Gedoe over de status van het referendum, onenigheid over de tekst van de grondwet, geruzie over stemwijzers – het debat over de Europese grondwet is totaal vervuild. Iedereen grasduint naar hartenlust in de vierhonderdachtenveertig grondwetsartikelen op zoek naar een citaat dat het eigen gelijk bewijst of – net zo effectief – het ongelijk van de tegenstander.

Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken klonk vorige week nog vastberaden: geen paniek, de kabinetscampagne voor de Europese grondwet moest ‘pas drie à vier weken’ voor het referendum van 1 juni beginnen. De ‘toeters en bellen’ konden maar beter nog even op de plank blijven liggen. ‘Het gaat erom in de laatste paar weken een geconcentreerde boodschap uit te dragen,’ onthulde Bot zijn meesterstrategie. ‘Als je te vroeg inzet, ebt het allemaal weg. Dan blijf je jezelf eindeloos herhalen.’ Kritiek van de Tweede Kamer op de passiviteit van het kabinet – dat zich zou gedragen ‘als een konijn in de schijnwerpers’ – wees hij daarmee resoluut van de hand.

Staatssecretaris Atzo Nicolaï van Europese Zaken bleek er een dag later heel anders over te denken. ‘De campagne is begonnen,’ schreef hij strijdlustig op zijn weblog. Hij was verheugd dat de discussie over de grondwet oplaaide. En, zobezwoer hij: ‘Het kabinet staat actief midden in dat debat.’

Ook de andere ‘excellenties’ begrijpen inmiddels dat zwijgen niet langer verstandig is. Opiniepeilingen tonen aan dat de Nederlandse bevolking bepaald niet staat te juichen voor de nieuwe grondwet. Tel daarbij het gevaar dat het Franse anti-sentiment naar Nederland overwaait en de conclusie is duidelijk: het kabinet moet iets ondernemen. In een poging het tij te keren, nam premier Jan Peter Balkenende afgelopen vrijdag een stapel folders ter hand voor een ouderwetse canvassessie in de Haagse binnenstad. Ook minister Bot lijkt inmiddels van zijn eerdere voornemen te zijn teruggekomen. Afgelopen zondag toog hij naar Amsterdam om voor de camera’s van Buitenhof zijn vertrouwen uit te spreken ‘in het gezonde verstand van de kiezer’.

Het Nederlandse debat over de Europese grondwet verloopt al even ongeordend als het rommelige begin van de ‘ja’-campagne van het kabinet. Er is geen sprake van een gedegen uitwisseling van standpunten, maar van een aanhoudende Babylonische spraakverwarring. De traditionele links-rechtsverdeling lijkt compleet zoek: voorstanders van de grondwet zijn te vinden bij GroenLinks, PvdA, D66, CDA en VVD, terwijl de tegenstanders een avontuurlijke mix vormen van SP, LPF, ChristenUnie, SGP, Geert Wilders, Partij voor de Dieren, bijgestaan door het weekblad Elsevier.

De aanloopproblemen van het kabinet zijn misschien niet helemáál onverklaarbaar. Het is meer dan tweehonderd jaar geleden dat de bevolking zich voor het laatst over een belangrijke beslissing mocht uitspreken. Het referendum van 1801, ten tijde van de Bataafse Republiek, draaide eveneens om een conceptgrondwet (‘staatsregeling’). Alleen de mannen mochten stemmen en de thuisblijvers werden – om ongelukken zoals bij het referendum van 1797 te voorkomen – voor het gemak meegerekend bij de voorstemmers.

204 jaar later worstelen niet alleen de regering, maar ook de politieke partijen met het referendum. Allereerst bestaat er onduidelijkheid over de status van de volksraadpleging zelf. Officieel gaat het om een ‘raadgevend’ referendum. Den Haag kan de uitslag simpelweg naast zich neerleggen. D66 en GroenLinks hebben laten weten het resultaat zonder meer te zullen respecteren. De PvdA stelt als extra voorwaarde dat minimaal dertig procent van de kiesgerechtigden opkomt, terwijl het CDA bovendien een duidelijke uitslag (zestig procent of meer) wenst.

De VVD lijkt nog te twijfelen. Fractievoorzitter Jozias van Aartsen schreef een ingezonden stuk in de Volkskrant waarin hij fulmineerde tegen de extra eisen die zijn collega-fractievoorzitters hadden bedongen. ‘Iedere burger moet ervan doordrongen zijn dat zijn of haar stem ertoe doet. Elke stem telt. (…) In een democratie gaat het om de helft plus een, ongeacht de opkomst.’ Duidelijke taal. Maar zijn partijgenoot, buitenlandwoordvoerder Hans van Baalen, ziet het anders. Volgens hem eist de VVD niet alleen een ‘heel heldere’ uitslag, maar zal de partij ook kijken naar het verloop van de campagne. ‘Als blijkt dat het vooral gaat over de euro, of over toelating van Turkije, of over het kabinet-Balkenende, dan krijg je een andere weging,’ zo waarschuwde hij in Elsevier. ‘Hoe duidelijker de uitkomst, hoe meer rekening we ermee houden.’

Het blijft dus nog even spannend of miljoenen kiezers op 1 juni – om met CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen te spreken – ‘voor de kat z’n staart’ naar de stembus gaan.

De verwarring over de inhoud van de Europese grondwet is zo mogelijk nog groter. Minister Piet Hein Donner houdt partijgenoten voor dat ‘de C van het CDA impliceert dat u voor stemt’, terwijl de ChristenUnie het ontbreken van ‘verwijzingen naar de christelijke identiteit van Europa’ juist aanvoert als motivatie voor een resoluut njet. Beweren SP en de Partij voor de Dieren dat de grondwet ‘verschillende vormen van dierenmishandeling’ goedkeurt, zoals ‘stierenvechten, ritueel slachten en dwangvoeding van ganzen’, dan houdt GroenLinks vol dat de grondwet het dierenwelzijn juist vooruit helpt – onder verwijzing naar het grondwetsartikel waarin staat dat dieren ‘wezens met gevoel’ zijn.

Ook over de centrale vraag – verdwijnt er macht van Nederland naar Brussel – bestaat weinig overeenstemming. Volgens de grondwet krijgt de Europese Unie exclusieve bevoegdheid op het gemeenschappelijk buitenlandse en veiligheidsbeleid, de douane, monetair beleid en gemeenschappelijke handelspolitiek. Op terreinen als landbouw en visserij, milieu, vervoer, energie, recht en sociaal beleid deelt de unie haar bevoegdheden met de afzonderlijke lidstaten. Maar, wapperen tegenstanders met artikel I-12 van de grondwet: ‘De lidstaten oefenen hun bevoegdheid uit voor zover de unie haar bevoegdheid niet heeft uitgeoefend of besloten heeft deze niet langer uit te oefenen.’ Conclusie van de SP: Nederland houdt het laatste woord totdat de unie zegt het laatste woord te hebben. En: ‘Wie ja zegt tegen deze Europese grondwet, zegt ja tegen meer machtsoverdracht aan Brussel.’

Nee hoor, sust staatssecretaris Atzo Nicolaï het volk in een ingezonden brief in de Volkskrant. Onder de kop ‘Grondwet versterkt Nederland’ noemt hij het verwijt dat Nederland macht zou inleveren bij Brussel klinkklare ‘nonsens’. Wat heet: ‘In werkelijkheid versterkt de grondwet de rol van onze Eerste en Tweede Kamer.’ Hij vestigt de aandacht op artikel I-11, waarin is vastgelegd dat EU-besluiten moeten worden heroverwogen als een derde van de nationale parlementen (op dit moment minimaal negen) dat wenst. Conclusie van de staatssecretaris: ‘Met de Europese grondwet krijgen burgers juist meer te vertellen.’

En zo houdt het gekissebis aan. Zelfs de voorstanders trekken onderling geen gemeenschappelijke lijn. ‘De vijf grote politieke partijen die de grondwet steunen,’ schreef de Financial Times over Nederland, ‘voeren onafhankelijk campagne op verschillende gronden – variërend van grensoverschrijdende veiligheid tot het verbieden van veetransporten.’

Soms spreken de voorstanders elkaar zelfs tegen. Zo geeft D66 op zijn website hoog op over het gezamenlijk asiel- en migratiebeleid van de ‘nieuwe’ EU. ‘Over asiel wordt met meerderheid van stemmen besloten. Daardoor is het niet meer mogelijk dat één land een beter asielbeleid blokkeert.’ De partij kijkt verlangend uit naar het gezamenlijke Europese asielstelsel, waarin de regels ‘overal hetzelfde zijn’. Maar staatssecretaris Nicolaï, in reactie op kritiek van rechts dat Nederland niet langer zelfstandig kan beslissen over het immigratiebeleid, betoogt op zijn weblog iets heel anders. De grondwet biedt weliswaar betere spelregels voor samenwerking, schrijft hij, ‘Maar hoeveel mensen er binnenkomen, regelt die grondwet niet. Dat maken we zelf uit.’

Wie het nog begrijpt, mag het zeggen.

De discussie over de grondwet heeft veel weg van haarkloverij tussen een clubje exegeten over de goddelijke boodschap achter bijbel- of koranteksten. Iedereen grasduint naar hartenlust in de 448 artikelen op zoek naar een citaat dat het eigen gelijk bewijst of – net zo effectief – het ongelijk van de tegenstander.

SP-leider Jan Marijnissen verwoordde het in NRC Handelsblad als volgt: ‘Het blijft raar een volksraadpleging te houden over een gecompliceerd en slaapverwekkend boek van 482 bladzijden. Voor zover daar discussie over wordt gevoerd, gaat die dus ook alle kanten op.’

En dus melden voorstanders triomfantelijk dat het woord ‘sociaal’ maar liefst 89 keer in de grondwet voorkomt, waarop tegenstanders verontwaardigd wijzen op de discrepantie tussen het woord ‘mens’ (166 keer in de tekst) en het woord ‘bank’ (649 keer).

De zwevende kiezer weet niet meer waar hij of zij het zoeken moet. Meldt NRC Handelsblad in een nieuwsartikel dat de grondwet ‘de kans vergroot dat Nederland wordt gedwongen zijn afwijkend drugsbeleid op te geven’, dan beweert de campagnesite van de overheid (www. grondweteu.nl) dat Nederland ‘het beleid op terreinen als softdrugs, homohuwelijk, abortus, euthanasie’ mag blijven bepalen. ‘Brussel krijgt daar niet het laatste woord over: dat houdt Den Haag.’

Het geharrewar heeft inmiddels ook toegeslagen bij de referendumwijzers op het internet. Tegenstanders van de grondwet schamperen dat de ‘officiële’ referendumwijzer van het Instituut voor Publiek en Politiek op www.referendumwijzer.nl mogelijk is gemaakt door ‘door financiële ondersteuning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ – en dus wel partijdig móét zijn. SP-kamerlid Harry van Bommel bracht deze week een persbericht uit: ‘Zelfs tegenstanders als ikzelf worden richting het ja-kamp gemanipuleerd. Deze test is volstrekt onevenwichtig.’ Het Comité Grondwet Nee – zelf ook moeilijk van onafhankelijkheid te betichten – heeft op www.echtereferendumwijzer.nl een eigen ‘stemadviseur’ in het leven geroepen. Wie daar zijn heil zoekt, krijgt opvallend vaak te horen tegen de grondwet te zijn.

Rondom de opiniepeilingen hangt een al even grote schimmigheid. Het ministerie van Buitenlandse Zaken beweert dat 47 procent van de Nederlanders ‘zeker’ gaat stemmen – en dat het aantal voorstanders anderhalf keer zo groot is als het aantal tegenstanders. En, belangrijker: meer informatie over de grondwet zou leiden tot meer ja-stemmers. Maurice de Hond peilde daarentegen voor het NOS-journaal een kleine voorsprong voor de tegenstanders, bij een opkomst van zo’n 30 procent. Het televisieprogramma TweeVandaag kwam weer tot heel andere conclusies: maar liefst 59 procent van de bevolking zou gaan stemmen en het aantal tegenstanders was twee keer zo groot als het aantal voorstanders. En: meer informatie over de grondwet leidt tot ‘mobilisatie van de tegenstem’.

Wat gebeurt er als Nederland de grondwet afwijst? Ook op die vraag – het mag niemand verbazen – bestaat een scala aan uiteenlopende antwoorden. In een wilde poging zijn partijgenoten achter de grondwet te krijgen, waarschuwde CDA-minister Piet Hein Donner voor oorlog op het continent in het geval van een nee-stem. ‘Wie denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, moet even aan de Balkan denken.’ Zijn collega Ben Bot haastte zich het Joegoslavische doemscenario te ontkrachten. Nee, er kwam geen oorlog. Als de grondwet wordt afgewezen ‘draait de unie door met een gebrekkig instrumentarium’, legde hij in Buitenhof uit. SP-kamerlid Harry van Bommel, een van de meest geharnaste tegenstanders, was er als de kippen bij om erop te wijzen dat ‘juist de Balkan aantoonde dat je landen niet geforceerd in een federatieve staat moet dwingen’. Volgens hem leidt het afwijzen van de grondwet ertoe dat Europese regeringen en parlementen hun ‘huiswerk moeten overdoen’.

VVD-kamerlid Hans van Baalen, voorstander van de grondwet, waarschuwt dat ‘een muur om Nederland onze economie zal kapotmaken’. Waarop Volkskrant-columnist Ronald Plasterk hem beschuldigde van ‘pedante bangmakerij’ onder verwijzing naar de economische voorspoed in Zwitserland en Noorwegen (geen EU-leden) en Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden (buiten de eurozone). ‘In al die landen is het de bevolking geweest die toetreding heeft afgeremd. Ik wil niet beweren dat er een verband is met hun economische succes, maar het omgekeerde is in elk geval onzin.’

Gedoe over de status van het referendum, onenigheid over de tekst van de grondwet, geruzie over stemwijzers – het debat over de Europese grondwet is zo vervuild dat de hardliners nog maar één uitweg hebben: het zwartmaken van de tegenstander. Dat is dan ook precies wat ze doen. SGP-woordvoerder Menno de Bruyne haalt op de website van zijn partij stevig uit naar de ‘machtswellustige europarlementariër’, ‘eurozeloot’ en ‘Raspoetin van Groningen’ PvdA’er Max van den Berg. CDA-fractieleider Maxime Verhagen maakt tegenstanders uit voor ‘populisten’ die ‘niet gevoelig zijn voor inhoud’. En Trouw-columnist Sylvain Ephimenco onderbouwt zijn ja-stem met het argument dat hij niet geassocieerd wenst te worden met ‘anti-Europese figuren’ die ‘fastfoodrestaurants afbreken of aardappelvelden vernietigen’ en ook niet met ‘de gesubsidieerde vandalen van Eurodusnie en de fascisten van het Franse front en het Vlaams Belang’.

Hoe fel het debat tussen politici, columnisten en andere talking heads ook oplaait, de Nederlandse burger lijkt er nog niet wakker van te liggen. Hier geen volkswoede en protesten zoals in Frankrijk, dat drie dagen vóór Nederland naar de stembus mag. Toch is de scepsis over ‘Brussel’ de afgelopen jaren toegenomen. Afgelopen week betoogde de vice-voorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, dat de politiek dat voor een groot deel aan zichzelf heeft te wijten. Kabinet en Kamer hebben de beleidsvorming de afgelopen jaren te veel aan Europa overgelaten, zei Tjeenk Willink. Ze hebben zich er te weinig actief mee bemoeid.

In minder dan vijf weken kan die achterstand in elk geval niet worden ingehaald. Met de onduidelijkheid over de consequenties van de grondwet en het warrige debat erover, zullen de meeste kiezers op 1 juni geen rationele, maar een emotionele keuze maken. Wat dat betekent, weet elke eerstejaarsstudent psychologie: een onzekere uitslag.

Misschien dat de Nederlandse regering stiekem nog het meest te verwachten heeft van Frankrijk. Als een meerderheid van de bevolking daar op 28 mei de Europese grondwet wegstemt, is het Nederlandse referendum van ondergeschikt belang. Zelfs al mocht de meerderheid van de Nederlanders daarna een duidelijk ‘nee’ laten horen, dan nog loopt het aanzien van Balkenende cum suis in Europa geen noemenswaardige schade op.

De meest populistische argumenten

Voor!

‘Wie denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, moet even aan de Balkan denken. Joegoslavië was meer geïntegreerd dan de unie nu, maar de onwil en het onvermogen om onderlinge irritaties en wedijver te beperken, hebben in korte tijd tot oorlog geleid.’

CDA-minister Piet Hein Donner zet grof geschut in tegen de tegenstanders van de grondwet (CDA-congres, 16 april).

‘De C van het CDA impliceert dat u voor stemt. Dat is geen mandement, maar een vanzelfsprekendheid.’

CDA-minister Piet Hein Donner probeert zijn partijgenoten te overtuigen met een beroep op de bijbel (CDA-congres, 16 april).

‘Een muur om Nederland zal onze economie kapotmaken.’

VVD-kamerlid Hans van Baalen houdt tegenstanders van de Europese grondwet een doemscenario voor (NRC Handelsblad, 25 maart).

‘Op basis van inhoudelijke argumenten is het voor de tegenstanders veel moeilijker campagne voeren. Juist hun kritiek op Europa, het gebrek aan openheid en daadkracht, blijft in stand als de grondwet er niet komt. Maar goed, populisten zijn niet zo gevoelig voor inhoud.’

Maxime Verhagen zet de tegenstanders in een hoek (de Volkskrant, 12 februari).

Tegen!

‘Zo wordt militair ingrijpen om het eigenbelang te behartigen mogelijk en is een preventieve oorlog niet langer ondenkbaar.’

De SP zet grof geschut in tegen de ja-stemmers (www.sp.nl).

‘Verwijzingen naar de christelijke identiteit van Europa missen.’

De ChristenUnie probeert haar achterban te overtuigen met een beroep op de bijbel (www.christenunie.nl).

‘(Nederland wordt) een gewest in een opgetuigde Europese superstaat waarin grote landen als Duitsland, Frankrijk, Polen en op termijn ook Turkije de lakens uitdelen. Een federale entiteit waar Nederlandse burgers worden uitgeleverd aan de grillen van de Brusselse instituties van bureaucraten en technocraten.’

Geert Wilders houdt voorstanders van de Europese grondwet een doemscenario voor (de Volkskrant, 15 februari).

‘Degenen die de grondwet niet hebben gelezen en de debatten niet willen volgen, wil ik voorhouden dat deze grondwet komt uit de koker van dezelfden die het Stabiliteitspact hebben bedacht en de euro hebben ingevoerd.’

SP-leider Jan Marijnissen zet de voorstanders van de grondwet in een hoek (NRC Handelsblad, 18 april).