voorwerpen vanuit helikopters van het Syrische leger op het door rebellen gecontroleerde oosten van Aleppo neergesmeten. Terwijl Majad zich uit de voeten maakte voor het vallende stipje dat met de seconde groter werd, dreunde er maar één gedachte door zijn hoofd: ‘Ik wil het gezichtje van mijn dochter zien.’ Kort na zijn thuiskomst kwam Jien ter wereld. ‘Haar naam betekent leven.’
Verloving
Op mijn mobiele telefoon komt een bericht van Anas dat hij even tijd heeft. Ook hij was vanaf het begin betrokken bij de protesten tegen het bewind. Toen het regime de controle over Oost-Aleppo kwijtraakte, werd hij ondanks zijn jonge leeftijd gekozen in een lokaal bestuur om de samenleving draaiende te houden. Toen we enkele maanden geleden samen vanuit Aleppo terug naar Turkije reisden, schemerden door zijn drukke werk ook plannen voor een verloving en een vervolg op zijn studie vliegtuigbouw. Maar uit de berichten die ik daarna ontving, bleek die toekomst steeds weer de verte in te schuiven. De luchtaanvallen waren nog maar nauwelijks begonnen of hij meldde dat hij vlakbij Aleppo zat om hulpgoederen te distribueren. Zijn volgende boodschap bevatte een grap over de mysterieuze Khorasan-groep, die volgens Amerikaanse inlichtingendiensten aanslagen zou plannen in het Westen: ‘Ik denk dat zelfs Jabhat al Nusra nog nooit van Khorasan gehoord heeft.’
Zijn donkere ogen staan vermoeid terwijl hij me binnen noodt in de kale flat. Met één oog op zijn smartphone doet hij me beknopt verslag van zijn recente reis. Toen hij aankwam bij het hulpproject, bleek dat vier kilometer verderop het hoofdkwartier van JAN was geraakt. ‘Overal zag ik angst voor de enorme bommen die van veraf worden gelanceerd. JAN bevindt zich onder de bevolking. Nu hun organisatie doelwit is, hebben burgers geen idee wat hun te wachten staat.’
Hij maakt zich zorgen dat cellen van IS de antiwesterse stemming die aan het ontstaan is, verder zullen oppoken. Anas blikt op zijn horloge en rekt zijn lijf. ‘Yallah,’ zegt hij enigszins gelaten. Een volgende afspraak wacht.
Kaal niemandsland
De lucht is nog fris als ik met Majad in de auto stap om zijn vriend en diens moeder naar Syrië te brengen. ‘Wat zijn jullie landen aan het doen?’ is het eerste dat de moeder aan me vraagt als ze de auto instapt. Ze wendt haar hoofd af om haar tranen te verbergen. Dan steekt ze gehaast een sigaret op. Majad en zijn vriend hebben geprobeerd haar van haar reisplannen af te houden, maar ze wil per se gaan kijken hoe haar huis ervoor staat.
Na de Turkse paspoortcontrole koerst een propvolle bus door kaal niemandsland naar Syrië. Daar begint de macht van de rebellen.
Het afscheid tussen moeder en zoon is kort. Hij kust haar hand. ‘Beloof me dat je terugkomt,’ zegt hij terwijl hij haar even in zijn zware armen neemt. Voordat ze veel terug kan zeggen, zeulen twee opgeschoten jongens al met haar koffers. Zonder nog om te kijken, loopt ze met hen mee, voorbij de volgende checkpoints, waar een taxi wacht. Het is al donker wanneer het telefoontje komt dat ze veilig over is.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.