Nederlandse schrijfsters winnen minder literaire prijzen. Komt dat door de ‘masculiene blik’ van de jury’s? Welnee.

Het zal wel weer aan mij liggen, maar over het algemeen houd ik me niet bezig met het geslacht van mijn literaire collega’s. Ten­min­ste: niet waar het hun werk betreft. In het verleden heb ik een hoop kantoorbaantjes gehad en ik beschik zodoende over aardig wat vergelijkingsmateriaal: nergens lijkt de man-vrouw-verdeling zo ongedwongen gelijk verdeeld te zijn als in de culturele sector.

Het verbaasde me dan ook dat collega-auteur Saskia de Coster half januari in de Vlaamse krant De Morgen een artikel publiceerde onder de titel: ‘Mannen, wees gewaarschuwd, vrouwelijke schrijvers rukken op!’ In eerste instantie is het een verhandeling over de historische ongelijkheid in de literatuur: hoe vrouwelijke schrijvers eeuwenlang tweede viool speelden ten opzichte van hun mannelijke evenknieën. Maar al gauw waarschuwt De Coster dat het nog steeds niet pluis is in letterenland. Ze noemt wat willekeurige voorbeelden van lijstjes en prijzen die flink in het voordeel van mannelijke auteurs uitvallen. Met hetzelfde gemak kun je tegenvoorbeelden vinden, maar daar gaat het me niet om. Wat me interesseert, is dat deze discussie periodiek terugkeert, en telkens op dezelfde manier: er lijkt geen progressie in te zitten, de muziek klinkt elke keer hetzelfde.

Vorig jaar nog publiceerde Opzij de resultaten van een onderzoek waaruit bleek dat vrouwen minder vaak gerecenseerd worden dan mannen (27% versus 73%). ‘Een staaltje seksisme op de boekenredacties van kranten,’ schreef toenmalig hoofdredacteur Margriet van der Linden hierover.

In dezelfde editie van De Morgen als waarin het stuk van De Coster te lezen was, haalde recensent Fleur Speet de Opzij-cijfers aan in een essay genaamd: ‘2014: het jaar van de schrijfsters’. Ook Speet wijst erop dat vrouwen in het nadeel zijn als het om recensies en literaire prijzen gaat. De beschuldigende vinger wijst telkenmale in de richting van een ‘masculiene blik’ op literatuur, die zelfs in de hoofden van vrouwelijke recensenten en juryleden verankerd zou zijn.

Kwade krachten

Harde conclusies, die ons zorgelijk zouden moeten stemmen, ware het niet dat de bewijsvoering vaak zo flinterdun is. In een artikel op Recensieweb (13 mei 2013) gaat John Hermse in op het Opzij-onderzoek en laat zien dat het probleem misschien wel elders ligt: er verschijnt minder literair werk dat door vrouwen is geschreven. Zelf heb ik, ter aanvulling, de verhouding m:v eens zitten turven op de inzendlijsten van de Libris Literatuurprijs van de afgelopen jaren: grofweg 2:1, vergelijkbaar met de cijfers die Hermse vindt. Het is nog steeds allemaal geen keiharde wetenschap, maar vrijwel alle beschikbare gegevens wijzen in dezelfde richting: de verhoudingen zijn al scheef vóórdat de boeken arriveren bij recensenten of literaire jury’s. Puur statistisch gezien is het dus logisch dat mannen meer kans maken op een bespreking of een plaatsje op long- of shortlist. Volgens diezelfde logica zou het probleem dus niet bij recensenten of jury’s liggen, maar bij uitgevers.

Mannen produceren vaker dikke pillen dan vrouwen

Dat is vreemd, want wie het literaire wereldje een beetje kent, weet dat er behoorlijk wat vrouwelijke uitgevers en redacteuren in opereren. Hebben die vrouwen dan, door de geschiedenis die Fleur Speet en Saskia de Coster schetsen, net zo’n vertekend want masculien beeld van literatuur als mannelijke uitgevers en redacteuren? Het lijkt me heel sterk, en is bovendien verdomd lastig hard te maken. Ik hoef alleen maar mijn eigen uitgeverij, Querido, tot voorbeeld te nemen: op de redactie werken louter vrouwen, en die geven veel boeken uit van vrouwen, die ook nog eens in de prijzen vallen (Doeschka Meijsing: AKO 2008, Marente de Moor: AKO 2011, Joke van Leeuwen: AKO 2013, om er maar een paar te noemen). Daar gá je, met je masculiene blik op literatuur.

Maar waarom zou je ook eigenlijk de schuld leggen bij kwade krachten die er in al hun masculiniteit op uit zijn vrouwen hun plek in de literatuur te ontzeggen? Waarom zijn het altijd vrouwen die deze ongelijkheid aankaarten en waarom komt de schuld steevast bij mannen of in elk geval ‘het mannelijke’ te liggen? Zou de oorzaak ervan niet óók, in elk geval ten dele, bij vrouwen zélf te vinden kunnen zijn?


Opvallen

Mijmerend over deze kwestie staarde ik, gezeten in mijn werkhok, naar de boekenkasten waarin de Nederlandse literatuur huist. Ineens viel me op dat de heren met opgeblazen borstkastjes tussen de dames stonden: de omvangrijke romans van Oek de Jong, de spectaculaire Van der Heijdens, een baksteen getiteld Zwerm van Peter Verhelst, de uitspattingen van Mulisch, de succeskluif Bonita Avenue van Buwalda, de obese Grunbergs, de epossen van Rosenboom, de nieuwe Daan Heerma van Voss (547 pagina’s)… Wat was hier gaande? Penislengtecompensatie op het hoogste niveau? O, hier en daar was ook wel een corpulente dame te zien (werk van Mutsaers, van Palmen, en de laatste van De Coster) – maar toch onmiskenbaar minder.

Zijn die vrouwelijke topauteurs er dan echt niet, in Nederland?

Ik draaide mijn bureaustoel een halve slag en kreeg zicht op de kasten langs de tegenoverliggende wand, met voornamelijk Angelsaksische literatuur. Ook daar veel mannelijk machtsvertoon, maar net zo goed omvangrijk werk van vrouwen: Zadie Smith (wier debuut alleen al 542 pagina’s telt), A.M. Homes, Marisha Pessl, Rachel Kushner, Donna Tartt, Ayn Rand, Hilary Mantel, Margaret Atwood, Eleanor Catton…

Een aantal van deze namen duikt ook op in het artikel van Saskia de Coster, in een opsomming van vrouwelijke auteurs die volgens haar de ‘inhaalrace’ hebben ingezet. Het zijn stuk voor stuk schrijfsters wier werk volgens De Coster ‘gewaagd’ is of ‘de vernieuwing’ opzoekt, het zijn auteurs die ‘lef, bravoure en eigentijdsheid’ vertonen. Ik ben dit helemaal met haar eens, sterker nog: ik zou haar rijtje met gemak kunnen aanvullen. Maar het schrijnende is: in dat rijtje komt geen enkel Nederlandstalig voorbeeld voor. Pas aan het eind van haar stuk wijst De Coster Charlotte Mutsaers en Patricia de Martelaere aan als haar ‘literaire moeders’. Twee oudere dames. Met alle respect, dat is behoorlijk mager.

Zijn die vrouwelijke topauteurs er dan echt niet, in Nederland? Kwaliteit in overvloed, zonder meer, maar een goed boek is nog niet hetzelfde als een opvallend boek. En opvallen, daar draait het om in een literair landschap waar elk jaar weer honderden nieuwe titels aan de horizon verschijnen.

Fleur Speet geeft het zelf al aan in haar essay in De Morgen: haar eigen ervaringen als lid van literaire jury’s leerden haar ‘dat we ons best moesten doen om vrouwen te zíén’. Zij mag dat misschien wijten aan een historisch-ingesleten masculiene blik – maar is het niet gewoon zo dat Nederlandse vrouwen daadwerkelijk minder opvallende boeken schrijven? Alleen al met het stellen van die vraag, riskeer ik waarschijnlijk castratie, maar als niemand anders hem stelt, waag ik het er toch op.

Maar de lat hoger leggen is veel gevraagd in het land van de zesjescultuur, het land van de parttimementaliteit. Liever wordt de lat juist lager gelegd. De Libris-jury heeft daar een aardig staaltje van getoond met die longlist waarop evenveel mannelijke als vrouwelijke auteurs staan. Of dat beleid is, weet ik niet zeker, maar het riekt er wel naar, gezien het hoge aantal middle-of-the-road-titels op de lijst: politieke correctheid lijkt hier te prevaleren boven kwaliteit.

Ook de Anna Bijns Prijs en de Opzij Literatuur­prijs zijn voorbeelden van hoe het niet moet: ze zijn gebaseerd op de veronderstelling dat vrouwen in de Nederlandse literatuur zielig zijn en er op eigen kracht niet komen. Zo houd je een gebrek aan ambitie eerder in stand dan dat je het probleem bij de wortel aanpakt.

Het nummer van Opzij waarin het eerder aangehaalde onderzoek over scheve recensieverhoudingen gepubliceerd stond, bevatte ook een overzicht van 35 schrijfsters onder de 35 jaar. Sommige van hen hadden nog niet eens een boek gepubliceerd. Om een veelbelovend schrijfster te zijn, is het voor Opzij blijkbaar al genoeg als je ooit in je leven een keer een pen hebt aangeraakt.

Het betoog van Fleur Speet, ten slotte, leidt impliciet tot de conclusie dat positieve discriminatie misschien helemaal niet zo’n slecht idee is om de culturele bias teniet te doen die is ontstaan door historische ongelijkheid. ‘Moeder­loze hersenspoeling’, noemt zij die bias, maar het beste wat ze er tegenover heeft te stellen, is 2014 uit te roepen tot ‘het jaar van de schrijfsters’. Ik gun het haar van harte, maar van een literair recensent die geregeld in vakjury’s heeft plaatsgenomen, mag je toch een wat minder holle aansporing verwachten.


Echte prijs

Ik zal echt niet ontkennen dat vrouwen het lange tijd moeilijk hebben gehad in de literatuur. Maar de tijden zijn veranderd. Ik hoef maar om me heen te kijken om te zien dat de mogelijkheid er voor elke vrouw met een originele geest en een spannend gevoel voor taal ligt: het schrijven van Een Boek Dat Alle Andere Boeken Overbodig Maakt.

Dus, vrouwelijke collega’s: laat je toch niet zo verschrikkelijk betuttelen. Schrijf een boek waar recensenten niet omheen kunnen. Schrijf een boek dat een echte prijs wint, in plaats van zo’n paralympisch, tweederangs goedmakertje van Opzij. Weiger een nominatie voor zulk soort prijzen. Neem een voorbeeld aan het overdonderende proza van collega’s uit het buitenland.

En spoel die parttimementaliteit door de plee: dump eventuele kinderen bij je geliefde (m/v) en schrijf de beste roman ooit.

Maar ja. Ik ben natuurlijk maar een man. Trek je van mij niks aan. 

Bladwijzer

Read only women 2014
Don’t be an actress, darling, be an audience.’ Toen schrijfster Lilit Marcus op dit advies van Tallulah Bankhead stuitte, wist ze wat ze moest doen. Om op te komen voor de door mannen onderdrukte vrouwelijke literatuur zou ze in 2013 enkel vrouwelijke schrijfsters lezen. Zo geschiedde. Het leverde haar veel reacties, hoon én navolging op. The Guardian besloot het jaar 2014 in het teken te stellen van vrouwelijke literatuur met het project #readonlywomen2014. Meedoen? De site Flavorwire maakte een lijst met vijftig ‘vrouwelijke’ boekentips.