Van steun aan Griekenland worden we zelf uiteindelijk beter, betoogde Jan Kees de Jager in 2010. In vijf jaar tijd maakten alle politieke partijen meerdere U-bochten.

Een van mijn afwijkingen is dat ik in de zomervakantie graag oude Kamerdebatten doorlees. Liefst wel debatten met een link naar de actualiteit. Leerzaam, want dan zie je hoe de argumenten die politici gebruiken aan verandering onderhevig zijn. Onder druk wordt alles vloeibaar.

Goed voorbeeld is de geschiedenis van de Kamerdebatten over Griekenland. We schrijven 7 mei 2010. Een jaar daarvoor heeft de sociaaldemocratische premier Giorgos Papandreou opgebiecht dat de bakermat van de democratie jarenlang met de begrotingscijfers heeft gesjoemeld. Het Griekse financieringstekort is veel groter dan aan Brussel werd gemeld. Gevolg: het land kan niet meer op de kapitaalmarkt lenen en klopt voor steun bij de EU en het IMF aan. 110 miljard euro is nodig, waarvan Nederland zo’n 5 miljard moet ophoesten.

Tot groot verdriet van een meerderheid van de Tweede Kamer. Geert Wilders en Rita Verdonk roepen meteen dat Nederland uit de euro moet. Wat de SP betreft gaat er geen cent naar de Grieken. De VVD is ‘woest’ op Athene. Het CDA benadrukt dat het Nederlands eigen belang voorop moet staan. Eigenlijk valt alleen met PvdA, D66 en GroenLinks over een lening aan de Grieken te praten. Jan Kees de Jager, die net Wouter Bos als minister van Financiën heeft opgevolgd, moet spitsroeden lopen.
We doen het dus primair voor onszelf, niet voor de Grieken

Uiteindelijk tovert hij een konijn uit zijn hoge hoed. De 5 miljard euro kan Nederland alleen maar voordeel opleveren, betoogt hij. Nederland leent dat geld op de kapitaalmarkt tegen een rente van 1 à 2 procent, terwijl de Grieken ons meer dan 5 procent moeten betalen. Een win-winsituatie waartegen de Kamer geen nee kan zeggen.

De Jager slaagt in zijn opzet. CDA’er Frans de Nerée tot Babberich concludeert tevreden: ‘We doen het dus primair voor onszelf, niet voor de Grieken.’

Het zou anders lopen. Nog geen jaar later staat Athene opnieuw op de stoep. Er is een tweede lening van 130 miljard nodig, de kosten voor Nederland bedragen dit keer zo’n 15 miljard. Uiteindelijk wordt er een deal gesloten: als de Grieken beloven hun havens en spoorwegen te privatiseren, wordt de rente die ze moeten betalen verlaagd en de looptijd van de leningen verlengd. Weg is het argument dat Nederland alleen maar van de hulp zal profiteren. De Jager praat de Kamer opnieuw plat. Dit keer met het argument dat de banken de Grieken de helft van hun schuld kwijtschelden en dus ook meedoen aan de reddingsoperatie. Een redenering die vooral goed valt bij de PvdA.

Nu – in 2015 – is de Grieken een derde steunpakket van rond de 90 miljard toegezegd. Elke econoom weet dat schuldkwijtschelding nodig is om het land uit het moeras te trekken. Ook de linkervleugel van de Kamer is daarvan overtuigd. Het staat mijlen ver af van de belofte die Jan Kees de Jager in mei 2010 deed: ‘Nederland krijgt al het geld dat aan Griekenland is geleend uiteindelijk terug. Mét rente. Daar ga ik absoluut van uit.’