De Nederlandse bevolking groeide al sinds 1871 niet meer zo traag als in 2015. Wen er maar aan, want dat gaan we vaker zien.

‘Terwijl hij, bij eene besmettelijke ziekte, de aangetasten met bronnen des levens liefdevol verkwikte, nam hij zelf de kiem des doods in zich op.’ Het is de tekst van de overlijdensadvertentie van Joannes Peeters, pastoor in het Gelderse Loo, een van de vele slachtoffer van de pokkenepidemie die Nederland in 1871 teisterde. De priester bekommerde zich dus voor de zieken en raakte zelf besmet: ‘En aldus gaf de goede herder zijn leven voor zijne schapen.’

In Nederland zorgden dat jaar de 15.787 doden aan pokken voor een fikse piek in de sterftestatistieken. Interessant om te weten omdat het CBS dezer dagen rapporteert dat in 2015 opvallend veel mensen zijn gestorven. De ‘natuurlijke aanwas’ van de Nederlandse bevolking (het aantal geboorten min het aantal sterftegevallen) in 2015 is met 23.000 mensen mede daardoor sinds 1871 niet meer zo laag geweest.

Doorgaans hebben plotselinge uitschieters in de sterfte te maken met oorlog. Ook de pokkenepidemie uit 1871 was er het indirecte gevolg van, de Duitse overwinnaars van de Frans-Duitse Oorlog transporteerden Franse krijgsgevangen in grote groepen en onder barre omstandigheden. Pieken in sterfte laten de Nederlandse statistieken ook zien in 1918 – het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog – en natuurlijk in de hongerwinter van 1944/45.

De sterftepiek in 2015 is beslist niet zo dramatisch als toen. Het is een trend met een uitschieter. Volgens het CBS stierven in het begin van het jaar relatief veel 80-plussers. Een lange griepperiode brak hun weerstand. In de jaren daarvoor was juist sprake geweest van ‘ondersterfte’ – minder doden dan verwacht – en dat werd in de onbarmhartige taal der statistiek begin vorig jaar ‘gecompenseerd’ met een hogere sterfte.

In het begin van 2015 waren er zelfs maanden dat er meer Nederlanders doodgingen dan dat er werden geboren, een tamelijk onbekend fenomeen dat we volgens het CBS steeds vaker zullen zien. Behalve de relatief hoge sterfte lijken vooral twintigers het krijgen van kinderen uit te stellen. Onderzocht is het niet, maar volgens demografen kan dat te maken hebben met de onzekerheid op de arbeidsmarkt – veel jongeren zonder vaste baan durven het nog niet aan.

Het CBS verwacht dat over een jaar of twintig – als er geen ‘babyboomers’ meer zijn – permanent minder mensen worden geboren dan er sterven. Die krimp wordt nu al gecompenseerd door asielzoekers die in Nederland een verblijfstatus krijgen. Dat zal – zo verwachten de demografen – ook de komende jaren Nederlandse bevolking op peil houden. Het is maar dat we het weten.